Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 november 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
Samenvatting
1.2 Het Uwv heeft de gebreken in de beroepsfase hersteld. Eiser is namelijk alsnog door een verzekeringsarts onderzocht. Tussen partijen is de hoogte van het dagloon niet langer in geschil. Ook heeft het Uwv alsnog stukken overgelegd waaruit de hoogte van het uurloon van de geduide functies per 25 oktober 2023 volgt. De rechtbank komt tot het oordeel dat het medisch onderzoek niet langer onzorgvuldig is en zij kan de medische en arbeidskundige beoordeling volgen. De rechtbank ziet daarom aanleiding om de rechtsgevolgen van de bestreden besluiten in stand te laten, omdat het Uwv de mate van arbeidsongeschiktheid terecht heeft vastgesteld op 64,30% per 25 april 2023 en op 64,61% per 25 oktober 2023. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Voorgeschiedenis en besluitvorming
2.1 Naar aanleiding van de bezwaren heeft een verzekeringsarts bezwaar en beroep geconcludeerd dat er aanleiding bestaat om de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) aan te passen. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft geconcludeerd dat een onjuist indexeringspercentage is gebruikt en heeft één geduide functie niet geschikt bevonden. Er bleven voldoende functies over. Dit heeft geleid tot een verhoging van de mate van arbeidsongeschiktheid naar 63,83%. Het Uwv heeft met het bestreden besluit van 1 oktober 2024 het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit van 14 april 2023 ongegrond verklaard. Het Uwv heeft met het tweede bestreden besluit van 1 oktober 2024 het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit van 11 augustus 2023 ongegrond verklaard, omdat de mate van arbeidsongeschiktheid nog steeds valt in de klasse 55-65%.
Beoordeling door de rechtbank
Bij haar beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het Uwv besluiten over iemands arbeidsongeschiktheid mag baseren op rapporten van verzekeringsartsen. Die rapporten moeten dan wel aan de volgende drie voorwaarden voldoen. De rapporten:
- zijn op een zorgvuldige manier tot stand zijn gekomen;
- bevatten geen tegenstrijdigheden;
- zijn voldoende begrijpelijk.