ECLI:NL:RBMNE:2025:6722
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wegens strafrechtelijke veroordeling voor witwassen
In deze zaak heeft verzoekster op 10 september 2025 een verzoekschrift ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Dit verzoek is behandeld op de zitting van 17 november 2025, waarbij verzoekster en haar schuldhulpverleners aanwezig waren. Verzoekster had van 2009 tot 2022 een schoonmaakbedrijf, maar door de coronacrisis en haar gezondheid daalden de bedrijfsinkomsten. In 2020 raakte zij betrokken bij witwaspraktijken, wat leidde tot een veroordeling in 2022. Ondanks haar veroordeling heeft verzoekster in 2023 cassatie ingesteld, maar de behandeling hiervan is nog niet geweest. Haar totale schuldenlast bedraagt € 187.186,74.
De rechtbank oordeelt dat op basis van artikel 288 Fw het verzoek tot schuldsanering alleen kan worden toegewezen als de schuldenaar te goeder trouw is geweest. Aangezien verzoekster een onherroepelijke strafrechtelijke veroordeling heeft voor een misdrijf, kan haar verzoek niet worden toegewezen. De rechtbank concludeert dat er onvoldoende bijzondere omstandigheden zijn die een uitzondering op deze regel rechtvaardigen. Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt dan ook afgewezen.