ECLI:NL:RBMNE:2025:6715
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid van de rechtbank in schadeveroorzakende gebeurtenissen door politiehandelen
Op 8 december 2025 heeft de Rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, uitspraak gedaan in de zaak tussen eiser en het college van Procureurs-Generaal. Eiser had op 12 maart 2025 beroep ingesteld tegen een besluit van het college van Procureurs-Generaal, waarin zijn verzoek om schadevergoeding was afgewezen. Eiser stelde dat er nieuwe feiten en omstandigheden waren die de afwijzing onterecht maakten, en verwees naar een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 12 juni 2024. Tijdens de zitting op 8 december 2025 was eiser aanwezig, maar de verweerder was niet vertegenwoordigd.
De rechtbank heeft in haar beoordeling geconcludeerd dat zij niet bevoegd is om van het beroep kennis te nemen. Volgens de rechtbank moet er een besluit zijn in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) om te kunnen procederen bij de bestuursrechter. De brief van 11 januari 2011, waarin het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen, kan niet als een besluit worden aangemerkt dat onder de Awb valt, omdat het betrekking heeft op schadeveroorzakende gebeurtenissen door feitelijk handelen van de politie. De rechtbank heeft daarom verklaard zich onbevoegd en gewezen op de mogelijkheid voor eiser om een procedure bij de civiele rechter te starten.
De uitspraak is openbaar gedaan en partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om in hoger beroep te gaan. Eiser kan binnen zes weken na verzending van het proces-verbaal een hogerberoepschrift indienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.