ECLI:NL:RBMNE:2025:6751

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
17 december 2025
Publicatiedatum
17 december 2025
Zaaknummer
16/025323-25
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verkrachting en dwang met vrijspraak op andere feiten

In deze zaak heeft de rechtbank Midden-Nederland op 17 december 2025 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen de verdachte, die beschuldigd werd van verkrachting en dwang. De feiten vonden plaats op 12 en 19 mei 2024, waarbij de verdachte de woning van de aangeefster zonder toestemming binnenging en haar onder dwang seksuele handelingen liet ondergaan. De rechtbank oordeelde dat de verklaringen van de aangeefster betrouwbaar waren en dat er voldoende steunbewijs was voor de beschuldigingen van verkrachting en dwang. De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaar en een maatregel tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking voor de duur van vijf jaar. De rechtbank sprak de verdachte vrij van andere beschuldigingen, waaronder poging tot verkrachting en bedreiging, omdat deze niet bewezen konden worden. De rechtbank hield rekening met de ernst van de feiten en de impact op de aangeefster, die psychologische hulp nodig had na de gebeurtenissen. De verdachte werd ook veroordeeld tot schadevergoeding aan de benadeelde partij, die materiële en immateriële schade had geleden door de daden van de verdachte.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats: Utrecht
Parketnummer: 16/025323-25
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 17 december 2025 in de strafzaak van:
[verdachte],
geboren op [1972] in [geboorteplaats] ,
gedetineerd in de [verblijfplaats] ,
hierna: de verdachte.

1.Zitting

De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van
3 december 2025.
Op de zitting waren aanwezig:
  • de verdachte;
  • de officier van justitie: mr. M. Rademaker;
  • de advocaat van de verdachte: mr. R.J. Pardijs;
  • de benadeelde partij: [slachtoffer] ;
  • de advocaat van de benadeelde partij: mr. M. Rotgans.

2.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:
feit 1
op 19 mei 2024 in [plaats] [slachtoffer] heeft verkracht;
feit 2
primair
op 12 mei 2024 in [plaats] [slachtoffer] geprobeerd heeft te verkrachten;
subsidiair
op 12 mei 2024 in [plaats] [slachtoffer] heeft bedreigd;
meer subsidiair
op 12 mei 2024 in [plaats] [slachtoffer] heeft gedwongen iets te doen, niet te doen en/of te dulden;
feit 3
in de periode van 11 mei 2024 tot en met 28 januari 2025 in Bilthoven, kinderporno heeft verworven, in bezit heeft gehad en/of zich door middel van een geautomatiseerd werk de toegang daartoe heeft verschaft.
De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.

3.Bewijs

3.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte de feiten 1, 2 primair en 3 heeft gepleegd. De standpunten van de officier van justitie worden – voor zover van belang voor de beoordeling – besproken in paragraaf 4.3.1
3.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat van de verdachte verzoekt de rechtbank om de verdachte vrij te spreken van de feiten 1, 2 primair en subsidiair en 3. Met betrekking tot feit 2 meer subsidiair refereert de advocaat van de verdachte zich aan het oordeel van de rechtbank. De advocaat van de verdachte voert verschillende verweren over het bewijs. Deze worden - voor zover van belang voor de beoordeling - hierna besproken onder paragraaf 4.3.
3.3.
Oordeel van de rechtbank
Vrijspraak
De rechtbank oordeelt dat feit 2 primair (poging tot verkrachting), feit 2 subsidiair (bedreiging) en feit 3 (verwerven van/in bezit hebben van/toegang verschaffen tot kinderporno) niet zijn bewezen en zal de verdachte daarvan vrijspreken. De rechtbank legt hierna uit waarom.
3.3.1
Vrijspraak feit 2 primair
De verdachte is op 12 mei 2024 de woning van aangeefster zonder haar toestemming binnengekomen. Hij heeft zijn hand op haar mond gelegd en heeft haar gemaand stil te zijn. De rechtbank kan uit het dossier niet afleiden dat de verdachte op 12 mei 2024 de intentie had aangeefster te verkrachten. Aangeefster heeft verklaard dat zij door het gedrag van de verdachte niet dacht dat hij haar wilde verkrachten (pagina 156). De rechtbank spreekt de verdachte vrij van poging tot verkrachting.
3.3.2
Vrijspraak feit 2 subsidiair
Uit het dossier kan de rechtbank niet opmaken dat de opzet van de verdachte erop gericht was aangeefster te bedreigen. De opzet van de verdachte was naar het oordeel van de rechtbank meer gericht op de ook ten laste gelegde dwang (feit 2 meer subsidiair). De verdachte heeft de ten laste gelegde handelingen, zoals het dichtdrukken van de mond van aangeefster en het roepen van de woorden ‘stil, stil’ en ‘wil je dood’ verricht om aangeefster te laten dulden dat hij in de woning was en om te voorkomen dat zij alarm zou slaan. Daarnaast heeft de rechtbank uit het dossier niet kunnen opmaken dat de verdachte bij aangeefster de redelijke vrees heeft kunnen doen ontstaan dat hij daadwerkelijk gevolg zou geven aan zijn woorden. De rechtbank spreekt de verdachte vrij van bedreiging.
3.3.3.Vrijspraak feit 3
Op de laptops van de verdachte zijn 6701 kinderpornografische afbeeldingen gevonden in de ‘
unallocated clusters’. Bestanden die daar staan, zijn niet zonder meer te zien of te benaderen door een gebruiker van de computer. De kinderpornografische afbeeldingen waren dus niet meer te benaderen voor de verdachte. Wel heeft deze kinderporno op de gegevensdragers van de verdachte gestaan en heeft de verdachte zich daartoe ooit de toegang verschaft. De rechtbank kan op basis van het dossier, bij gebreke van identificerende gegevens zoals het tijdstempel, echter niet vaststellen of deze afbeeldingen op enig moment in de ten laste gelegde periode wél voor de verdachte benaderbaar waren. Daarom spreekt de rechtbank de verdachte vrij van het verwerven, in bezit hebben en/of zich door middel van een geautomatiseerd werk de toegang verschaffen tot kinderpornografische afbeeldingen in de ten laste gelegde periode.
3.4
Bewijsmiddelen feit 1 en feit 2 meer subsidiair
De rechtbank oordeelt dat feit 1 (verkrachting) en feit 2 meer subsidiair (dwang) zijn bewezen. De rechtbank baseert dit oordeel op de volgende bewijsmiddelen [1] :
Bewijsmiddelen feit 1
De verklaring van de verdachte op de zitting:
Ik was op 19 mei 2024 in de woning van [slachtoffer] in [plaats] . Ik heb haar slaapkamerraam opengetrokken en ben zonder haar toestemming door het raam naar binnen gegaan. Op een later moment heb ik tegen haar gezegd dat we net zo goed een keer seks konden hebben. Ik heb haar toen gevraagd of ze wilde wiebelen met haar blote billen. Ze zat op haar knieën op de grond met haar broek naar beneden, met haar armen op een stoel. Ik heb me afgetrokken.
Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Hij was al voor de helft binnen en sprong naar binnen. Ik denk dat ik op de grond gevallen ben. Hij zat boven mij. [2]
Ik had mijn raam ook vastgebonden. Hij moest dus moeite doen om hem los te krijgen. Hij heeft hem opengetrokken. [3]
Ik ben naar de kamer gelopen naar de tafel. Daar lag mijn mobiel aan de oplader. Hij rent op mij af en duikt naar mijn mobiel. Hij moet mij oog (
de rechtbank begrijpt: ook)geslagen hebben, want mijn bril was stuk en er lag een glas uit. Hij heeft mijn tafel toen gebroken. Hij heeft mijn mobiel uit mijn handen gepakt. Zowel de stoel was stuk en de tafel. De mouw van mijn pyjama was er half afgetrokken en de knoopjes waren eraf. [4]
Hij staarde mij langer aan en zei: "Ik wil met je neuken. Ik zei: "Ik niet met jou. Ik ga niet met iemand waarvan ik een trauma heb, daar ga ik niet mee neuken”. Hij zei: "Ik houd van oude vrouwen". Hij zei: "Toch wil ik met je neuken". Ik heb nog een keer uitgelegd waarom ik dat niet wou. En toen kwam hij met het voorstel: "Als ik mij aftrek en jij je billen laat zien en ik mij aftrek". Hij was al een paar keer dichterbij gekomen dat ik mij afgeweerd heb. "Nee niet doen." Ik duwde hem weg met twee handen. Dat is een paar keer gebeurd toen hij dichterbij kwam.
Ik heb mijn badjas omhoog gedaan. Ik heb mijn broek naar beneden gedaan. Ik denk dat hij opdrachten gaf. Ik moest vooroverbuigen in mijn stoel en mijn kont omhoog.
Hij raakt mij daarna aan op mijn billen. Hij raakt mij van onderen aan. Ik voelde zijn piemel tegen de binnenkant van mijn benen. Dan deden we het opnieuw: "kan je met je kontje draaien?". Hij begon met zijn hand naar mijn kutje te doen. Hij is naar binnen gegaan met zijn vinger. Hij wreef over de clitoris en ging naar binnen.
"Als ik eenmaal binnen ben dan vind je dat hartstikke lekker".
Hij ging mijn billen zoenen en likken en likte mijn rug. Hij vroeg: "heb je geen glijmiddel". [5]
Het proces-verbaal forensisch onderzoek persoon [slachtoffer] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Bevindingen
Met toestemming van het slachtoffer is er door de forensisch arts een forensisch medisch onderzoek verricht. Bij dit onderzoek werd gebruik gemaakt van de onderzoeksset zedendelicten en de daarbij behorende richtlijnen en onderzoeksrapportage, voorzien van SIN ZAAES434NL. [6]
Letsels
Ik zag dat mevrouw de volgende zichtbare letsels had:
- verspreid over de rechterarm en hand een grote hoeveelheid rood/blauw/paarse
huidverkleuringen met op twee plekken een pleister met daaronder een oppervlakkige huidbeschadiging;
- op haar linker onderarm een grote paarse huidverkleuring van meerdere centimeters
lang;
- op haar linker bovenarm enkele kleine paarse huidverkleuringen;
- op haar borstbeen een vaag zichtbare grote blauwe huidverkleuring;
- op haar rechterborst vlak naast de tepel meerdere kleine paarse huidverkleuringen;
- hoog op haar rechterbil vlak naast de bilspleet een paarse huidverkleuring van
enkele centimeters;
- midden op haar rug een vaag zichtbare grote blauwe huidverkleuring;
- op haar linkerzij t.h.v. haar ribbenkast een blauwe huidverkleuring van enkele
centimeters met daarnaast enkele kleine oppervlakkige langwerpige huidbeschadigingen;
- op beide wreven een grote paarse huidverkleuring. [7]
Een rapport (vergelijkend) DNA-onderzoek naar aanleiding van een melding van een zedenmisdrijf gepleegd in [plaats] op 19 mei 2024 van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) van 24 mei 2024, opgemaakt door J.L.W. Dieltjes, voor zover inhoudende -zakelijk weergegeven-:
Vraagstelling
Forensische Opsporing Politie Eenheid Midden-Nederland heeft verzocht om de bemonsteringen in onderzoeksset zedendelicten ZAAE5434NL van slachtoffer [slachtoffer] te onderzoeken op de aanwezigheid van humane biologische sporen en DNA. [8]
Onderzoeksset zedendelicten van slachtoffer [slachtoffer] ZAAE5434NL
ZAAE5434NL#01
vulva nat
DNA kan afkomstig zijn van:
minimaal twee personen:
- slachtoffer [slachtoffer]
- onbekende man A
ZAAE5434NL#04
rug nat
DNA kan afkomstig zijn van:
één persoon:
- onbekende man A
ZAAE5434NL#06
billen nat
DNA kan afkomstig zijn van:
minimaal twee personen:
een relatief grote hoeveelheid DNA:
- onbekende man A
een relatief kleine hoeveelheid DNA
- slachtoffer [slachtoffer]
Toelichting:
Wanneer het DNA-profiel van een persoon overeenkomt met het DNA-profiel dat is gekoppeld aan onbekende man A, zal de bewijskracht voor bemonsteringen ZAAES434NL#01, ZAAE5434NL#04 en ZAAE5434NL#06 ten aanzien van deze
persoon meer dan 1 miljard zijn. [9]
Een rapport (vergelijkend) DNA-onderzoek naar aanleiding van een melding van een zedenmisdrijf gepleegd in [plaats] op 19 mei 2024 van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) van 6 februari 2025, opgemaakt door J.L.W. Dieltjes, voor zover inhoudende -zakelijk weergegeven-:
Vraagstelling
Forensische Opsporing Politie Eenheid Midden-Nederland heeft verzocht om referentiemonster WADZ2033NL van verdachte [verdachte] (geboren op [1972] ) aan een DNA-onderzoek te onderwerpen en het daarbij verkregen DNA-profiel te vergelijken met de eerder in deze zaak verkregen DNA-profielen. In deze zaak zijn DNA-profielen gekoppeld aan één en dezelfde onbekende man A. Het doel van dit onderzoek is om vast te stellen of verdachte [verdachte] de onbekende man A kan zijn. [10]
Onderzoeksset zedendelicten van slachtoffer [slachtoffer] ZAAE5434NL
ZAAE5434NL#01
vulva nat
DNA kan afkomstig zijn van:
minimaal twee personen:
- slachtoffer [slachtoffer]
- verdachte [verdachte]
ZAAE5434NL#04
rug nat
DNA kan afkomstig zijn van:
één persoon:
- verdachte [verdachte]
ZAAE5434NL#06
billen nat
DNA kan afkomstig zijn van:
minimaal twee personen:
- slachtoffer [slachtoffer]
- verdachte [verdachte] [11]
DNA-mengprofiel ZAAE5434NL#01 is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer het DNA afkomstig is van slachtoffer [slachtoffer] en verdachte [verdachte] , dan wanneer het DNA afkomstig is van slachtoffer [slachtoffer] en een willekeurige onbekende persoon.
DNA-profiel ZAAE5434NL#04 is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer het DNA afkomstig is van verdachte [verdachte] , dan wanneer het DNA afkomstig is van een willekeurige onbekende persoon.
DNA-mengprofiel ZAAE5434NL#06 is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer het DNA afkomstig is van slachtoffer [slachtoffer] en verdachte [verdachte] , dan wanneer het DNA afkomstig is van slachtoffer [slachtoffer] en een willekeurige onbekende persoon. [12]
Bewijsoverwegingen
Betrouwbaarheid
De rechtbank ziet zich eerst voor de vraag gesteld of de verklaringen van aangeefster betrouwbaar zijn. De advocaat van de verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat haar verklaring onder meer op het punt van het seksueel binnendringen en de toegepaste dwang niet betrouwbaar zijn. De verdachte heeft op de zitting verklaard dat hij aangeefster op 19 mei 2024 niet heeft aangeraakt.
De rechtbank is, anders dan de advocaat van de verdachte, van oordeel dat de verklaringen van aangeefster authentiek, consistent en voldoende specifiek zijn. Aangeefster heeft zowel bij de politie als bij de rechter-commissaris gedetailleerd en concreet beschreven welke seksuele handelingen de verdachte bij haar heeft uitgevoerd. Zo heeft zij onder meer omschreven hoe verdachte zijn vinger in haar vagina heeft gebracht. Ook heeft zij consistent verklaard over het likken en/of zoenen van haar rug en haar billen. Direct na het voorval heeft aangeefster aan een vriendin en een vriend verteld wat haar is overkomen. Hun verklaringen over wat aangeefster tegen hen heeft gezegd, komen in grote lijnen met haar eigen verklaringen overeen.
De rechtbank heeft geen reden om aan de betrouwbaarheid van de belastende verklaringen van aangeefster te twijfelen en acht haar verklaringen betrouwbaar en geloofwaardig.
Voldoende steunbewijs
De rechtbank is, anders dan de advocaat van de verdachte, van oordeel dat de aangifte op voor de tenlastelegging essentiële onderdelen voldoende steun vinden in andere bewijsmiddelen.
Zo vindt de verklaring van aangeefster allereerst op belangrijke punten steun in de eigen verklaring van de verdachte. Daarnaast blijkt uit het forensisch onderzoek dat bij aangeefster meerdere letsels zijn aangetroffen die erop duiden dat de verdachte tegenover aangeefster geweld heeft gebruikt. Verder volgt uit de bewijsmiddelen dat op de rug, op de billen en op de vulva van aangeefster DNA is aangetroffen. Dit zijn de plaatsen waarover aangeefster specifiek heeft verklaard dat verdachte haar heeft gelikt (rug en billen), dan wel aangeraakt (vulva). In de bemonsteringen van de billen en de vulva zijn DNA-mengprofielen aangetroffen. De resultaten van het onderzoek zijn meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker als deze bemonsteringen DNA bevatten van aangeefster en de verdachte, dan als de bemonsteringen DNA bevatten van aangeefster en een willekeurige onbekende persoon. In de bemonstering van de rug is een DNA-profiel aangetroffen. De resultaten van het onderzoek zijn meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker als deze bemonstering DNA bevat van de verdachte, dan als de bemonstering DNA bevat van een willekeurige onbekende persoon. De rechtbank concludeert hieruit, met inachtneming van de rest van het dossier, dat de verdachte donor is van een relatief groot deel van het DNA-materiaal dat is aangetroffen op het lichaam van aangeefster. Dit maakt de verklaring van de verdachte dat hij aangeefster alleen heeft beetgepakt en zijn hand op haar mond heeft gelegd ongeloofwaardig.
Alternatief scenario
Het door de verdediging geschetste alternatieve scenario, namelijk dat op een andere manier het DNA van verdachte op de vulva, rug en billen van aangeefster terecht is gekomen, is mede in het licht van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen, niet aannemelijk geworden. De rechtbank verwerpt het verweer van de verdediging.
Dwang
De vraag is vervolgens of kan worden bewezen dat verdachte aangeefster heeft gedwongen om de seksuele handelingen te ondergaan en haar dus heeft verkracht. Van dwang – in de zin van het in artikel 242 (oud) van het Wetboek van Strafrecht bedoelde dwingen – kan sprake zijn als een slachtoffer zich redelijkerwijs niet tegen een onverhoeds (onverwachts) handelen heeft kunnen verzetten.
De rechtbank gaat voorbij aan het verweer van de raadsman dat de seksuele handelingen met instemming van aangeefster zijn gepleegd en dat dit dus niet onder dwang is gebeurd. De verdachte is midden in de nacht via het slaapkamerraam de woning van aangeefster binnengedrongen. Aangeefster heeft direct op allerlei manieren duidelijk gemaakt dat zij wilde dat de verdachte wegging, bijvoorbeeld door met een zaklamp op zijn hoofd te slaan. Vervolgens heeft de verdachte, met name nadat aangeefster probeerde om haar telefoon te pakken, allerlei geweld gebruikt tegen aangeefster. Aangeefster heeft de situatie iets rustiger gekregen door met de verdachte te blijven praten en de aandacht af te leiden. Desondanks heeft de verdachte op enig moment tegen aangeefster gezegd dat hij seks met haar wilde. Daartegen kon zij in de situatie waarin zij zich bevond en na te vergeefse pogingen om de verdachte op een andere manier weg te krijgen en na meerdere keren gezegd te hebben dat zij geen seks wilde, geen weerstand bieden. Uit niets blijkt, en dat moet ook voor de verdachte duidelijk zijn geweest,, dat er in de gegeven omstandigheden ook maar enige consensus was met betrekking tot de seksuele handelingen.
Door zijn dreigende en dwingende handelen heeft de verdachte opzettelijk gezorgd dat aangeefster de seksuele handelingen tegen haar wil heeft ondergaan.
Conclusie
Op grond van voornoemde bewijsmiddelen en bewijsoverwegingen vindt de rechtbank bewezen dat verdachte op 19 mei 2024 aangeefster heeft verkracht.
Bewijsmiddelen feit 2 meer subsidiair
De verklaring van de verdachte op de zitting:
Op 12 mei 2024 ben ik zonder toestemming van aangeefster door haar slaapkamerraam haar woning binnengegaan. Ik heb mijn hand op haar mond gedrukt.
Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op 12 mei 2024 omstreeks 7:45 uur werd ik wakker. Ik zag toen ik wakker werd de eerder omschreven man, gehurkt in de vensterbank zitten. Hij had het raam helemaal opengezet en hij had de gordijnen opzij gedaan. Toen ik de man zag begon ik heel hard te gillen. Op dat moment lag ik nog plat op mijn bed. Ik zag en ik voelde dat de man toen op mij sprong. De man zat toen boven op mij, terwijl ik zelf nog onder de dekens lag. De man pakte mij beet bij mijn armen en handen.
Ik hoorde hem de meerdere malen roepen: 'stil, stil, stil’, Op een gegeven moment ging ik weer gillen, waarna hij mijn mond dichtdrukte met zijn rechterhand. Ik hoorde de man ineens roepen: 'Wil je dood'. Het kostte mij veel energie en kracht om zijn handen van mijn lijf af te krijgen. [13]
3.5.
Bewezenverklaring
De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:
Feit 1op 19 mei 2024 te [plaats]
door geweld en een andere feitelijkheid [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, immers heeft/is hij, verdachte,
- in de nachtelijke uren de woning van die [slachtoffer] zonder toestemming binnengegaan
door het raam in te klimmen,
- de telefoon van die [slachtoffer] weggegooid en de bril van die [slachtoffer] kapot gemaakt, de
tafel in de woning gebroken,
- bovenop die [slachtoffer] gaan zitten,
- die [slachtoffer] geslagen/gestompt,
- tegen die [slachtoffer] gezegd: “ik wil met je neuken” en “ik houd van oude vrouwen”
en “als ik mij aftrek en jij je billen laat zien en ik mij aftrek” en “kan jij met je kontje
draaien” en “heb je geen glijmiddel” en “als ik eenmaal binnen ben vind je het
hartstikke lekker”,
- tegen die [slachtoffer] gezegd dat zij haar badjas omhoog moest doen en haar broek naar
beneden moest doen en voorover moest buigen en haar billen omhoog moest doen,
- zichzelf afgetrokken,
- die [slachtoffer] bij/op haar billen en vagina en clitoris aangeraakt,
- een vinger in de vagina van die [slachtoffer] gebracht,
- de billen en de rug van die [slachtoffer] gezoend en/of gelikt,
- zijn, verdachtes, penis tegen de binnenkant van de benen van die [slachtoffer]
gehouden,
- misbruik gemaakt van zijn fysieke en feitelijke overwicht op die [slachtoffer] ,
- die [slachtoffer] in een door hem, verdachte, gecontroleerde situatie en/of een afhankelijke
positie gebracht en gehouden,
- aldus een zodanige psychische druk doen ontstaan, dat die [slachtoffer] onvoldoende, weerstand kon bieden, en
- doorgegaan met het verrichten van seksuele handelingen, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , ondanks meerdere en op verschillende momenten verbale uitingen, zoals “Ik niet met jou”, waaruit ondubbelzinnig bleek dat die [slachtoffer] die seksuele handelingen niet wilde ondergaan en/of verrichten.
Feit 2 meer subsidiair
op 12 mei 2024 te [plaats]
een ander, te weten [slachtoffer] , door geweld, door enige andere feitelijkheid en door bedreiging met geweld, gericht tegen die ander, wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen en te dulden, immers heeft/is verdachte
- zonder toestemming de woning van die [slachtoffer] betreden,
- op die [slachtoffer] gesprongen en gaan zitten en,
- die [slachtoffer] vastgegrepen,
- geroepen "stil, stil stil",
- met zijn, verdachtes, hand de mond van die [slachtoffer] dichtgedrukt en
- daarbij geroepen “wil je dood".
De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet.

4.Kwalificatie en strafbaarheid

4.1
KwalificatieDe bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
Feit 1
verkrachting;
Feit 2 meer subsidiair
een ander door geweld, een feitelijkheid en bedreiging met geweld, gericht tegen die ander, wederrechtelijk dwingen iets te doen, niet te doen en te dulden.
4.2
Strafbaarheid feiten en verdachteDe feiten en de verdachte zijn strafbaar.

5.Straf en maatregel

5.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot:
- een gevangenisstraf van
6 jaar, met aftrek van het voorarrest,
- een contact- en locatieverbod als vrijheidsbeperkende maatregel voor de duur van
5 jaar, met 7 dagen hechtenis voor iedere keer dat de verdachte niet aan de maatregel voldoet, met een maximum van 6 maanden hechtenis;
- de gedragsbeïnvloedende of vrijheidsbeperkende maatregel, ex artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht (hierna: de 38z-maatregel).
5.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat van de verdachte voert aan dat de verdachte hulp nodig heeft. De verdachte is bereid om de voorgestelde ambulante behandeling bij De Waag te volgen. Hoe langer de verdachte vastzit, hoe lager de kans van slagen van de behandeling, zo stelt de advocaat.
5.3.
Oordeel van de rechtbank
Bij het bepalen van deze straf en maatregel houdt de rechtbank rekening met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder deze feiten zijn gepleegd en de persoon van de verdachte, waarbij de rechtbank heeft gelet op:
- een rapport van een psychiater en twee psychologen van 13 mei 2025;
- een reclasseringsrapport van 21 november 2025;
- het strafblad van de verdachte van 24 maart 2025, waaruit blijkt dat hij niet recent voor een strafbaar feit is veroordeeld
Ernst en omstandigheden van de feiten
Op 12 mei 2024 is de verdachte door het slaapkamerraam van aangeefster, toen 69 jaar oud, naar binnen geklommen, is op haar bed gesprongen en heeft haar vastgepakt en haar mond dichtgedrukt. Daarna is hij enige tijd de woning van aangeefster gebleven, waarmee hij haar erg bang heeft gemaakt.
Een week later heeft de verdachte, terwijl aangeefster lag te slapen, in de nacht haar slaapkamerraam opengetrokken en is hij weer door het raamde woning in geklommen. Na een worsteling wilde aangeefster haar mobiele telefoon pakken om 112 te bellen. De verdachte rende op haar af en sloeg de bril van haar neus. Hij pakte haar telefoon af en gooide die weg. Vervolgens is hij ruim twee uur in de woning van aangeefster gebleven. Op een gegeven moment wilde hij seks met haar. Aangeefster heeft meerdere malen aangegeven dat zij daar niet van gediend was en het niet wilde en heeft de verdachte ook weggeduwd. De verdachte heeft aangeefster op een vernederende manier vervolgens de opdracht gegeven haar broek naar beneden te doen en voorover te buigen en haar billen omhoog te doen. Daarna heeft hij haar rug gelikt en haar billen gelikt en gezoend. Ook heeft hij met zijn geslachtsdeel haar bovenbeen aangeraakt. Bovendien is hij met zijn vinger in haar vagina gegaan en heeft over de clitoris gewreven.
Door aangeefster te verkrachten heeft de verdachte een zeer ernstige inbreuk gemaakt op haar lichamelijke en geestelijke integriteit. De rechtbank vindt het toegepaste geweld ernstig, maar rekent het de verdachte zwaarder aan dat hij aangeefster ruim twee uur lang in zijn greep heeft gehouden. Ze kon geen kant op. Ook moest zij van de verdachte vernederende seksuele handelingen ondergaan. Ook een week eerder heeft aangeefster door geweld en bedreiging met geweld moeten dulden dat de verdachte in haar woning was.
Bij slachtoffers van verkrachting blijven in het algemeen lange tijd gevoelens van angst en onveiligheid bestaan. Ook de dwang bij het eerdere incident heeft gevoelens van angst ten gevolge gehad. Dat het voor aangeefster twee ingrijpende gebeurtenissen zijn geweest, blijkt uit de slachtofferverklaring die haar advocaat tijdens de zitting namens haar heeft voorgelezen. Aangeefster geeft daarin aan dat zij na de gebeurtenissen van 12 en 19 mei 2024 totaal ontregeld was. Zij durfde een tijd niet thuis te slapen en was angstig. Tot op de dag van vandaag heeft zij last van wat de verdachte haar heeft aangedaan. Zij heeft de hulp van een psycholoog moeten inroepen en heeft EMDR- en angsttherapie gevolgd.
Wat de drijfveren voor verdachtes handelen zijn geweest, blijft ook na de behandeling van de zaak op de zitting onduidelijk. Wel is het de rechtbank opgevallen dat de verdachte tijdens de zitting geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn handelen en de ernst en ingrijpendheid van de door hem gepleegde feiten niet lijkt in zien.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
De rechtbank heeft verder kennisgenomen van het Pro Justitia rapport over de verdachte van 13 mei 2025. De psychiater concludeert in dat rapport dat bij de verdachte sprake is van een persoonlijkheidsstoornis met vooral vermijdende trekken. De verdachte is sociaal geremd, ervaart snel spanningen en voelt zich snel tekortschieten. Zijn zelfbeeld is broos en zijn oplossingsstrategieën schieten in tijden van stress te kort. Daarbij functioneert hij op een zwakbegaafd intelligentieniveau. Ook is er bij de verdachte sprake van een matig ernstige verslaving aan cannabis in langdurige remissie, en van alcoholmisbruik in gedwongen remissie. De psychiater heeft geadviseerd de ten laste gelegde feiten in een licht verminderde mate aan de verdachte toe te rekenen. Het risico op (gewelddadige) zedendelicten wordt door de psychiater als laag tot matig beschouwd indien betrokkene zonder behandeling terugkeert naar de situatie van voor zijn aanhouding. De psychiater adviseert een behandeling gericht op het versterken van zijn copingvaardigheden/zijn probleemoplossende vaardigheden, waarbij hij meer inzicht krijgt in zijn gevoelens en het omgaan met spanningen.
Volgens de psychologen is onvoldoende informatie verkregen om een persoonlijkheidsstoornis of ontwikkelingsstoornis bij de verdachte te classificeren. Volgens de psychologen is een verminderde mate van toerekenen niet ondenkbaar. De psychologen schatten het risico op geweldsrecidive in als matig en het risico op seksuele recidive als gemiddeld, bij enige beschermende factoren. De psychologen adviseren een combinatie van outreachende FACT zorg en een ambulante behandeling, als bijzondere voorwaarde bij een voorwaardelijk strafdeel, eventueel met een langere proeftijd dan twee jaar. Reclasseringstoezicht met urinecontroles wordt ook passend geacht. Mocht de strafmaat dit niet toelaten, dan zouden de voorwaarden volgens de psychologen ook binnen een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel (GVM) kunnen worden uitgevoerd.
De rechtbank komt op basis van dit rapport tot de conclusie dat de feiten in licht verminderde mate aan de verdachte kunnen worden toegerekend en dat het recidiverisico laag tot matig is. De rechtbank volgt het advies tot het opleggen van een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel (GVM).
Strafkader
Om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen, werken strafrechters met landelijke oriëntatiepunten. Deze zijn gebaseerd op opgelegde straffen in andere, vergelijkbare zaken. Voor een verkrachting met geweld of met daarmee vergelijkbare mate van dwang is het oriëntatiepunt een gevangenisstraf van 36 maanden.
Gevangenisstraf
Het voorgaande brengt de rechtbank tot het oordeel dat een gevangenisstraf in deze zaak passend en geboden is. In dit geval is niet alleen sprake van een verkrachting met geweld en dwang, maar heeft verdachte een week eerder ten aanzien van hetzelfde slachtoffer ook al een ernstig feit gepleegd., Daarom legt de rechtbank een gevangenisstraf van vier jaar op.
De rechtbank wijkt af van de eis van de officier van justitie, omdat de rechtbank de verdachte vrijspreekt van de feiten 2 primair, 2 subsidiair en 3.
Tenuitvoerlegging van de straf
De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend.
Gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel in de zin van artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht
De rechtbank is van oordeel dat de verdachte, gelet op diens persoonlijkheid, na het ondergaan van de gevangenisstraf niet zonder behandeling terug kan keren in de maatschappij. Daarbij houdt de rechtbank rekening met de rapporten van de deskundigen waarin zij aangeven dat het recidiverisico dat na weken of maanden kan ontstaan kan samenhangen met hernieuwd gebruik van diverse roesmiddelen (zoals MDMA en 2MMC in combinatie met cannabis en alcohol), waar een (eventueel ook seksueel) ontremmende werking van kan uitgaan. De verdachte gebruikte deze middelen om zijn spanningen te dempen. Deze spanningen ervaart hij sneller dan een ander vanwege zijn beperkte mogelijkheden om adequaat met zorgen, problemen en tegenslagen om te gaan. Volgens de deskundigen maakt dat niet ondenkbaar dat de verdachte nogmaals in een soortgelijke situatie belandt en een ander geweld aandoet. Om deze redenen acht de rechtbank een gedwongen kader met een langdurig toezicht, bijvoorbeeld in de vorm van een behandeling van zijn verslaving, noodzakelijk ter bescherming van de veiligheid van anderen.
Aan de wettelijke vereisten voor de oplegging van GVM-maatregel is voldaan. De verdachte heeft zich immers schuldig gemaakt aan een misdrijf dat gericht is tegen de onaantastbaarheid van het lichaam, waar een maximumstraf van 12 jaar op staat.
Vrijheidsbeperkende maatregelen
De rechtbank ziet aanleiding om aan de verdachte vrijheidsbeperkende maatregelen op te leggen in de zin van artikel 38v Wetboek van Strafrecht. De rechtbank zal voor het voorkomen van strafbare feiten bevelen dat de verdachte:
op geen enkele wijze – direct of indirect – contact heeft of zoekt met [slachtoffer] (geboortedatum: [1954] );
zich niet bevindt in een straal van 5 kilometer rondom het adres van [slachtoffer] , [adres] in [plaats] en zich niet bevindt in de door [slachtoffer] bezochte bossen.
De rechtbank legt deze vrijheidsbeperkende maatregelen op voor 5 jaar. Gedurende die periode zal hier per overtreding 7 dagen hechtenis tegenover staan, met een maximum van zes maanden.

6.Vordering benadeelde partij

6.1.
Vordering van de benadeelde partij (feiten 1 en 2 meer subsidiair)
[slachtoffer] vordert een bedrag van
€ 19.102,19. Dit bedrag bestaat uit
€ 4.102,19aan materiële schade en
€ 15.000,-aan immateriële schade. De gevorderde materiële schadevergoeding ziet op eigen risico zorgverzekering (€ 632,20), kosten reparatie bril
(€ 125,-), plaatsen schutting (€ 400,-), plaatsen camera’s (€ 304,99), beschadigde kleding
(€ 50,-), schade aan tafel en stoel (€ 90,-) en toekomstige schade (kosten behandeling psychische schade € 2.500,-). De gevorderde immateriële schadevergoeding van € 15.000,- ziet op psychisch letsel.
De benadeelde partij verzoekt de schadevergoeding te verhogen met de wettelijke rente. Daarnaast verzoekt zij oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Daarnaast heeft de benadeelde partij gevraagd om een contactverbod en een locatieverbod in een straal van 10 kilometer rondom haar adres en de bossen waarin zij haar werk als vrijwilliger doet.
6.2.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd de vordering volledig toe te wijzen, met toepassing van de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
6.3.
Standpunt van de verdediging
De advocaat van de verdachte refereert zich aan het oordeel van de rechtbank voor wat betreft de materiële schade, met uitzondering van de toekomstige schade. Met betrekking tot de immateriële schade verzoekt de advocaat van de verdachte om het toe te wijzen bedrag te matigen, omdat de door mr. Rotgans aangehaalde jurisprudentie niet aansluit bij deze zaak.
6.4.
Oordeel van de rechtbank
De materiële schade
De rechtbank overweegt over de materiële schade dat de schadeposten eigen risico zorgverzekering (€ 632,20), kosten reparatie bril (€ 125,-), plaatsen schutting (€ 400,-), plaatsen camera’s (€ 304,99), beschadigde kleding (€ 50,-) en de schade aan tafel en stoel
(€ 90,-) het rechtstreekse gevolg zijn geweest van het bewezenverklaarde en voldoende met bewijsstukken zijn onderbouwd.
De rechtbank zal de benadeelde partij, zoals mr. Rotgans heeft verzocht, echter niet-ontvankelijk verklaren ten aanzien van de gevorderde toekomstige schade (kosten behandeling psychische schade € 2.500,-), omdat niet vaststaat dat deze kosten gemaakt zullen worden.
De rechtbank zal de gevraagde materiële schade daarom toewijzen tot een bedrag van
€ 1.602,19.
De immateriële schade
Vergoeding van immateriële schade is op grond van art. 6:106 sub b BW onder meer mogelijk als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, zoals hier het geval is.
De benadeelde partij heeft als gevolg van het bewezenverklaarde 16 EMDR- en angsttherapiesessies bij een psycholoog gehad. Aangeefster beschrijft in haar schriftelijke slachtofferverklaring dat zij zich angstig en gespannen voelt als ze naar buiten moet. Ook heeft ze last van stemmingswisselingen en weet zij niet goed hoe ze haar emoties moet hanteren. Als gevolg van de gebeurtenissen vertrouwt ze mannen niet meer.
In december 2024 leek het beter te gaan maar in januari 2025 keerde de onrust en de spanning weer terug. Door het bewezenverklaarde moest aangeefster stoppen met haar vrijwilligerswerk als natuuronderzoeker. Ze moest afscheid nemen van iets waar ze jarenlang heel hard aan gewerkt heeft en waar ze veel plezier in had. Als ze nu in de bossen komt, is zij bang dat zij verdachte tegen het lijf zal lopen. Daardoor is ze haar gevoel van vrijheid kwijt. Aangeefster hoopt in de toekomst een geschikte therapie te vinden die aansluit op haar autisme en op het ontstane trauma.
Gelet op de bedragen die in soortgelijke zaken als schadevergoeding worden toegekend, is de rechtbank van oordeel dat een vergoeding van € 10.000,- billijk is. De rechtbank wijst dit deel van de vordering van de benadeelde partij daarom tot dat bedrag toe. De rechtbank verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk.
Totale schade
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat een bedrag van
€ 1.602,19aan materiële schade en
€ 10.000,-aan immateriële schade voor rekening van de verdachte komt en dus voor toewijzing in aanmerking komt. In totaal wijst de rechtbank een bedrag van
€ 11.602,19toe
.
Veroordeling in de kosten
Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.
Wettelijke rente
Voor zover de rechtbank de vordering toewijst, zal zij het toegewezen bedrag vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment dat de schade is ontstaan, namelijk 19 mei 2024.
Schadevergoedingsmaatregel
Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van
[slachtoffer]aan de
verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van in totaal
€ 11.602,19, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 12 mei 2024 tot de dag van volledige betaling. Als de verdachte niet betaalt, zal deze verplichting worden aangevuld met 85 dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de
betalingsverplichting niet opheft.
De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de
benadeelde partij [slachtoffer] in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook als betaling
is gedaan aan de benadeelde partij.

7.Toegepaste wetsartikelen

De opgelegde straf en maatregelen zijn gebaseerd op de artikelen 36f, 38v, 38z, 57, 242 en 284 van het Wetboek van Strafrecht.

8.De beslissing

De rechtbank:
vrijspraak
- verklaart niet bewezen dat de verdachte de feiten 2 primair, 2 subsidiair en 3 heeft gepleegd en spreekt hem daarvan vrij;
bewezenverklaring
- verklaart bewezen dat de verdachte feit 1 en feit 2 meer subsidiair heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.5 is omschreven;
- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij;
strafbaarheid feit
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;
strafbaarheid verdachte
- verklaart de verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;
straf en maatregelen
  • veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van
  • bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel
- legt aan verdachte op de maatregel tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht;
vrijheidsbeperkende maatregel
- legt aan verdachte op
de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de duur van 5 (vijf) jaren;
- beveelt dat verdachte
  • op geen enkele wijze – direct of indirect – contact heeft of zoekt met [slachtoffer] (geboortedatum: [1954] );
  • zich niet bevindt in een straal van 5 kilometer rond het adres van [slachtoffer] : [adres] te [plaats] en zich niet bevindt in de navolgende bosgebieden: Houdringe, Panbos, Tannenberg, Ridderoordse bossen, Beerschoten, Vollenhove, Overbos, Pleinesbos, Oude Tol, Op Hees, Beukenburg, Willem Arntzbos
- beveelt dat voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan de maatregel wordt vervangen door 7 dagen hechtenis, met een maximum van 6 maanden hechtenis;
vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer] (ten aanzien van feit 1 en 2 meer subsidiair)
- wijst de vordering van
[slachtoffer]toe tot een bedrag van
€ 11.602,19(bestaande uit
€ 1.602,19materiële schade en
€ 10.000,-immateriële schade);
  • veroordeelt verdachte tot betaling aan
  • verklaart
  • veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
  • legt verdachte de verplichting op ten behoeve van
€ 11.602,19te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 mei 2024 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 85 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.
Dit vonnis is gewezen door mr. drs. S.M. van Lieshout, voorzitter, mrs. C.E.M. Nootenboom-Lock en S. Ourahma, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.A. van Loon, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 17 december 2025.
De voorzitter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is na nadere omschrijving van de tenlastelegging ten laste gelegd dat:
(1)
hij op of omstreeks 19 mei 2024 te [slachtoffer], althans in Nederland,
door geweld en/of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld en/of een andere
feitelijkheid [slachtoffer]
heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die (mede) bestonden uit
het seksueel binnendringen van het lichaam, immers heeft/is hij, verdachte,
- in de nachtelijke uren de woning van die [slachtoffer] zonder toestemming binnengegaan
door het raam in te klimmen,
- de telefoon van die [slachtoffer] weggegooid en/of de bril van die [slachtoffer] kapot gemaakt, te
tafel in de woning omver gegooid/gebroken,
- bovenop die [slachtoffer] gaan zitten,
- die [slachtoffer] geslagen/gestompt en/of getrokken en/of geduwd,
- tegen die [slachtoffer] gezegd: “ik wil met je neuken” en/of “ik houd van oude vrouwen”
en/of “als ik mij aftrek en jij je billen laat zien en ik mij aftrek” en/of “kan jij met je kontje
draaien” en/of “heb je geen glijmiddel" en/of “als ik eenmaal binnen ben vind je het
hartstikke lekker”, althans woorden van gelijke aard en/of strekking,
- tegen die [slachtoffer] gezegd dat zij haar badjas om hoog moest doen en/of haar broek naar
beneden moest doen en/of voorover moest buigen en/of haar billen omhoog moest doen,
althans een zodanige psychische druk doen opleveren, in elk geval heeft doen ontstaan, dat
die [slachtoffer] voornoemde handelingen heeft verricht,
- zichzelf afgetrokken,
- die [slachtoffer] bij/op haar billen en/of vagina en/of clitoris aangeraakt en/of vastgepakt
en/of geknepen en/of gewreven,
- een of meer vingers in de vagina van die [slachtoffer] gebracht en/of geduwd en/of
gehouden,
- de billen en/of de rug van die [slachtoffer] gezoend en/of gelikt,
- zijn, verdachtes, penis tegen de binnen kant van de benen en/of vagina van die [slachtoffer]
gehouden,
- misbruik heeft gemaakt van zijn fysieke en/of feitelijke overwicht op die [slachtoffer] ,
- die [slachtoffer] in een door hem, verdachte, gecontroleerde situatie en/of een afhankelijke
positie heeft gebracht en/of gehouden,
- (aldus) een zodanige psychische druk doen opleveren, in elk geval heeft doen ontstaan,
dat die [slachtoffer] geen, in elk geval onvoldoende, weerstand kon bieden, in ieder geval het
doen ontstaan van een situatie waarin die [slachtoffer] verdachte niet kon weerhouden van de
door hem, verdachte, (beschreven) handelingen en/of hier tegen geen, in elk geval
onvoldoende, verzet kon bieden en/of zich hieraan niet kon onttrekken en/of
- meermalen, in elk geval eenmaal, is doorgegaan, in elk geval niet is gestopt, met het
verrichten van (seksuele) handelingen, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen
van het lichaam van die [slachtoffer] , ondanks (meerdere en op verschillende momenten)
verbale uitingen, zoals “Ik niet met jou” , in elk geval woorden van die strekking en/of non-
verbale uitingen, waaruit (ondubbelzinnig) bleek dat die [slachtoffer] die seksuele handelingen
niet (meer/verder) wilde ondergaan en/of verrichten, in elk geval dat het de wil van die
[slachtoffer] was dat die seksuele handelingen niet zouden plaatsvinden en/of zouden stoppen,
in ieder geval niet (langer) door zouden gaan;
( art 242 Wetboek van Strafrecht )
(2)
hij op of omstreeks 12 mei 2024 te [slachtoffer], althans in Nederland,
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om door geweld of een andere
feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid
[slachtoffer] te dwingen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit
of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] ,
- zonder toestemming de woning van die [slachtoffer] heeft betreden,
- op die [slachtoffer] is gesprongen en/of is gaan zitten en/of is blijven zitten,
- die [slachtoffer] heeft vastgegrepen,
- heeft geroepen "stil, stil stil!" althans woorden van gelijke aard en/of strekking,
- met zijn, verdachtes, hand de mond van die [slachtoffer] heeft dichtgedrukt en/of
dichtgedrukt heeft gehouden en/of
- (daarbij) heeft geroepen "wil je dood" althans woorden van gelijke dreigende aard en/of
strekking
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid
( art 242 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht }
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen
leiden:
hij op of omstreeks 12 mei 2024 te [slachtoffer], althans in Nederland,
[slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, en/of
-gijzeling, en/of
- zware mishandeling, en/of
door
- zonder toestemming de woning van die [slachtoffer] te betreden,
- op die [slachtoffer] te springen en/of gaan zitten en/of blijven zitten,
- die [slachtoffer] heeft vastgegrepen,
- te roepen "'stil, stil stil" althans woorden van gelijke aard en/of strekking,
- met zijn, verdachtes, hand de mond van die [slachtoffer] dicht te drukken en/of dichtgedrukt
te houden en/of
- (daarbij) te roepen "wil je dood" althans woorden van gelijke dreigende aard en/of
strekking;
(art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht )
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij op of omstreeks 12 mei 2024 te [slachtoffer], althans in Nederland,
een ander, te weten [slachtoffer] door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere
feitelijkheid gericht tegen die ander wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen en/of te dulden, immers heeft/is
verdachte
- zonder toestemming de woning van die [slachtoffer] betreden,
- op die [slachtoffer] gesprongen en/of gaan zitten en/of blijven zitten,
- die [slachtoffer] vastgegrepen,
- geroepen "stil, stil stil" althans woorden van gelijke aard en/of strekking,
- met zijn, verdachtes, hand de mond van die [slachtoffer] dichtgedrukt en/of dichtgedrukt
gehouden en/of
- (daarbij) geroepen “wil je dood" althans woorden van gelijke dreigende aard en/of
strekking;
(art 284 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )
(3)
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 11 mei 2024 tot en met 28 januari 2025 te Bilthoven, althans In Nederland, meermalen, althans eenmaal,(in de periode van 11 mei 2024 tot en met 30 juni 2024, artikel 240b Wetboek van Strafrecht) één of meer gegevensdragers, bevattende 6701, althans één of meer, afbeeldingen, van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt was betrokken en/of schijnbaar was betrokken heeft verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe heeft verschaft
en/of
(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 28 januari 2025, artikel 252 Wetboek van Strafrecht) 6701, althans één of meer, visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken heeft verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich daartoe de toegang heeft verschaft te weten een Acer computer (voorwerpnummer MDRBC24054841990 en IBN-code GOESL62.01.01.002) en/of een Acer computer (voorwerpnummer MDRBC24054 841996 en IBN-code GOESL62.02.01.004)
waarop te zien is dat:
die persoon vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een penis (bestandsnamen: [bestandsnaam] en/of [bestandsnaam] )
en/of
die persoon het eigen geslachtsdeel met de vingers/handen en/of de eigen billen met de vingers/handen en/of een voorwerp aanraakt
(bestandsnaam: [bestandsnaam] )
en/of
die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij - die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is en/of gekleed is en/of opgemaakt is en/of in een omgeving en/of met een voorwerp en/of in een (erotisch getinte) houding op een wijze die niet bij zijn/haar leeftijd past en/of
- die persoon zich in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet
en/of
- door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die persoon en/of de uitsnede van de foto's/films
nadrukkelijk het geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld worden
gebracht
(bestandsnamen:
[bestandsnaam] en/of
[bestandsnaam] en/of
[bestandsnaam] en [bestandsnaam] );
(art. 240b lid 1 Wetboek van Strafrecht (oud) en/of art. 252 Wetboek van Strafrecht)

Voetnoten

2.Pagina 36.
3.Pagina 37.
4.Pagina 38.
5.Pagina 41.
6.Pagina 194.
7.Pagina 195.
8.Pagina 341.
9.Pagina 345.
10.Pagina 110.
11.Pagina 112.
12.Pagina 113.
13.Pagina 156.