Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter van 16 december 2025 in de zaak tussen
[verzoeker sub 1],
[verzoeker sub 2] B.V.,
allebei uit Utrecht, verzoekers
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht(het college), 2.
de burgemeester van de gemeente Utrecht(de burgemeester),
gezamenlijk verweerders
Inleiding
- Heeft het college aan [verzoeker sub 1] een last onder dwangsom opgelegd, inhoudende dat zij binnen vier weken de bedrijfsactiviteiten in strijd met de ter plaatse geldende functie “Wijkcentrumfunctie” moet beëindigen en beëindigd moet houden [1] . Dit op straffe van een dwangsom van € 1.250,- per overtreding, maximaal één constatering per dag, met een maximum van € 5.000,-.
- Heeft de burgemeester een last onder dwangsom aan [verzoeker sub 1] opgelegd, inhoudende dat zij binnen vier weken het ter plaatse exploiteren van een horecabedrijf in de zin van de Horecaverordening zonder vereiste exploitatievergunning moet beëindigen en beëindigd moet houden [2] , dit ook op straffe van een dwangsom van € 1.250,- per overtreding, maximaal één constatering per dag, met een maximum van € 5.000,-.
1 december 2025 hebben verweerders een proces-verbaal van bevindingen van
26 november 2025 ingediend.