Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.De beoordeling
3.De beslissing
[betrokkene] ,
[handelsnaam 1] ,
[handelsnaam 2] ,
en tot bewindvoerder mevrouw [beschermingsbewindvoerder 2] , [postadres] , [postcode 2] [plaats] ,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Betrokkene diende een verzoek in tot opheffing van het faillissement van 23 januari 2024 en gelijktijdige toepassing van de schuldsaneringsregeling (WSNP). De curator bracht op 27 oktober 2025 advies uit, waarin werd vastgesteld dat betrokkene geen nieuwe schulden had gemaakt tijdens het faillissement en aan de goede trouw toets voldeed. Er was een aanzienlijke belastingschuld, grotendeels ambtshalve, maar dit stond omzetting niet in de weg.
Tijdens de zitting van 17 november 2025 verschenen betrokkene met zijn beschermingsbewindvoerder en de curator met een collega. De rechtbank oordeelde dat aan de wettelijke vereisten van artikel 288 lid 1 Faillissementswet Pro was voldaan en dat er geen gronden waren om het verzoek af te wijzen.
De normale duur van de WSNP is 18 maanden, maar betrokkene had tijdens het faillissement al een bedrag van €6.383,97 afgedragen aan de boedel, met een maandelijkse afloscapaciteit van €759,96. Dit kwam neer op ongeveer 9 maanden aflossing, waardoor de rechtbank de looptijd van de schuldsaneringsregeling verkortte tot 9 maanden.
De rechtbank stelde tevens de faillissementskosten en het salaris van de curator vast, met een maximum van €12.335,35 exclusief btw. Het faillissement werd opgeheven, de WSNP werd van toepassing verklaard, een rechter-commissaris en bewindvoerder werden benoemd, en eventueel gelegde beslagen vervielen. De bewindvoerder kreeg last tot het openen van aan betrokkene gerichte post.
Uitkomst: Faillissement opgeheven en schuldsaneringsregeling met verkorte looptijd van 9 maanden toegewezen.