Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Zitting
- de verdachte;
- de officier van justitie: mr. M. Kamper;
- de advocaat van de verdachte: mr. B.J. de Pree.
2.Tenlastelegging
bijlage Ibij dit vonnis.
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 18 november 2025 een zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van bankhelpdeskfraude op of omstreeks 19 november 2020 in Vianen. De officier van justitie en de verdediging waren het eens dat het ten laste gelegde feit niet wettig en overtuigend was bewezen. De rechtbank sprak verdachte daarom vrij.
De benadeelde partijen, ABN AMRO Bank N.V. en Coöperatieve Rabobank U.A., vorderden schadevergoeding respectievelijk € 9.120,- en € 15.669,29. De rechtbank verklaarde deze partijen niet-ontvankelijk omdat bij vrijspraak geen schadevergoeding kan worden toegekend. De rechtbank wees de vordering van de officier van justitie tot teruggave van € 570,- aan verdachte toe.
De rechtbank bepaalde dat de benadeelde partijen de proceskosten van verdachte moeten vergoeden, maar aangezien niet vaststond dat verdachte kosten had gemaakt, werd dit begroot op nihil. De uitspraak werd op 16 december 2025 in het openbaar uitgesproken door de meervoudige kamer.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van bankhelpdeskfraude wegens onvoldoende bewijs.