ECLI:NL:RBMNE:2025:6747

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
17 december 2025
Publicatiedatum
17 december 2025
Zaaknummer
UTR 25/2271
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling van het arbeidsongeschiktheidspercentage van eiseres in het kader van de WIA

In deze zaak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het besluit van het Uwv waarin het arbeidsongeschiktheidspercentage is vastgesteld op 53,54%. Eiseres is het hier niet mee eens en voert aan dat zij verdergaand beperkt is dan aangenomen. Daarnaast zijn de functies volgens eiseres voor haar niet geschikt. Het Uwv blijft bij het bestreden besluit. De rechtbank zal beoordelen of het Uwv het arbeidsongeschiktheidspercentage van eiseres juist heeft vastgesteld, met de medische situatie per 12 februari 2024 als beoordelingsdatum.

Eiseres was werkzaam als [functie] voor 35,86 uur per week en heeft zich op 14 februari 2022 ziek gemeld vanwege een Covid-19 infectie. Haar contract is per 14 mei 2022 beëindigd vanwege faillissement van haar werkgever. Het Uwv heeft aansluitend een Ziektewet-uitkering toegekend. Op 14 november 2023 heeft eiseres een WIA-uitkering aangevraagd, maar deze werd aanvankelijk afgewezen. Na bezwaar heeft het Uwv het bezwaar gegrond verklaard en een WIA-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 53,54% en een vergoeding voor gemaakte kosten.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De rechtbank heeft het beroep op 5 november 2025 behandeld, waarbij de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het Uwv aanwezig waren. Eiseres zelf was niet verschenen. De rechtbank stelt voorop dat het Uwv zijn besluiten over arbeidsongeschiktheid mag baseren op rapporten van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen, mits deze rapporten aan bepaalde eisen voldoen. Eiseres moet aannemelijk maken dat deze rapporten niet aan de eisen voldoen.

De rechtbank oordeelt dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep in zijn rapport van 9 januari 2025 voldoende heeft gemotiveerd waarom hij verdergaande beperkingen aanneemt. Eiseres heeft geen medische stukken overgelegd om het standpunt van de verzekeringsarts te weerleggen. De rechtbank concludeert dat het Uwv het arbeidsongeschiktheidspercentage van eiseres terecht heeft vastgesteld op 53,54%. Eiseres krijgt geen gelijk en het beroep wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/2271

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 december 2025 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. V.C.D. Klaassen),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen(Uwv), verweerder
(gemachtigde: mr. J.J. Grasmeijer).

Inleiding

1. In deze zaak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het besluit van het Uwv waarin het arbeidsongeschiktheidspercentage is vastgesteld op 53,54%. Eiseres is het hier niet mee eens en voert aan dat zij verdergaand beperkt is dan aangenomen. Daarnaast zijn de functies volgens eiseres voor haar niet geschikt. Het Uwv blijft bij het bestreden besluit. Aan de hand van wat partijen naar voren hebben gebracht, zal de rechtbank beoordelen of het Uwv het arbeidsongeschiktheidspercentage van eiseres juist heeft vastgesteld. Daarbij gaat het om de medische situatie per 12 februari 2024, dat is de datum in geding (de beoordelingsdatum).
Voorgeschiedenis en besluitvorming
2. Eiseres was werkzaam als [functie] voor 35,86 uur per week. Zij heeft zich op 14 februari 2022 ziek gemeld voor haar werk vanwege een Covid 19 infectie. Per 14 mei 2022 is haar contract beëindigd vanwege faillissement van haar werkgever. Het Uwv heeft aansluitend aan eiseres een Ziektewet-uitkering toegekend.
3. Op 14 november 2023 heeft eiseres een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) aangevraagd. Het Uwv heeft deze aanvraag met het besluit van 19 maart 2024 afgewezen, omdat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Eiseres heeft daartegen bezwaar gemaakt. Met het bestreden besluit van 7 maart 2025 heeft het Uwv het bezwaar gegrond verklaard en aan eiseres alsnog een WIA-uitkering toegekend in de vorm van een loongerelateerde WGA [1] -uitkering met ingang van 12 februari 2024. Deze uitkering is gebaseerd op een mate van arbeidsongeschiktheid van 53,54%. Het Uwv heeft aan eiseres een vergoeding voor de gemaakte kosten in bezwaar vergoed.
4. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
Het Uwv heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
5. De rechtbank heeft het beroep op 5 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het Uwv.
Eiseres is niet verschenen.

Beoordelingskader

6. Bij het beoordelen van de zaak stelt de rechtbank voorop dat het Uwv zijn besluiten over arbeidsongeschiktheid in principe mag baseren op rapporten van zijn verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen. Deze rapporten moeten wel aan een aantal eisen voldoen: zij moeten op zorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen, ze mogen geen tegenstrijdigheden bevatten en de conclusies moeten logisch voortvloeien uit de rapporten. Het is aan eiseres om aannemelijk te maken dat de rapporten die over haar zijn opgesteld niet aan deze eisen voldoen. Voor het aannemelijk maken dat de gegeven medische beoordeling onjuist is, is in principe een rapport van een arts nodig. Dit brengt mee dat de manier waarop eiseres zelf haar gezondheidsklachten ervaart, hiervoor onvoldoende is.

Beoordeling door de rechtbank

De medisch inhoudelijke beoordeling
7. Eiseres stelt dat haar psychische beperkingen zijn onderschat en dat zij verdergaand beperkt is. Vanwege haar recidiverende depressieve stoornis heeft zij ernstige beperkingen ten aanzien van haar stemming, energie, motivatie en sociale interactie. Ook heeft zij angstklachten en een slaapstoornis. Deze klachten zijn structureel en langdurig en hebben een grote impact op haar dagelijks functioneren, waarbij zij afhankelijk is van hulp van familie en vanuit de WMO. Zo is zij ook niet in staat om zelfstandig voor de kinderen te zorgen. Ze heeft langdurige hulptrajecten doorlopen zonder significante verbetering. Er is juist sprake van een toename in haar psychische klachten. Dat maakt dat zij zich ook niet kan concentreren. Op de zitting heeft de gemachtigde van eiseres toegelicht dat de thuissituatie onveranderd is, zodat eiseres stressgerelateerde spierklachten houdt en haar energieniveau laag is. Daardoor heeft zij ook fysieke klachten, zodat zij onder meer beperkt is voor frequent buigen en staan en lopen en zwaar tillen. Eiseres stelt verder dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep wel heeft onderkend dat zij is aangewezen op een werkomgeving zonder intense auditieve en visuele prikkels, maar dat zij dat niet terugziet in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
8.1
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep in zijn rapport van 9 januari 2025 begrijpelijk en concreet gemotiveerd waarom hij aanleiding ziet om verdergaande beperkingen aan te nemen dan door de primaire verzekeringsarts waren aangenomen. Juist vanwege de aard en de ernst van de psychische problematiek op en rond de beoordelingsdatum en de onveranderde thuissituatie die daarvan een belangrijke aanleiding is.
8.2
De rechtbank kan de motivering van de verzekeringsarts bezwaar en beroep volgen en ziet geen reden om te twijfelen aan de medische beoordeling. De verzekeringsarts bezwaar en beroep gaat in zijn overwegingen uitgebreid in op de psychische problematiek van eiseres. Hij ziet in het functioneren aanwijzingen voor de aanwezigheid van een angststoornis en meent dat de continu aanwezige stemmings- en angstklachten leiden tot een groter energieverbruik. Hij ziet daarin ook aanleiding voor een urenbeperking op energetische gronden, want als gevolg van de angstklachten is er ook sprake van een slaap-waakstoornis. Daardoor zijn er verminderde mogelijkheden tot recuperatie in de nacht met als gevolg een verhoogde rustbehoefte overdag.
8.3
In zijn rapport is verzekeringsarts bezwaar en beroep ook ingegaan op de door eiseres in beroep opnieuw aangevoerde punten ten aanzien van beperkingen op het gebied van geluidsbelasting, het vasthouden en verdelen van de aandacht, herinneren en handelingstempo in het dagelijks leven en de vertaalslag daarvan naar de FML. Zo acht hij eiseres vanwege de prikkelgevoeligheid als gevolg van de angstklachten aangewezen op een werkomgeving zonder intense auditieve en visuele prikkels en is dit opgenomen in de FML. Ook heeft hij uitgelegd waarom hij eiseres niet beperkt acht voor verdelen van aandacht en handelingstempo in het dagelijks leven. Wel dat hij eiseres aangewezen acht op voorspelbare werkzaamheden zonder veelvuldige storingen en geen hoog handelingstempo indien het geen routinematige taken betreffen. Verder heeft hij gemotiveerd waarom hij geen aanleiding ziet voor beperkingen in de lichamelijke belastbaarheid. Daarbij heeft hij de stress gerelateerde spierspanningsklachten benoemd en overwogen dat passend werk dat in overeenstemming is met de FML van belang is. Met passend werk is het optreden van psychische stress en mentale overbelasting te voorkomen en daarmee ook het ontstaan van de door eiseres benoemde lichamelijke klachten.
8.4
De rechtbank kan het medisch oordeel van verzekeringsarts bezwaar en beroep in zijn rapport van 9 januari 2025 en in zijn aanvullend rapport van 21 februari 2025 goed volgen. Eiseres heeft geen medische stukken overgelegd om hiermee het gemotiveerde standpunt van de verzekeringsarts bezwaar en beroep te weerleggen. Eiseres heeft dan ook onvoldoende twijfel gezaaid dat het medisch oordeel onjuist is. Het feit dat eiseres het er niet mee eens is en daarom vindt dat er nog verdergaande beperkingen aangenomen moeten worden, is onvoldoende.
Arbeidskundige beoordeling
9. Eiseres voert aan dat de geselecteerde voorbeeldfuncties niet passend voor haar zijn. Zo vereist de functie Archiefmedewerker de nodige concentratie en prikkelverwerking en dat houdt zij niet vol, vanwege haar cognitieve beperkingen. Ook de functie Schadecorrespondent is niet geschikt, vanwege het directe contact met klanten en het moeten kunnen hanteren van conflicten. Eiseres acht ook de functie Postbezorger niet voor haar geschikt vanwege de fysieke belasting in deze functie, zoals het tillen en reiken.
10.1
De rechtbank is van oordeel dat het Uwv met het arbeidsdeskundig rapport van
12 januari 2025 en het aanvullend rapport van 5 maart 2025 deugdelijk heeft gemotiveerd dat de voorbeeldfuncties de belastbaarheid van eiseres niet overschrijden en dus passend zijn. In die rapporten is de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep specifiek en gemotiveerd ingegaan op de door eiseres genoemde punten.
10.2
In reactie op wat op de zitting is aangevoerd over de ongeschiktheid van de functies heeft de gemachtigde van het Uwv verwezen naar de arbeidsdeskundige onderbouwing waarom de functies wel geschikt zijn voor eiseres. De functies hebben een routinematig karakter, er is geen sprake van afleidende prikkels en in geen van de functies komt conflicthantering voor en fysiek klantcontact. Ook worden er geen deadlines of productiepieken gesteld. De rechtbank vindt de toelichting op de arbeidskundige beoordeling begrijpelijk. Voor het overige is de stelling dat eiseres de functies niet kan verrichten in feite gericht tegen de FML, die onderdeel is van de medische beoordeling. De rechtbank heeft onder 8 al geoordeeld dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat die beoordeling onjuist is.
10.3
De rechtbank ziet daarom ook geen aanleiding om te oordelen dat de arbeidsdeskundige beoordeling onjuist is. Het Uwv heeft de functies aan de schatting van de mate van arbeidsongeschiktheid ten grondslag kunnen leggen. Hieruit volgt ook dat het Uwv het arbeidsongeschiktheidspercentage van eiseres juist heeft vastgesteld.

Conclusie en gevolgen

11. Eiseres krijgt geen gelijk. Het Uwv heeft terecht beslist dat eiseres op
12 februari 2024 voor 53,54% arbeidsongeschikt is. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van
mr. M.S.D. de Weerd, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 17 december 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.WGA staat voor Werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten.