ECLI:NL:RBMNE:2025:6702

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
8 december 2025
Publicatiedatum
16 december 2025
Zaaknummer
UTR 24/6446
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onbevoegdheid van de rechtbank in bestuursrechtelijke zaak betreffende verzoek tot verwijdering van blogs

Op 8 december 2025 heeft de Rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, uitspraak gedaan in de zaak tussen eiser en de vereniging Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Eiser had beroep ingesteld tegen een bericht van de vereniging waarin werd aangegeven dat niet kon worden voldaan aan zijn verzoek om een aantal blogs te verwijderen van de website, omdat deze website wordt beheerd door de Stichting Caribische Letteren. De vereniging heeft hierop gereageerd met een verweerschrift. Tijdens de zitting op 8 december 2025 waren zowel eiser als vertegenwoordigers van de vereniging aanwezig.

De rechtbank heeft beoordeeld of de vereniging Maatschappij der Nederlandse Letterkunde kan worden aangemerkt als bestuursorgaan. De rechtbank concludeert dat dit niet het geval is, omdat de vereniging niet is opgericht krachtens een wettelijk voorschrift voor de uitvoering van een overheidstaak en haar activiteiten niet in het kader van een publieke taak uitvoert. De rechtbank stelt vast dat de activiteiten van de vereniging niet door de overheid worden bekostigd en dat het belang van de maatschappij niet gelijkstaat aan een overheidstaak.

Aangezien de beslissing niet afkomstig is van een bestuursorgaan, verklaart de rechtbank zich onbevoegd om van het beroep kennis te nemen. Eiser kan zich met deze zaak uitsluitend tot de burgerlijke rechter wenden. De uitspraak is openbaar gedaan en partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om in hoger beroep te gaan. De rechtbank heeft zich onbevoegd verklaard en de uitspraak is gedaan door mr. G. Schnitzler, in aanwezigheid van griffier mr. L.E. Mollerus.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/6446

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van

8 december 2025 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser

en

De vereniging Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, de vereniging,

(gemachtigde: mr. [gemachtigde] ).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het bericht van de vereniging van 27 september 2024, dat zij aan het verzoek van eiser om een aantal blogs te verwijderen van de website [internetsite] , niet kan voldoen, omdat de website wordt beheerd door de Stichting Caribische Letteren.
1.1.
De vereniging heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep van eiser op 8 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en namens de vereniging: [persoon1] en [persoon2] en hun gemachtigde.
1.3.
Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de rechtbank

2. Bij de bestuursrechter kan een belanghebbende uitsluitend beroep instellen tegen een besluit afkomstig van een bestuursorgaan.
2.1.
De rechtbank is van oordeel dat de vereniging Maatschappij der Nederlandse Letteren niet kan worden aangemerkt als een bestuursorgaan. [1] Niet is gebleken dat de vereniging als privaatrechtelijke rechtspersoon is opgericht krachtens een wettelijk voorschrift voor de uitvoering van een overheidstaak. De vereniging voert haar activiteiten ook niet uit in het kader van een publieke taak. Dat de vereniging haar culturele activiteiten uitvoert in het belang van de maatschappij, betekent nog niet dat het gaat om een overheidstaak. De activiteiten van de vereniging worden ook niet door de overheid bekostigd.
2.2.
Omdat tegen een beslissing die niet afkomstig is van een bestuursorgaan, geen beroep kan worden ingesteld bij de bestuursrechter, verklaart de bestuursrechter zich onbevoegd van het beroep kennis te nemen. Eiser kan zich met deze zaak uitsluitend tot de burgerlijke rechter wenden.
3. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.

Beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 8 december 2025 door mr. G. Schnitzler, rechter, in aanwezigheid van mr. L.E. Mollerus, griffier.
griffier
rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, onder a of onder b, van de Awb.