ECLI:NL:RBMNE:2025:6713
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake bouwstop en dwangsom
In deze zaak heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Midden-Nederland op 12 december 2025 uitspraak gedaan in een verzoek om een voorlopige voorziening. Verzoeker, die een bouwwerk aan het bouwen was zonder omgevingsvergunning, kreeg op 30 september 2025 een bouwstop opgelegd door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Ronde Venen. Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat hij een dwangsom verbeurt bij het afronden van de dakafwerking van het bouwwerk.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek afgewezen, omdat het kennelijk ongegrond was. De rechter oordeelde dat verzoeker geen spoedeisend belang had bij zijn verzoek, aangezien het college had verklaard dat hij het bouwwerk wind- en waterdicht mocht maken met provisorische materialen. Daarnaast was er geen sprake van evident onrechtmatigheid van het bestreden besluit, wat een voorwaarde is voor het treffen van een voorlopige voorziening zonder spoedeisend belang. De voorzieningenrechter concludeerde dat er geen aanleiding was om de belangenafweging in het voordeel van verzoeker te laten uitvallen.
De uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, in aanwezigheid van griffier mr. R. van Manen, en is openbaar uitgesproken op 12 december 2025. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.