Eiseres heeft vanaf mei 2021 zorg verleend aan haar moeder op basis van een zorgovereenkomst met een persoonsgebonden budget (pgb). Zij ontving hiervoor een vergoeding, maar het UWV weigerde haar WW-uitkering na het overlijden van haar moeder omdat zij niet als werknemer werd beschouwd.
De kern van het geschil was of tussen eiseres en haar moeder een privaatrechtelijke dienstbetrekking bestond, waarvoor een gezagsverhouding vereist is. Hoewel eiseres arbeid verrichtte en loon ontving, ontbraken afspraken over werktijden, vakantie en ziekmelding, en was er geen bewijs van aanwijzings- of instructiebevoegdheid van de moeder of haar vertegenwoordiger.
De rechtbank concludeerde dat de familieband en de feitelijke omstandigheden erop wijzen dat er geen gezagsverhouding bestond. De zorgverlening werd in overleg met familieleden georganiseerd, waarbij de moeder zelf niet in staat was instructies te geven en het Zorgkantoor toezicht hield op de kwaliteit.
Daarom was er geen sprake van een privaatrechtelijke dienstbetrekking en geen werknemer in de zin van de WW. Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard, en het UWV heeft de uitkering terecht geweigerd.