ECLI:NL:RBMNE:2025:6733

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
20 november 2025
Publicatiedatum
16 december 2025
Zaaknummer
C/16/23/162 R
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 350 lid 3 sub c Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot verlenging en verlaging afdracht in schuldsaneringsregeling

De rechtbank Midden-Nederland heeft bij vonnis van 27 december 2023 de schuldsaneringsregeling van toepassing verklaard op de schuldenaar. Bij vonnis van 19 juni 2025 is de regeling verlengd tot uiterlijk 27 juni 2026, waarbij de schuldenaar verplicht werd maandelijks € 1.000,- af te dragen.

Op 31 oktober 2025 heeft de bewindvoerder namens de schuldenaar verzocht om een verlenging van de regeling met zes maanden en een verlaging van de maandelijkse afdracht naar € 500,-. De rechter-commissaris heeft dit verzoek afgewezen omdat de schuldenaar reeds een laatste kans heeft gekregen en de omstandigheden rondom zijn arbeidssituatie geen reden vormen voor verlenging of verlaging.

De rechter-commissaris stelt vast dat de schuldenaar ondanks baanwisselingen een vergelijkbaar inkomen heeft en slechts € 1.500,- heeft afgedragen sinds de verlenging. Daarom dient de schuldenaar de verplichtingen uit het vonnis van 19 juni 2025 onverkort na te komen. Bij niet-naleving zal de regeling worden voorgedragen voor tussentijdse beëindiging.

Uitkomst: Het verzoek tot verlenging van de looptijd en verlaging van de maandelijkse afdracht wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Civiel recht
Locatie Utrecht
zaaknummer: C/16/23/162 R
Beschikking over verzoek verlenging van de looptijd en verlaging van de maandelijkse afdrachtplicht
in de zaak van
[schuldenaar]
,
geboren op [geboortedatum] 1973, te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] , [postcode] [woonplaats] ,
hierna: schuldenaar.

1.De procedure

1.1.
Bij het vonnis van deze rechtbank van 27 december 2023 is de schuldsaneringsregeling van toepassing verklaard op de schuldenaar. De bewindvoerder is [bewindvoerder] . Rechter-commissaris is mr. G. Konings. De rechtbank heeft bij vonnis van 19 juni 2025 besloten de schuldsaneringsregeling te verlengen tot uiterlijk 27 juni 2026, zodat schuldenaar de opgelopen boedelachterstand kan inlopen. Schuldenaar is bij dat vonnis vrijgesteld van de overige verplichtingen, onder de voorwaarde dat hij € 1.000,- per maand aan de boedel zal afdragen.
1.2.
[bewindvoerder] heeft, namens de schuldenaar, op 31 oktober 2025 verzocht om de duur van de schuldsanering nogmaals te verlengen met zes maanden (tot 27 december 2026) en de maandelijkse afdracht te verlagen naar € 500,- per maand.

2.De beoordeling

2.1.
De rechter-commissaris wijst het verzoek af. Hieronder legt de rechter-commissaris uit hoe hij tot zijn oordeel is gekomen.
(Nogmaals) Verlengen van de looptijd
2.2.
Bij de eindzitting van 19 juni 2025 heeft de rechtbank besloten schuldenaar nog een laatste kans te geven. De rechtbank heeft toen besloten de looptijd met twaalf maanden te verlengen, of zoveel korter tot de achterstand is ingelopen. De schuldenaar dient minimaal € 1.000,- per maand aan de boedel af te dragen gedurende de verlenging. De rechter-commissaris is van oordeel dat schuldenaar gelet op deze beslissing al een laatste kans heeft gehad en ziet dan ook geen reden om nogmaals de looptijd van de schuldsaneringsregeling te verlengen. Het feit dat schuldenaar vanaf 7 juni 2025 bij zijn vorige werkgever was vrijgesteld van arbeid maakt het oordeel van de rechter-commissaris niet anders. De arbeidsovereenkomst is pas beëindigd op 31 augustus 2025, en hij heeft ook tot die tijd doorbetaald gekregen, en op 1 september 2025 is schuldenaar bij zijn huidige werkgever aan de slag gegaan. De rechter-commissaris is daarom van oordeel dat dit geen reden kan zijn van een mogelijke vertraging. Daar komt bij dat schuldenaar op de eindzitting van 19 juni 2025 van deze situatie al op de hoogte was en dit toen niet aan de rechtbank of de bewindvoerder heeft gemeld.
Verlagen van de maandelijkse afdracht
2.3.
De bewindvoerder heeft aan de rechter-commissaris laten weten dat de boedelachterstand op 28 oktober 2025 € 13.408,95 is. Schuldenaar heeft sinds de verlenging slechts € 1.500,- afgedragen, waarbij € 1.000,- op 8 juli 2025 en € 500,- op 22 september 2025. Schuldenaar zou volgens de bewindvoerder in staat moeten zijn om € 1.000,- per maand te kunnen afdragen, omdat zijn inkomen toereikend is. De rechter-commissaris ziet dan ook geen reden om de maandelijkse afdracht te verlagen naar € 500,- per maand. Ook hier maakt het feit dat schuldenaar is gewisseld van baan, het oordeel van de rechter-commissaris niet anders. De aflossing van € 1.000,- is vastgesteld aan de hand van het vorige inkomen (€ 7.005,26), en dit was vrijwel hetzelfde als het huidige inkomen.
2.4.
Het voorgaande heeft tot gevolg dat schuldenaar de verplichtingen die uit het vonnis van 19 juni 2025 voortvloeien onverkort dient na te komen. Indien de schuldenaar in gebreke blijft zal de rechter-commissaris de schuldsaneringsregeling voordragen voor tussentijdse beëindiging op grond van artikel 350 lid 3 sub c Faillissementswet Pro.

3.De beslissing

De rechter-commissaris:
3.1.
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. G. Konings, in aanwezigheid van de griffier R.A. Oelen, op 20 november 2025.