ECLI:NL:RBMNE:2025:6703
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vaststelling WOZ-waarde vrijstaande woning te Utrecht
Eiseres betwist de vastgestelde WOZ-waarde van haar vrijstaande woning in Utrecht, die door de heffingsambtenaar is vastgesteld op € 751.000,- per 1 januari 2023 voor het belastingjaar 2024. De heffingsambtenaar onderbouwt deze waarde met een waarderapport waarin drie vergelijkbare woningen worden aangevoerd als referentie.
De rechtbank beoordeelt dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. De referentiewoningen zijn ruim, vrijstaand en gelegen in hetzelfde waardegebied, met verkoopprijzen rondom de waardepeildatum. De verschillen in bouwjaar, perceelgrootte en voorzieningen zijn door de heffingsambtenaar verantwoord en de rechtbank volgt dit oordeel.
Eiseres voert diverse beroepsgronden aan, waaronder ongeschiktheid van referentiewoningen, afwijkende perceelvorm en geluidsoverlast door een verkeersdrempel. Deze gronden worden door de rechtbank gemotiveerd verworpen, mede omdat het systeem van de Wet WOZ vereist dat jaarlijks de waarde wordt vastgesteld op basis van actuele vergelijkingen en niet op basis van voorgaande jaren.
De rechtbank concludeert dat de heffingsambtenaar binnen het wettelijke kader heeft gehandeld en verklaart het beroep ongegrond. Eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of taxatiekosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van € 751.000,- wordt ongegrond verklaard.