In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Midden-Nederland op 22 oktober 2025 uitspraak gedaan in een civiele procedure tussen een uitzendkracht, [eiser], en zijn formele werkgever, [gedaagde sub 4], en de inlener, [gedaagde sub 1]. [Eiser] heeft schade geleden tijdens het uitvoeren van zijn werkzaamheden voor [gedaagde sub 1] en vordert schadevergoeding van zowel de formele werkgever als de inlener. De kantonrechter oordeelt dat beide partijen hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade die [eiser] heeft geleden. De schade is ontstaan toen [eiser] tijdens het bezorgen van bloemen met zijn auto tegen een paaltje reed. De kantonrechter stelt vast dat zowel [gedaagde sub 4] als [gedaagde sub 1] niet hebben voldaan aan hun zorgplicht zoals vastgelegd in artikel 7:658 van het Burgerlijk Wetboek, dat werkgevers verplicht om zorg te dragen voor een veilige werkomgeving. De vordering van [gedaagde sub 4] in de vrijwaringsprocedure tegen [gedaagde sub 1] wordt eveneens toegewezen, omdat de inlener verplicht is de werkgever te vrijwaren voor schadeclaims van de werknemer. De kantonrechter wijst de vorderingen van [eiser] toe, inclusief buitengerechtelijke kosten en proceskosten, en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.