ECLI:NL:RBMNE:2025:6678

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
16 december 2025
Publicatiedatum
16 december 2025
Zaaknummer
16/295797-20
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak van bankhelpdeskfraude met niet-ontvankelijkheid van benadeelde partijen

Op 16 december 2025 heeft de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in de strafzaak tegen een verdachte die beschuldigd werd van bankhelpdeskfraude. De zaak werd inhoudelijk behandeld op 18 november 2025. De officier van justitie beschuldigde de verdachte ervan dat hij op of omstreeks 19 november 2020 in Vianen samen met anderen meerdere rekeninghouders van de ING en andere banken had opgelicht door zich voor te doen als een medewerker van de bank. Subsidiair werd ook poging tot oplichting in vereniging ten laste gelegd. Tijdens de zitting pleitte de officier van justitie voor een veroordeling, maar de verdediging vroeg om vrijspraak. De rechtbank oordeelde dat het feit niet wettig en overtuigend bewezen was en sprak de verdachte vrij. Dit oordeel werd niet verder gemotiveerd, aangezien zowel de officier van justitie als de verdediging tot dezelfde conclusie kwamen.

Daarnaast waren er vorderingen van benadeelde partijen, waaronder ABN AMRO Bank N.V. en Coöperatieve Rabobank U.A., die schadevergoeding eisten. De rechtbank verklaarde de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in hun vorderingen, omdat de verdachte was vrijgesproken van het ten laste gelegde feit. De rechtbank oordeelde dat de benadeelde partijen geen recht hadden op schadevergoeding, aangezien er geen bewezenverklaring was. De proceskosten werden op nihil begroot, omdat niet vaststond dat de verdachte kosten had gemaakt om tegen de vorderingen in te gaan. De rechtbank gelastte ook de teruggave van een in beslag genomen geldbedrag aan de verdachte.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats: Utrecht
Parketnummer: 16/295797-20
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 16 december 2025 in de strafzaak van:
[verdachte] ,
geboren op [1996] in [geboorteplaats] ,
ingeschreven op het adres [adres] in [woonplaats] ,
hierna: de verdachte.

1.Zitting

De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 18 november 2025. Het onderzoek is gesloten op 16 december 2025.
Op de zitting waren aanwezig:
  • de verdachte;
  • de officier van justitie: mr. M. Kamper;
  • de advocaat van de verdachte: mr. B.J. de Pree.

2.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:
op meerdere tijdstippen op of omstreeks 19 november 2020 in Vianen samen met anderen meerdere rekeninghouders van de ING of van andere banken heeft opgelicht door zich telefonisch voor te doen als een medewerker van de bank.
Subsidiair is dit in de beschuldiging als een poging oplichting in vereniging opgenomen.
De volledige tekst van de beschuldiging staat in
bijlage Ibij dit vonnis.

3.Vrijspraak

3.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de verdachte moet worden vrijgesproken van de beschuldiging.
3.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat van de verdachte verzoekt de rechtbank ook om de verdachte vrij te spreken van de beschuldiging.
3.3.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank oordeelt dat het feit (primair oplichting in vereniging en subsidiair poging oplichting in vereniging) niet wettig en overtuigend is bewezen en zal de verdachte daarvan vrijspreken. De officier van justitie en de verdediging komen tot dezelfde conclusie, zodat de rechtbank dit niet verder zal motiveren.

4.In beslag genomen voorwerpen

4.1.
Vordering van de officier van justitie en standpunt van de verdediging
De officier van justitie vordert dat het inbeslaggenomen geld wordt teruggegeven aan de verdachte. De advocaat van de verdachte sluit zich daarbij aan.
4.2.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank zal teruggave gelasten aan de verdachte van het in beslag genomen voorwerp, te weten € 570,- (2736486).

5.Vordering benadeelde partij

5.1.
Vordering van de benadeelde partijen
De ABN AMRO Bank N.V. heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 9.120,-. Dit bedrag bestaat uit € 9.000,- voor vergoeding van materiële schade en € 120,- voor vergoeding van proceskosten.
Coöperatieve Rabobank U.A. heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 15.669,29. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.
5.2.
Standpunt van de officier van justitie en de verdediging
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de vordering van de Coöperatieve Rabobank U.A moet worden afgewezen en zij heeft geen standpunt ingenomen over de vordering van de ABN AMRO Bank N.V. De advocaat van de verdachte verzoekt de rechtbank om de benadeelde partijen niet-ontvankelijk te verklaren gelet op de gevraagde vrijspraak.
5.3.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank spreekt de verdachte vrij van het aan hem ten laste gelegde feit. Volgens de wet kan de strafrechter dan geen schadevergoeding toekennen aan een benadeelde. De rechtbank bepaalt daarom dat de benadeelde partijen ABN AMRO Bank N.V. en Coöperatieve Rabobank U.A. niet-ontvankelijk zijn in de vorderingen.
Proceskosten
Bij vorderingen tot schadevergoeding is de hoofdregel dat de partij die ongelijk krijgt, de proceskosten van de andere partij moet vergoeden. De benadeelde partijen worden niet-ontvankelijk verklaard in de vorderingen, waardoor niet is komen vast te staan of en in hoeverre de vorderingen terecht zijn ingediend. De benadeelde partijen moeten daarom de kosten vergoeden die de verdachte heeft gemaakt om tegen deze vorderingen in te gaan. De rechtbank is van oordeel dat op dit moment niet vast staat dat de verdachte daarvoor kosten heeft gemaakt en begroot de kosten daarom op nihil.

6.De beslissing

De rechtbank:
- verklaart niet bewezen dat de verdachte het feit heeft gepleegd en spreekt hem daarvan vrij;
beslag
- gelast de teruggave aan verdachte van het volgende voorwerp:
 een geldbedrag van € 570,- (2736486);
vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij ABN AMRO Bank N.V.
- verklaart ABN AMRO Bank N.V. niet-ontvankelijk in de vordering;
- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil;
vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij Coöperatieve Rabobank U.A.
- verklaart Coöperatieve Rabobank U.A. niet-ontvankelijk in de vordering;
- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. N.P.J. Janssens, voorzitter, mr. J.T. Pouw en mr. S.E. van den Brink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R.I. van Balkom, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 16 december 2025.
Bijlage I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op een of meer tijdstip(pen)
op of omstreeks 19 november 2020 te Vianen,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen
(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te
bevoordelen, door het aannemen van een valse naam en/of van een valse
hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een
samenweefsel van verdichtsels,
een of meer thans nog onbekende accounthouder(s) en/of rekeninghouder(s) van
de ING-bank en/of andere banken,
heeft bewogen tot afgifte van (een) geldbedrag(en), althans (enig) goed(eren) en/of
het ter beschikking stellen van de inloggegevens voor internetbankieren,
door
- zich telefonisch voor te doen als ING-medewerker en/of (vervolgens) instructies
te geven om via een app iets te doen en/of ergens op te klikken,
waardoor bovengenoemde nog onbekende perso(o)n(en) en/of ander(en)
werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte(n);
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij op een of meer tijdstip(pen)
op of omstreeks 19 november 2020 te Vianen,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen
misdrijf om
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door
het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige
kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,
een of meer thans nog onbekende accounthouder(s) en/of rekeninghouder(s) van
de ING-bank en/of andere banken,
te bewegen tot de afgifte van (een) geldbedrag(en), althans (enig) goed(eren) en/of
het ter beschikking stellen van de inloggegevens voor internetbankieren,
- zich telefonisch heeft/hebben voorgedaan als ING-medewerker en/of
(vervolgens) instructies heeft/hebben gegeven om via een app iets te doen en/of
ergens op te klikken,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.