Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.[B] ,
2.
[C],
3.
[D],
1.[B] ,
2.
[C],
[A],
1. De procedure
2.De feiten
[erflaatster], geboren in [plaats 5] op [1938] , met als laatste woonplaats [plaats 2] , hierna: erflaatster.
3.Het geschil
4.De beoordeling
Bezwaar tegen eiswijziging en producties
€ 154,25, 17 mei 2021 € 80,02, 23 mei 2021 € 93,87 en zo meer), een nieuwe wc-bril, € 248,91 Apple pay, diverse restaurantbezoeken, opname bij een Geldmaat van
€ 200,00, overboeking van € 500,00 zonder omschrijving en bijvoorbeeld de aanschaf van een wasmachine, één week voor overlijden, voor een bedrag van
€ 581,95. De aanwezige inboedel is niet verdeeld maar verkocht/toegeëigend door [B (voornaam)] zonder overleg.
€ 23.902,54 + € 241,85 + € 3.724,97).
€ 8.000,00 (minimale waarde sieraden)= € 20.702,54. Iedere deelgenoot is hierin voor een bedrag van € 5.175,64 gerechtigd.
€ 23.902,54 onbevoegd zijn gedaan en moeten worden terugbetaald aan de nalatenschap.
€ 8.000,00.
€ 6.600,63;
€ 10.000,00.
€ 100,00 per dag voor iedere dat dat zij daarmee in gebreke blijven met een maximum van € 10.000,00.
5.De beslissing
€ 6.600,63;
€ 100,00 per dag voor iedere dat dat zij daarmee in gebreke blijven met een maximum van € 10.000,00,