ECLI:NL:RBMNE:2025:6691

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
16 december 2025
Publicatiedatum
16 december 2025
Zaaknummer
16/295802-20
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak voor bankhelpdeskfraude, computervredebreuk, diefstal valse sleutel en misbruik persoonsgegevens met bewezenverklaring van opzetheling van een bankpas en een simkaart

Op 16 december 2025 heeft de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die beschuldigd werd van meerdere feiten, waaronder bankhelpdeskfraude, computervredebreuk, diefstal met een valse sleutel en misbruik van persoonsgegevens. De rechtbank heeft de verdachte vrijgesproken van de meeste beschuldigingen, waaronder de poging tot oplichting van verschillende aangevers en computervredebreuk. De rechtbank oordeelde dat er onvoldoende bewijs was dat de verdachte een significante bijdrage had geleverd aan deze strafbare feiten. Wel werd de verdachte schuldig bevonden aan opzetheling van een bankpas en een simkaart, die afkomstig waren van identiteitsfraude. De rechtbank legde een taakstraf van 30 uur op, rekening houdend met de overschrijding van de redelijke termijn van het proces met meer dan drie jaar. De benadeelde partijen werden niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen, omdat de schade niet rechtstreeks voortvloeide uit de bewezenverklaarde feiten.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats: Utrecht
Parketnummer: 16/295802-20
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 16 december 2025 in de strafzaak van:
[verdachte] ,
geboren op [1999] in [geboorteplaats] ,
ingeschreven op het adres [adres] in [woonplaats] ,
hierna: de verdachte.

1.Zitting

De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 18 november 2025. Het onderzoek is gesloten op 16 december 2025.
Op de zitting waren aanwezig:
  • de verdachte;
  • de officier van justitie: mr. M. Kamper;
  • de advocaat van de verdachte: mr. C. van Oort.

2.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:
feit 1
op meerdere tijdstippen op of omstreeks 19 november 2020 in Vianen samen met anderen heeft geprobeerd om [aangever 1] en [aangever 2] op te lichten door middel van bankhelpdeskfraude;
feit 2 primair:
in de periode van 24 oktober 2020 tot en met 19 november 2020 in Huizen en/of Vianen, samen met anderen misbruik heeft gemaakt van de persoonsgegevens van [aangever 3] door
- op zijn naam een ASN rekening te openen en van die rekening overboekingen te doen
- een telefoonabonnement op zijn naam af te sluiten bij T-Mobile en/of Vodafone;
feit 2 subsidiair:op 19 november 2020 in Vianen een pinpas van de ASN bank op naam van [aangever 3] en een simkaart van telefoonnummer [telefoonnummer] heeft geheeld;
feit 3op meerdere tijdstippen in de periode van 26 oktober 2020 tot en met 19 november 2020 in Huizen en/of Vianen samen met anderen computervredebreuk heeft gepleegd door met onrechtmatig verkregen inloggegevens van 9 rekeninghouders in computersystemen van banken in te loggen;
feit 4
in de periode van 15 november 2020 tot en met 16 november 2020 in Huizen en/of Vianen samen met anderen [aangever 5] heeft opgelicht door middel van bankhelpdeskfraude;
feit 5in de periode van 26 oktober 2020 tot en met 17 november 2020 in Huizen en/of Vianen samen met anderen geldbedragen heeft gestolen van 4 rekeninghouders doormiddel van onrechtmatig verkregen inloggegevens.
De volledige tekst van de beschuldiging staat in
bijlage Ibij dit vonnis.

3.Bewijs

3.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte de feiten 1, 3, 4 en 5 heeft gepleegd. De officier van justitie vordert vrijspraak van de beschuldiging onder feit 2 primair en stelt zich op het standpunt dat de beschuldiging onder feit 2 subsidiair kan worden bewezen.
De standpunten van de officier van justitie worden – voor zover van belang voor de beoordeling – besproken in paragraaf 3.3.
3.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat van de verdachte verzoekt de rechtbank om de verdachte integraal vrij te spreken.
De advocaat van de verdachte voert verschillende verweren over het bewijs. Deze worden – voor zover van belang voor de beoordeling – hierna besproken onder paragraaf 3.3.
3.3.
Oordeel van de rechtbank
3.3.1.
Inleiding
Op 19 november 2020 komt er een melding binnen bij de politie dat er mogelijke oplichtingspraktijken zouden plaatsvinden in kamer 303 van het [hotel] in [plaats] . Een medewerker van dit hotel had gehoord dat een persoon in deze kamer zich aan de telefoon voorstelde als een medewerker van de ING bank. De politie komt ter plaatse en treft in de hotelkamer de verdachte aan samen met de medeverdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] . Bij de aanhouding worden bij de verdachte simkaarten en een pinpas op naam van [aangever 3] in beslag genomen. Daarnaast worden meerdere gegevensdragers bij de verdachte en medeverdachten in beslag genomen en deze worden onderzocht. Op basis van dit onderzoek worden door de politie meerdere aangiftes van marktplaats- en bankhelpdeskfraude gelinkt aan deze verdachten. Deze aangevers verklaren dat zij iets te koop aanboden op Marktplaats en dat er door personen die zich voordeden als bonafide koper (hierna telkens te noemen vermeende koper) contact werd gezocht via Whatsapp. Er werd een prijs overeengekomen en hierna werd door de vermeende verkoper een link gestuurd. Vaak was dit een zogenaamde Marktplaats-verificatielink. Aangevers klikte op deze link en logde hierop in op bun bankomgeving. Achteraf bleek dat een phishinglink was gestuurd waarmee persoonlijke bankgegevens werden verkregen. Met die gegevens werden vervolgens, zonder toestemming van de aangevers, handelingen verricht op hun bankrekening. Sommige aangevers werden daarna nog gebeld door iemand die zich voordeed als een medewerker van de bank. Die gaf aan dat de rekening was gehackt en dat het geld op de rekening veiliggesteld moest worden naar een veilige rekening. Vervolgens werd er door aangevers dan geld overgemaakt naar deze zogenaamde veilige rekeningen. Aangever [aangever 4] heeft na een zogenaamd bericht van de bank zijn pinpas opgestuurd om deze te laten vervangen. Daarna werden er met de pinpas meerdere bedragen gepind.
De beschuldiging is dat de verdachte hier een aandeel in heeft gehad en zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan (poging) oplichting, computervredebreuk en diefstal door valselijk verkregen inloggegevens. Daarnaast wordt de verdachte ervan beschuldigd dat hij de identificerende gegevens van aangever [aangever 3] heeft misbruikt door op zijn naam een rekening te openen en telefoonabonnementen af te sluiten, dan wel dat hij pinpassen en simkaarten op naam van [aangever 3] heeft geheeld.
De rechtbank oordeelt dat feit 1 (het medeplegen van poging oplichting van aangevers [aangever 1] en [aangever 2] ), feit 3 (het meermalen medeplegen van computervredebreuk), feit 4 (het medeplegen van oplichting van aangever [aangever 5] ) en feit 5 (het meermalen medeplegen van diefstal doormiddel van valse sleutel) niet zijn bewezen en zal de verdachte daarvan vrijspreken. De rechtbank komt ook tot een vrijspraak voor feit 2 primair (het misbruiken van de identificerende persoonsgegevens van aangever [aangever 3] ) en komt tot een bewezenverklaring van feit 2 subsidiair (heling van een pinpas en een simkaart). De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen.
3.3.2.
Vrijspraak feiten 1, 3, 4 en 5
Aangevers [aangever 1] en [aangever 2] – vrijspraak feit 1 en feit 3
Aangevers [aangever 1] en [aangever 2] zijn naar aanleiding van een advertentie op Marktplaats benaderd door een vermeende koper. Hierna werd aan deze aangevers een phishinglink gestuurd en werden er zonder toestemming van de aangevers handelingen verricht op hun bankrekening. Dit gebeurde op 19 november 2020. Dit is dezelfde dag dat de verdachte samen met de medeverdachten werd aangetroffen in de hotelkamer van het [hotel] . De verdachte wordt onder feit 1 ervan beschuldigd dat hij samen met anderen heeft geprobeerd aangevers [aangever 1] en [aangever 2] op te lichten. Onder feit 2 wordt de verdachte ervan beschuldigd dat hij computervredebreuk heeft gepleegd door in de bankomgeving van aangever onrechtmatig binnen te dringen.
Een medewerker van het [hotel] heeft verklaard dat zij heeft gehoord dat in kamer 303 een persoon aan het bellen was en zich voorstelde als een medewerker van de ING bank. Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij op 19 november 2020 samen met anderen op die hotelkamer was om mensen op te lichten. Zij waren op 18 november 2020 al naar het hotel gegaan. De taak van [medeverdachte 1] was dat hij op Marktplaats.nl op zoek moest gaan naar telefoonnummers van mensen die iets te koop aanboden. Een ander zou vervolgens naar die persoon gaan bellen en zou zich voordoen als een medewerker van de bank. Hij moest zijn laptop meenemen omdat hier programma’s op stonden waarmee fraude kon worden gepleegd. De medeverdachte heeft verklaard dat ze ongeveer 4 of 5 mensen hebben benaderd die dag.
Op basis hiervan stelt de rechtbank vast dat in de hotelkamer inderdaad oplichtingen werden gepleegd. De personen die zich in de kamer bevonden, moeten hebben geweten dat in die kamer werd gebeld met personen om hen op te lichten. De verdachte was daar en moet hiervan dus ook op de hoogte zijn geweest. De enkele wetenschap hiervan is echter niet voldoende om tot een bewezenverklaring te komen van het medeplegen van een poging oplichting of het medeplegen van computervredebreuk. Hiervoor is vereist dat de verdachte een significante en wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan het plegen van deze strafbare feiten. De rechtbank moet daarom beoordelen of het dossier bewijs bevat dat de verdachte hierbij betrokken is geweest.
De politie heeft slechts globaal onderzoek gedaan naar de inhoud van de iPhone X die bij de verdachte in beslag is genomen. Op een later tijdstip zou een volledig onderzoek aan het dossier worden toegevoegd, maar dit is niet gebeurd.
Uit de globale scan blijkt dat op deze telefoon een screenshot staat waarop de bankomgeving van aangever [aangever 2] zichtbaar is. De herkomst van het screenshot komt niet uit het dossier naar voren. De rechtbank kan op basis van het dossier niet vaststellen wie de foto heeft gemaakt, waar de foto is gemaakt en hoe deze foto op de telefoon van de verdachte terecht is gekomen. Het dossier bevat onvoldoende bewijs dat de verdachte betrokken is geweest bij de poging oplichting en computervredebreuk van aangever [aangever 2] . Ten aanzien van aangever [aangever 1] bevat het dossier helemaal geen aanknopingspunten dat de verdachte een bijdrage heeft geleverd aan de poging oplichting.
De rechtbank kan op basis van het dossier niet vaststellen dat deze aangevers zijn benaderd door de verdachten die zich op 19 november 2020 in de hotelkamer van het [hotel] in [plaats] bevonden.
De rechtbank acht feit 1 ten aanzien van beide aangevers en feit 3 ten aanzien van aangever [aangever 2] dan ook niet wettig en overtuigend bewezen en zal de verdachte daarvan vrijspreken.
Aangever [aangever 5] – vrijspraak feit 3, feit 4 en feit 5
Aangever [aangever 5] werd op 15 november 2020 benaderd door een vermeende koper naar aanleiding van zijn advertentie op Marktplaats.nl. Vervolgens heeft de vermeende verkoper een zogenaamde verificatielink gestuurd waar aangever op klikte en via die link € 0,01 overmaakte. Hierna werd aangever gebeld door iemand die zich voordeed als een bankmedewerker en die hem vertelde dat zijn rekening was gehackt. Aangever zag inderdaad dat er op zijn rekening zonder zijn medeweten en toestemming handelingen waren verricht. Aangever maakte vervolgens op aanraden van deze zogenaamde bankmedewerker geld over naar een zogenaamd veilige rekening op naam van [naam] .
Op de iPhone X die bij de verdachte in beslag is genomen, is een foto gevonden van een bankpas op naam van [naam] met hetzelfde rekeningnummer als de rekening waarnaar de aangever geld heeft overgemaakt. Daarnaast is er een screenshot in de telefoon gevonden waarop een Rabobank rekening te zien is met de naam van aangever. Uit het dossier komt niet naar voren hoe en wanneer deze foto’s op de telefoon van de verdachte zijn terechtgekomen. Dergelijke informatie is onmisbaar voor de beoordeling van de betekenis van het voorhanden hebben van deze foto’s. Op basis van deze twee foto’s kan de rechtbank immers enkel vaststellen dat de verdachte mogelijk wetenschap had van de strafbare feiten tegenover [aangever 5] . De rechtbank kan op basis hiervan echter niet vaststellen of de verdachte hierin verder ook een rol heeft gehad en wat de bijdrage van de verdachte aan deze feiten zou zijn geweest. De rechtbank acht dan ook niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte als (mede)pleger betrokken is geweest bij de oplichting, computervredebreuk en diefstal met valse sleutel van deze aangever. De rechtbank spreekt de verdachte vrij van feit 3, feit 4 en feit 5 ten aanzien van aangever [aangever 5] .
Aangevers [aangever 6] en [aangever 7] – vrijspraak feit 3 en feit 5
Aangever [aangever 6] werd op 17 november 2020 benaderd door een vermeende koper naar aanleiding van zijn advertentie op Marktplaats.nl. Ook bij deze aangever werd een verificatielink gestuurd waarbij aangever moest inloggen op zijn bankomgeving en € 0,01 moest overmaken. Deze cent werd overgemaakt naar een rekening op naam van [naam] . Hierna werden er, zonder toestemming en medeweten van aangever, meerdere betalingen gedaan met zijn rekening. Aangever [aangever 7] wordt op 11 november 2020 benaderd door een vermeende koper naar aanleiding van zijn advertentie op Marktplaats.nl. Ook bij deze aangever wordt een verificatielink gestuurd waarbij aangever moest inloggen op zijn bankomgeving en € 0,01 moest overmaken. Vervolgens werd er zonder toestemming en medeweten van aangever een bedrag van zijn bankrekening overgemaakt naar een rekening op naam van [naam] .
Op de iPhone X die bij de verdachte in beslag is genomen is een foto gevonden van een bankpas op naam van [naam] en van [naam] met dezelfde rekeningnummers die in de aangifte worden genoemd. Het dossier bevat verder geen bewijs dat de verdachte linkt aan de gepleegde strafbare feiten tegenover aangevers [aangever 6] en [aangever 7] . Zoals hierboven al besproken kan de rechtbank op basis van deze foto niet vaststellen dat de verdachte een rol heeft gehad bij de feiten op de beschuldiging, welke rol dat dan zou zijn geweest en of er sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking met anderen. De rechtbank spreekt de verdachte daarom vrij van feit 3 en feit 5 ten aanzien van aangevers [aangever 6] en [aangever 7] .
Aangever [aangever 4] – vrijspraak feit 3 en feit 5
Aangever [aangever 4] heeft op 26 oktober 2020 een bericht ontvangen dat afkomstig leek van de ABN AMRO waarin stond dat zijn bankpas binnenkort zou verlopen. Aangever belde de ABN AMRO en stuurde vervolgens zijn in tweeën geknipte pinpas op naar een aan hem opgegeven adres. Vervolgens zijn er van zijn rekening meerdere bedragen gepind.
Op de iPhone X die bij de verdachte in beslag is genomen is een Whatsappgesprek gevonden met het telefoonnummer van aangever [aangever 4] . De chat heeft geen inhoud. Uit de onderliggende data blijkt dat de chat is gestart op 27 oktober 2020, 21:06:20 en dat de laatste activiteit is geregistreerd op hetzelfde tijdstip: 27 oktober 2020, 21:06:20. In de aangifte is er door aangever [aangever 4] ook niet over gesproken dat hij met iemand zou hebben gechat. Het geld van de aangever was al weggenomen op het moment van de lege chat. Het enkele gegeven dat een lege Whatsappchat, zonder tijdsduur, op een tijdstip na het wegnemen van het geld op de smartphone van de verdachte is aangetroffen, is onvoldoende om te kunnen vaststellen dat de verdachte als (mede)pleger betrokken is geweest bij de computervredebreuk en diefstal met valse sleutel. De rechtbank spreekt de verdachte daarom vrij van feit 3 en feit 5 ten aanzien van aangever [aangever 4] .
3.3.3.
Bewijsmiddelen feit 2 subsidiair
De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. Dit verkorte vonnis bevat geen bewijsmiddelen. Als hoger beroep wordt ingesteld, zal het vonnis worden aangevuld met een bijlage met daarin de inhoud van de bewijsmiddelen.
3.3.4.
Bewijsoverwegingen
Vrijspraak feit 2 primair – misbruik identificerende persoonsgegevens [aangever 3]
Bij de aanhouding van de verdachte op 19 november 2020 werd in de schoudertas van de verdachte een bankpas gevonden op naam van [aangever 3] met rekeningnummer [rekeningnummer] . Daarnaast werd bij de fouillering een T-Mobile simkaart aangetroffen met telefoonnummer [telefoonnummer] van www. [website] .nl.
[aangever 3] heeft aangifte gedaan van identiteitsfraude. De aangever had een afspraak gemaakt met een escort. Op 22 oktober 2020 vroeg de escort aan aangever om een foto van zijn identiteitskaart op te sturen voor de veiligheid. Dit heeft aangever gedaan. Vervolgens werd aangever twee keer gevraagd om één euro over te maken naar een rekening met rekeningnummer [rekeningnummer] . Dit deed aangever op 23 oktober 2020 en 24 oktober 2020. Uiteindelijk kreeg aangever geen contact meer met de escort en is de afspraak niet doorgegaan. Later kwam aangever erachter dat een bankrekening op zijn naam was geopend.
Uit onderzoek naar de rekening met rekeningnummer [rekeningnummer] is gebleken dat deze rekening op naam staat van [aangever 3] en dat deze op 20 oktober 2020 is geopend door middel van afgeleide identificatie middels de Rabobank bankrekening die aangever [aangever 3] in gebruik had. Dit is gedaan doordat aangever met zijn rekening een euro heeft overgemaakt naar deze nieuwe ASN rekening. Met de nieuwe ASN rekening is onder andere een abonnement afgesloten bij T-Mobile met telefoonnummer [telefoonnummer] .
De rechtbank kan op basis van het dossier niet vaststellen dat de verdachte de persoon is geweest die de bankrekening op naam van [aangever 3] heeft geopend of dat hij het abonnement bij T-Mobile heeft afgesloten. De rechtbank spreekt de verdachte daarom vrij van de beschuldiging onder feit 2 primair.
Bewezenverklaring feit 2 subsidiair – opzetheling bankpas en simkaart
De rechtbank stelt vast dat de verdachte op 19 november 2020 de bankpas van de ASN-rekening en de simkaart met nummer [telefoonnummer] in zijn bezit had en dat deze afkomstig waren uit een misdrijf, te weten de identiteitsfraude van aangever [aangever 3] . De advocaat van de verdachte heeft aangevoerd dat de verdachte niet wist of kon weten dat deze goederen uit een misdrijf afkomstig waren. De rechtbank overweegt daarover als volgt.
De verdachte had een pinpas bij zich op naam van een ander. Dit vraagt om een uitleg van de verdachte. De verdachte heeft niets willen verklaren over hoe hij aan de bankpas is gekomen. Gelet hierop acht de rechtbank bewezen dat het niet anders kan zijn dan dat de verdachte wist dat de bankpas van misdrijf afkomstig was.
De simkaart is aangeschaft met de ASN-rekening van [aangever 3] . De rechtbank is daarom van oordeel dat het niet anders kan zijn dat de bankpas en de simkaart als één pakket zijn overgedragen aan de verdachte. De rechtbank acht mede daarom de opzetheling van de simkaart wettig en overtuigend bewezen.
3.4.
Bewezenverklaring
De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:
feit 2 subsidiair:
op 19 november 2020 te Vianen een pinpas van de ASN Bank met rekeningnummer [rekeningnummer] en een simkaart behorend bij telefoonnummer [telefoonnummer] voorhanden heeft gehad terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van dit goed wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.
De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

4.Kwalificatie en strafbaarheid

4.1
KwalificatieHet bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:
feit 2 subsidiair:
opzetheling, meermalen gepleegd.
4.2
Strafbaarheid feit en verdachteHet feit en de verdachte zijn strafbaar.

5.Straf

5.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 60 dagen, met aftrek van het voorarrest.
5.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat van de verdachte voert aan dat de verdachte niet eerder is veroordeeld en zijn leven op orde heeft. Er is sprake van een forse overschrijding van de redelijke termijn met ruim 3 jaar. De advocaat verzoekt de rechtbank om aan de verdachte geen gevangenisstraf op te leggen, maar een taakstraf van maximaal 120 uur.
5.3.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank legt aan de verdachte een taakstraf van 30 uur op, met aftrek van het voorarrest. Bij het bepalen van deze straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van het gepleegde feit en de omstandigheden waaronder de verdachte dit feit heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee.
Ernst en omstandigheden van het feit
De verdachte heeft een pinpas en een simkaart in zijn bezit gehad die afkomstig waren van identiteitsfraude. Door de heling van spullen worden de onderliggende misdrijven in stand gehouden en blijft het plegen van misdrijven lucratief. De verdachte heeft bijgedragen aan het in stand houden van de afzetmarkt voor van misdrijf afkomstige goederen.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
Uit het strafblad van de verdachte blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld voor vergelijkbare feiten. Dit neemt de rechtbank niet in strafverzwarende of strafverminderende zin mee.
De rechtbank heeft het reclasseringsadvies van 30 oktober 2025 gelezen dat over de verdachte is geschreven. Hierin staat dat de verdachte zijn leven nu op orde heeft. Hij heeft een serieuze relatie, een fulltime baan, een inkomen, een goede band met zijn ouders/familie, pro-sociale vrienden en de reclassering ziet geen problemen op het gebied van middelen, psychosociaal functioneren of houding. Het risico op recidive wordt laag ingeschat en de reclassering adviseert een straf zonder bijzondere voorwaarden omdat zij interventies en toezicht niet nodig vinden.
De straf
De rechtbank is op grond van de hiervoor besproken ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd en de persoon van de verdachte van oordeel dat voor dit soort feiten in beginsel een taakstraf van 40 uur passend is. Bij het bepalen van de hoogte van de taakstraf heeft de rechtbank gekeken naar straffen die eerder in vergelijkbare zaken zijn opgelegd.
Bij de strafvervolging is de redelijke termijn overschreden. Het uitgangspunt is een redelijke termijn van twee jaar waarbinnen een eindvonnis wordt uitgesproken. Deze termijn is in deze zaak gaan lopen op het moment dat de verdachte in verzekering is gesteld op 20 november 2020. Dit betekent dat de redelijke termijn met ongeveer drie jaar is overschreden. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die deze termijnoverschrijding rechtvaardigen. De rechtbank is daarom van oordeel dat dit moet leiden tot een matiging van de op te leggen taakstraf.
Gelet op dit alles legt de rechtbank aan de verdachte een taakstraf van 30 uur op.

6.In beslag genomen voorwerpen

De rechtbank moet met dit vonnis een beslissing nemen over de volgende in beslag genomen goederen:
  • Apple Airpods (2738199);
  • een simkaart van Tele2 (2736508);
  • een bankpas van de SNS Bank op naam van [verdachte] (2736516);
  • een bankpas van de ABN AMRO op naam van [verdachte] (2736518);
  • twee simkaarten van T-Mobile (2738540).
6.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de bankpas en de simkaarten verbeurd moeten worden verklaard. Over de andere in beslag genomen voorwerpen heeft de officier van justitie geen standpunt ingenomen.
6.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat van de verdachte voert aan dat de verdachte de in beslag genomen goederen niet terug wil.
6.3.
Oordeel van de rechtbank
Verbeurdverklaring
De rechtbank zal de in beslag genomen simkaarten van T-Mobile (2738540) verbeurd verklaren. Met betrekking tot deze voorwerpen is het onder 2 subsidiair bewezen verklaarde feit begaan.
Teruggave aan verdachte
De rechtbank zal de teruggave gelasten aan verdachte van de in beslag genomen voorwerpen die aan de verdachte toebehoren, aangezien deze voorwerpen niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en het belang van strafvordering zich niet tegen teruggave verzet. De rechtbank zal teruggave gelasten aan verdachte van de in beslag genomen voorwerpen, te weten:
  • een simkaart van Tele2 (2736508);
  • een bankpas van de SNS Bank op naam van [verdachte] (2736516);
  • een bankpas van de ABN AMRO op naam van [verdachte] (2736518).
Teruggave aan de rechthebbende
De rechtbank zal teruggave gelasten van de in beslag genomen Apple Airpods (2738199), aan degene die redelijkerwijs als rechthebbende van dit voorwerp kan worden aangemerkt.

7.Vordering benadeelde partij

7.1.
Vordering van de benadeelde partijen
Verschillende benadeelde partijen hebben zich gesteld als benadeelde partij. De benadeelde partijen vorderen de volgende bedragen:
Benadeelde partij
Materieel
Immaterieel
Proceskosten
[aangever 3]
Geen bedrag genoemd
ABN AMRO Bank N.V.
€ 9.000,-
€ 120,-
ING Bank N.V.
€ 1.660,02
Coöperatieve Rabobank U.A.
€ 15.669,29
De banken vorderen telkens schade voor het bedrag dat zij aan hun klanten die slachtoffer zijn geworden van oplichting hebben vergoed uit coulance en eventuele daarbij gemaakte onderzoekskosten.
7.2.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de vordering van de ABN AMRO volledig kan worden toegewezen. De vordering van de ING kan hoofdelijk worden toegewezen tot een bedrag van € 5050,02 en de vordering van de Rabobank kan hoofdelijk worden toegewezen tot een bedrag van € 8.874,95. De vordering van [aangever 3] is onvoldoende onderbouwd en moet daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.
7.3.
Standpunt van de verdediging
Voor zover de advocaat vrijspraak heeft bepleit, verzoekt de advocaat om de benadeelde partijen (de banken en slachtoffers zelf) niet-ontvankelijk te verklaren. Voor zover relevant neemt de advocaat verder nog de volgende standpunten in:
Een deel van de door ABN AMRO en de Rabobank gevorderde schade is geen rechtstreekse schade, omdat de door de banken genoemde klanten niet (allemaal) op de tenlastelegging van verdachte staan. De vordering van [aangever 3] is onvoldoende onderbouwd en moet daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.
Verder stelt de advocaat zich op het standpunt dat er geen schadevergoedingsmaatregel ten aanzien van de vorderingen van de ABN AMRO, Rabobank en ING moet worden opgelegd, omdat de banken als grote ondernemingen zelf kunnen incasseren.
7.4.
Oordeel van de rechtbank
Benadeelde partij [aangever 3]
vordert schadevergoeding voor de abonnementskosten en het vervangen van zijn paspoort. Alleen schade die rechtstreeks is geleden door het bewezen verklaarde feit, komt voor vergoeding in aanmerking. Bij de gestelde materiële schade is geen sprake van rechtstreekse schade. De schade die de benadeelde partij vordert is door hem geleden omdat zijn identificerende gegevens zijn misbruikt. Van dit feit wordt de verdachte vrijgesproken. De gestelde schade, voor zover deze al is onderbouwd, is niet het rechtstreekse gevolg van de heling die de rechtbank bewezen verklaard. De rechtbank bepaalt daarom dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering.
Benadeelde partijen ABN AMRO Bank N.V.
De benadeelde partij vordert vergoeding voor schade die zij aan hun klant [aangever 4] hebben vergoed en voor de gemaakte onderzoekskosten voor dit klantdossier. De verdachte wordt vrijgesproken van de beschuldiging ten aanzien van [aangever 4] . De rechtbank zal de benadeelde partij daarom niet-ontvankelijk verklaren.
Benadeelde partij ING Bank N.V.
De benadeelde partij vordert vergoeding voor schade die zij aan hun klant [aangever 7] hebben vergoed en voor de gemaakte onderzoekskosten voor dit klantdossier. De verdachte wordt vrijgesproken van de beschuldiging ten aanzien van [aangever 7] . De rechtbank zal de benadeelde partij daarom niet-ontvankelijk verklaren.
Benadeelde partij Coöperatieve Rabobank U.A.
De benadeelde partij vordert vergoeding voor schade voor de klanten [klant 1] , [klant 2] , [klant 3] / [klant 4] , [klant 5] , [klant 6] , [klant 7] en [klant 8] . Deze klanten zijn niet als slachtoffer aangemerkt in de zaak van de verdachte. De rechtbank zal de benadeelde partij daarom niet-ontvankelijk verklaren in dat deel van de vordering omdat geen sprake is van rechtstreekse schade. De benadeelde partij vordert daarnaast schadevergoeding voor [aangever 5] . De verdachte wordt vrijgesproken van de beschuldiging ten aanzien van [aangever 5] . De rechtbank zal de benadeelde partij daarom ook in dat deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren.
Proceskosten
Bij vorderingen tot schadevergoeding is de hoofdregel dat de partij die ongelijk krijgt, de proceskosten van de andere partij moet vergoeden. De benadeelde partijen worden niet-ontvankelijk verklaard in de vorderingen, waardoor niet is komen vast te staan of en in hoeverre de vorderingen terecht zijn ingediend. De benadeelde partijen moeten daarom de kosten vergoeden die de verdachte heeft gemaakt om tegen deze vordering in te gaan. De rechtbank is van oordeel dat op dit moment niet vast staat dat de verdachte daarvoor kosten heeft gemaakt en begroot de kosten daarom voor alle benadeelde partijen op nihil.

10.Toegepaste wetsartikelen

De opgelegde straf en beslissing op het beslag zijn gebaseerd op de volgende wetsartikelen:
- 9, 22c, 22d, 33, 33a, 63 en 416 van het Wetboek van Strafrecht.

11.De beslissing

De rechtbank:
vrijspraak
- verklaart niet bewezen dat de verdachte de feiten 1, 2 primair, 3, 4 en 5 heeft gepleegd en spreekt hem daarvan vrij;
bewezenverklaring
- verklaart bewezen dat de verdachte het feit 2 subsidiair heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;
- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij;
strafbaarheid feit
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;
strafbaarheid verdachte
- verklaart de verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;
straf
- veroordeelt verdachte tot
een taakstraf van 30 uren;
- beveelt dat voor het geval verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 15 dagen hechtenis;
- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de taakstraf in mindering zal worden gebracht, berekend naar de maatstaf van 2 uren taakstraf per dag;
beslag – feit 2
- verklaart de volgende voorwerpen verbeurd:
 twee simkaarten van T-Mobile (2738540).
- gelast de teruggave aan verdachte van de volgende voorwerpen:
  • een simkaart van Tele2 (2736508);
  • een bankpas van de SNS Bank op naam van [verdachte] (2736516);
  • een bankpas van de ABN AMRO op naam van [verdachte] (2736518);
- gelast de teruggave aan de rechthebbende van het volgende voorwerp:
 Apple airpods (2738199);
vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [aangever 3] – feit 2
  • verklaart [aangever 3] niet-ontvankelijk in de vordering;
  • veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil;
vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij ABN AMRO Bank N.V. – feit 3, 4 en 5
- verklaart ABN AMRO Bank N.V. niet-ontvankelijk in de vordering;
- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil;
vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij ING Bank N.V. – feit 3, 4 en 5
- verklaart ING Bank N.V. niet-ontvankelijk in de vordering;
- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil;
vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij Coöperatieve Rabobank U.A. – feit 3, 4 en 5
- verklaart Coöperatieve Rabobank U.A. niet-ontvankelijk in de vordering;
- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. N.P.J. Janssens, voorzitter, mr. J.T. Pouw en mr. S.E. van den Brink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R.I. van Balkom, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 16 december 2025.
Bijlage I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is na nadere omschrijving van de tenlastelegging ten laste gelegd dat:
feit 1
hij, op of omstreeks 19 november 2020 te Vianen, althans in Nederland,
meermalen, althans eenmaal,
(telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen
ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen
misdrijf om
met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen,
door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door
listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,
een of meerdere rekeninghouder(s), althans enig persoon handelend namens die
rekeninghouder(s), van de RegioBank en/of de ABN AMRO bank, te weten
- [aangever 1] (zaak 12) en/of
- [aangever 2] (zaak 21)
te bewegen tot de afgifte van (een) geldbedrag(en), althans (enig) goed(eren),
door
- zich telefonisch onder valse naam voor te doen als bankmedewerker van de SNS
RegioBank en/of de ABN AMRO bank, en/of
- voornoemde rekeninghouder(s) te vertellen dat een verdachte transactie is
geconstateerd en/of voornoemde rekeninghouder(s) ervan te overtuigen dat een
geldbedrag naar een veiligheidsrekening moet worden overgemaakt teneinde dit
geldbedrag veilig te stellen,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
feit 2
hij, in of omstreeks de periode van 24 oktober 2020 tot en met 19 november 2020 te
Huizen en/of Vianen, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen
opzettelijk en wederrechtelijk
identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische
persoonsgegevens, van een ander, te weten [aangever 3] (zaak 2), heeft gebruikt door
- op naam van voornoemde [aangever 3] een bankrekening bij de ASN Bank te openen,
te weten [rekeningnummer] , en/of
- vanaf voornoemde bankrekening overboekingen te doen naar [website] .nl en/of
[website] .nl en/of [website] , en/of
- telefoonabonnementen op naam van voornoemde [aangever 3] af te sluiten bij T-
Mobile en/of Vodafone,
met het oogmerk om zijn identiteit te verhelen en/of de identiteit van de ander te verhelen
en/of te misbruiken, waardoor enig nadeel kon ontstaan;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen
leiden:
hij, op of omstreeks 19 november 2020 te Vianen, althans in Nederland,
een pinpas van de ASN Bank met rekeningnummer [rekeningnummer] en/of een
simkaart behorend bij telefoonnummer [telefoonnummer] , althans een goed, heeft
verworven, voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen,
terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans
redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
feit 3
hij, in of omstreeks de periode van 26 oktober 2020 tot en met 19 november 2020 te
Huizen en/of Vianen, althans in Nederland,
meermalen, althans eenmaal,
(telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen
opzettelijk en wederrechtelijk in een (gedeelte van) (een) geautomatiseerd(e) werk(en), te
weten computersyste(e)m(en) en/of de server(s) van de Rabobank en/of de RegioBank
en/of de ABN AMRO Bank en/of de ING Bank bevattende (een) account(s) van (klanten
van) voornoemde bank(en), is/zijn binnengedrongen door het doorbreken van een
beveiliging en/of door een technische ingreep en/of met behulp van valse signalen of een
valse sleutel en/of door het aannemen van een valse hoedanigheid
te weten door het inloggen met (een) onrechtmatig verkregen inlogna(a)m(en) en/of
wachtwoord(en) en/of andere (inlog)gegevens van (een) accounthouder(s) van
voornoemde bank(en), te weten van
- [aangever 5] (zaak 3) en/of
- [aangever 6] (zaak 13) en/of
- [aangever 4] (zaak 20) en/of
- [aangever 2] (zaak 21) en/of
- [aangever 7] (zaak 22);
feit 4
hij, in of omstreeks de periode van 15 november 2020 tot en met 16 november
2020 te Huizen en/of Vianen, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen
met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen,
door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of
door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van
verdichtsels,
een rekeninghouder van de Rabobank, te weten [aangever 5] (zaak 3), heeft
bewogen tot afgifte van (een) geldbedrag(en) (te weten € 4.700,- en/of € 4.300,-
), althans (enig) goed(eren) en/of het ter beschikking stellen van inloggegevens
voor internetbankieren,
door
- zich onder valse naam telefonisch voor te doen als medewerker van de
fraudedesk van de Rabobank, en/of
- voornoemde [aangever 5] mee te delen dat er een vreemde transactie was ontdekt
op zijn bankrekeningnummer en/of dat er geld van zijn bankrekening naar een
buitenlandse bankrekening was overgeschreven en/of dat hij slachtoffer was
geworden van oplichting, en/of
- voornoemde [aangever 5] ervan te overtuigen dat hij zijn geld veilig moet stellen
en/of over moest maken naar een (zogenaamde) veilige rekening,
waardoor voornoemde [aangever 5] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte(n);
feit 5
hij, in of omstreeks de periode van 26 oktober 2020 tot en met 17 november 2020
te Huizen en/of Vianen, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen
(telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen
een of meer geldbedrag(en) (hieronder nevengenoemd), welk(e) geldbedrag(en)
geheel of ten dele toebehoorde(n) aan een of meerdere rekeninghouder(s) van de
Rabobank en/of de RegioBank en/of de ABN AMRO Bank en/of de ING Bank, te
weten
- [aangever 5] (zaak 3) (€ 859,- en/of € 15,-) en/of
- [aangever 6] (zaak 13) (€ 999,-) en/of
- [aangever 4] (zaak 20) (€ 9.000,-) en/of
- [aangever 7] (zaak 22) (€ 4.890,-),
althans een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s),
waarbij hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) het weg te nemen goed onder
zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van (een) valse sleutel(s),
te weten onrechtmatig verkregen gebruikersna(a)m(en) en/of wachtwoord(en)
en/of autorisatiecode(s) en/of inlog(gegevens) voor het inloggen op
internetbankieren en/of het autoriseren van een overboeking,
in elk geval (een) sleutel(s) tot het gebruik waarvan hij, verdachte, en/of zijn
mededader(s) niet gerechtigd was/waren.