ECLI:NL:RBMNE:2025:6753

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
17 december 2025
Publicatiedatum
17 december 2025
Zaaknummer
16/180878-25
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor verkrachting van een minderjarige met een groot leeftijdsverschil

Op 17 december 2025 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in Lelystad uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een 71-jarige verdachte, die beschuldigd werd van meermalen verkrachting van een minderjarige jongen van 13 jaar. De feiten vonden plaats tussen 1 januari en 9 maart 2025. De verdachte heeft bekend dat hij seksuele handelingen heeft verricht met het slachtoffer, waaronder orale seks. De rechtbank heeft vastgesteld dat er een groot leeftijdsverschil was tussen de verdachte en het slachtoffer, en dat de verdachte zich bewust was van de kwetsbaarheid van het slachtoffer, die ook autisme had. De rechtbank heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Daarnaast is er een contact- en locatieverbod opgelegd voor de duur van drie jaar. De vordering van de benadeelde partij, die een schadevergoeding van € 15.000,00 eiste, is in zijn geheel toegewezen, inclusief wettelijke rente en een schadevergoedingsmaatregel. De rechtbank heeft in haar overwegingen rekening gehouden met de ernst van de feiten, de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, en de impact op het slachtoffer en diens ouders.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats: Lelystad
Parketnummer: 16/180878-25
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudig kamer van 17 december 2025 in de strafzaak van:
[verdachte],
geboren op [1953] in [geboorteplaats] ,
ingeschreven op het adres [adres] [woonplaats] ,
hierna: de verdachte.

1.Zitting

De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 3 december 2025.
Op de zitting waren aanwezig:
  • de verdachte;
  • de officier van justitie: mr. A. Dam;
  • de advocaat van de verdachte: mr. M. van Keulen;
  • de ouders van het slachtoffer;
  • de advocaat van het slachtoffer: mr. A.Y Bleeker.

2.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:
op meerdere tijdstippen in de periode van 1 september 2024 tot en met 9 maart 2025 te Hilversum een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaar heeft verkracht.
De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.

3.Bewijs

3.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte het feit heeft gepleegd.
3.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat van de verdachte voert geen verweer over het bewijs.
3.3.
Oordeel van de rechtbank
3.3.1.
Bewijsmiddelen
De verdachte bekent dat hij het feit heeft gepleegd, zoals hieronder bewezen is verklaard. Door of namens hem is ook niet om vrijspraak van dat feit gevraagd. In die situatie hoeft de rechtbank niet de inhoud van de bewijsmiddelen op te schrijven. De rechtbank noemt daarom alleen de bewijsmiddelen waarop zij haar oordeel baseert:
- de verklaring van de verdachte afgelegd tijdens de zitting van 3 december 2025;
- een proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer] van 4 april 2025. [1]
3.3.2.
Bewijsoverweging over de periode
De rechtbank stelt op basis van de bewijsmiddelen vast dat het (online) contact tussen de verdachte en het slachtoffer is begonnen in de laatste maanden van 2024, maar dat de seksuele handelingen hebben plaatsgevonden in de eerste maanden van 2025. Daarom is de rechtbank van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat de verdachte zich in de periode van 1 september 2024 tot 1 januari 2025 schuldig heeft gemaakt aan één of meer seksuele handelingen zoals ten laste gelegd. De verdachte zal daarom voor deze periode worden vrijgesproken.
3.4.
Bewezenverklaring
De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:
op meerdere tijdstippen in de periode van 1 januari tot en met 9 maart 2025 te Hilversum, met een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren, te weten [slachtoffer] (geboren op [2011] ), seksuele handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten meermaals
- het houden en brengen van zijn penis in de mond van die [slachtoffer] en
- het pijpen van de penis van die [slachtoffer] en
- het betasten van het lichaam van die [slachtoffer] en
- het uitkleden van die [slachtoffer] en vervolgens een blinddoek bij die [slachtoffer] om te doen en
- toe te kijken hoe die [slachtoffer] zichzelf aftrekt en vervolgens die [slachtoffer] klaar te laten komen op zijn, verdachtes, buik en
- verschillende seksspeeltjes aan die [slachtoffer] te geven.
De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet.

4.Kwalificatie en strafbaarheid

4.1
KwalificatieHet bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:
verkrachting in de leeftijdscategorie van twaalf tot zestien jaren, meermalen gepleegd.
4.2
Strafbaarheid feit en verdachteHet feit en de verdachte zijn strafbaar.

5.Straf en/of maatregel

5.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf 36 maanden, waarvan een gedeelte van 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar.
De officier van justitie eist daarnaast dat aan de verdachte een contact- en locatieverbod als vrijheidsbeperkende maatregel wordt opgelegd.
5.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat van de verdachte verzoekt de rechtbank bij het overwegen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf rekening te houden met de persoon van de verdachte, in het bijzonder zijn kwetsbare gezondheid en leeftijd. Verder vraagt de advocaat om verschillende verzachtende omstandigheden in aanmerking te nemen, zoals de volledige bekentenis van de verdachte, zijn vrijwillige aanmelding voor hulpverlening, het als laag ingeschatte recidiverisico en zijn blanco strafblad. De advocaat verzoekt – mede gelet op het taakstrafverbod – aan de verdachte een gevangenisstraf voor de duur van één dag op te leggen, met daarbij een forse taakstraf. De advocaat wijst daarbij op uitspraken met een vergelijkbare uitkomst.
5.3.
Oordeel van de rechtbank
Bij het bepalen van de straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder de verdachte deze feiten heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee.
Ernst en omstandigheden van het feit
De verdachte, een man van destijds 71 jaar oud, heeft op meerdere momenten seksuele handelingen verricht met een minderjarige jongen die toen de leeftijd van 13 jaar had. Hij is via een chatsite met het slachtoffer in contact gekomen. Het contact bestond aanvankelijk uit chatgesprekken via verschillende kanalen, waarbij het doel was om seksuele contacten tot stand te laten komen. Op enig moment hebben de verdachte en het slachtoffer afgesproken elkaar te ontmoeten. De verdachte heeft voorgesteld dat het slachtoffer naar zijn woning zou komen, omdat dit volgens hem het meest veilig zou zijn. In de woning zijn er voor het eerst over en weer seksuele handelingen verricht, bestaande uit orale seks. Het slachtoffer is daarna nog een keer bij de verdachte thuis geweest, waar wederom onder meer orale seks heeft plaatsgevonden. Tijdens een derde ontmoeting hebben zij elkaar opgezocht in een toiletruimte van een bibliotheek, waar opnieuw seksueel contact is geweest. Ook heeft de verdachte seksspeeltjes aan het slachtoffer gegeven, onder meer door deze bij het slachtoffer thuis over de schutting te gooien.
De rechtbank rekent het de verdachte zwaar aan dat hij in een tijdsbestek van ruim twee maanden op verschillende momenten seksuele handelingen heeft verricht met het slachtoffer, zonder zich op enig moment aan de situatie te onttrekken. De verdachte is een volwassene en het slachtoffer een kind. Die omstandigheid alleen al maakt dat de verdachte onder geen beding seksuele handelingen met het slachtoffer had mogen verrichten. De verdachte was van meet af aan op de hoogte van de jonge leeftijd van het slachtoffer. Hij heeft actief contact gezocht met een kind in deze leeftijdscategorie. Het was immers de verdachte die op de chatsite onder de naam ‘Senior zoekt jonge gast’ het eerste bericht stuurde naar het slachtoffer, die zich op deze site ‘ […] ’ noemde. Er was sprake van een zeer groot leeftijdsverschil. De verdachte had bovendien acht moeten slaan op de signalen die duidden op de kwetsbaarheid van het slachtoffer. Hij was zich (in ieder geval op enig moment tijdens de pleegperiode) bewust van het feit dat het slachtoffer een vorm van autisme had. Daarnaast werkte hij destijds op dezelfde school als het slachtoffer. Voor zijn pensioen werkte hij op die school als docent en daarna enkele dagen per week met kinderen die extra zorg nodig hadden. Van iemand in zijn functie en met zijn ervaring mag in het bijzonder worden verwacht dat hij zich bewust is van de kwetsbare positie en beïnvloedbaarheid van kinderen in deze leeftijdscategorie, ook en juist op seksueel gebied.
Hoewel de verdachte tijdens de zitting meerdere malen spijt heeft betuigd, is bij de rechtbank het beeld ontstaan dat de verdachte meent dat hij een passieve rol heeft gehad in het tot stand komen van de seksuele handelingen die hebben plaatsgevonden. De verdachte stelt dat het hem is overkomen, dat hij het heeft toegelaten en zich heeft laten meeslepen in het enthousiasme van het slachtoffer. Zelfs als dat waar zou zijn, zou dat de feiten niet minder ernstig maken. Het was de verdachte die als volwassene wist dat dergelijk seksueel contact met een minderjarig kind onder alle omstandigheden onacceptabel was. De verdachte kan zich niet verschuilen achter de toenadering of het enthousiasme van het slachtoffer. Daar komt bij dat het dossier tal van aanknopingspunten biedt waaruit blijkt dat de verdachte juist wel degelijk een actieve rol heeft gehad in het tot stand komen van de contacten. Zo is hij degene geweest die het contact via de chatsite heeft geïnitieerd, heeft hij voorgesteld dat het slachtoffer naar zijn woning zou komen, is hij met de wetenschap dat daar seksuele handelingen zouden plaatsvinden in de auto gestapt richting de bibliotheek, en heeft hij het slachtoffer opgezocht bij een sportwedstrijd. Verder heeft de verdachte seksspeeltjes over de schutting bij het slachtoffer thuis gegooid. Ook bleef hij contact zoeken op momenten waarop het slachtoffer niet meer reageerde, onder meer door hem via de mentor van het slachtoffer een sleutelhanger te laten bezorgen. De verdachte heeft zelfs het telefoonnummer van het slachtoffer in het leerlingensysteem van de school opgezocht om hem via Whatsapp te kunnen berichten. Niet alleen was het voor het slachtoffer een groot raadsel hoe de verdachte aan zijn telefoonnummer kwam, maar de verdachte heeft hiermee ook nog eens op grove wijze misbruik gemaakt van zijn informatiepositie als (voormalig) docent van de school. Dit alles rekent de rechtbank de verdachte zeer aan.
Ondanks het feit dat de seksuele handelingen niet onder dwang tot stand zijn gekomen, heeft de verdachte met zijn handelen de normale en gezonde seksuele ontwikkeling van het slachtoffer ernstig geschaad. Hij heeft op de koop toegenomen dat zijn gedrag vroeg of laat tot forse problematiek bij het slachtoffer kan leiden. De rechtbank neemt het de verdachte kwalijk dat hij de lustgevoelens die hij kennelijk had voorop heeft gesteld en zich onvoldoende heeft bekommerd om het kwetsbare minderjarige slachtoffer en zijn normale en gezonde seksuele ontwikkeling. De verdachte heeft met zijn gedrag niet alleen het slachtoffer ernstig beschadigd, maar ook de ouders van het slachtoffer bijzonder veel leed en verdriet aangedaan.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
De rechtbank houdt rekening met het strafblad van de verdachte van 3 november 2025. Daaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld.
Verder houdt de rechtbank rekening met een rapportage van Reclassering Nederland van 10 november 2025. Uit dit rapport blijkt dat het risico op recidive, letsel en het onttrekken aan voorwaarden door de reclassering als laag wordt ingeschat. De reclassering vindt een forensische behandeling in een verplicht kader niet geïndiceerd, omdat dit volgens de reclassering juist contraproductief kan zijn bij een laag recidiverisico. De reclassering adviseert een straf zonder bijzondere voorwaarden. Wel wordt geadviseerd om – gelet op de ernst van het feit – een contactverbod met het slachtoffer op te leggen.
Strafkader
De rechtbank neemt in strafverzwarende zin mee dat het feit meermalen is gepleegd binnen een tijdsbestek van ruim twee maanden, dat sprake is van een zeer groot leeftijdsverschil en dat het slachtoffer een kwetsbare minderjarige betreft, zoals de verdachte wist. Daarnaast weegt de rechtbank strafverzwarend mee dat de verdachte door zijn werk op een school met kwetsbare jongeren een bijzondere positie en verantwoordelijkheid had. Ook rekent de rechtbank de verdachte zijn houding aan, nu daaruit geen volledige verantwoordelijkheid voor zijn gedrag blijkt. Anders dan de verdachte heeft gesuggereerd, is op meerdere punten gebleken dat hij juist een actieve rol heeft gespeeld bij het tot stand komen van de seksuele handelingen. De rechtbank acht het bovendien zorgwekkend dat de verdachte niet kan verklaren waar zijn gedrag vandaan komt. Hij lijkt geen inzicht te hebben in de redenen waarom de seksuele contacten hebben plaatsgevonden. De verdachte stelt dat hij zich op geen enkele wijze aangetrokken voelt tot de jonge leeftijdscategorie van het slachtoffer. De rechtbank plaatst daar op basis van wat er in deze zaak feitelijk is gebeurd en op basis van de chats die op de telefoon van de verdachte zijn aangetroffen grote vraagtekens bij. Al met al is de rechtbank er in mindere mate dan de reclassering van overtuigd dat de kans op herhaling klein is.
De rechtbank ziet ook enkele strafverminderende aspecten. Zo heeft de verdachte vanaf het begin een bekennende verklaring afgelegd, en heeft hij spijt betuigd. De verdachte heeft zich bij de politie, en ook bij de zitting, open opgesteld. Hoewel hij zichzelf soms een passieve rol lijkt toe te schrijven binnen het geheel, heeft hij ook verantwoordelijkheid genomen voor zijn daden en ziet hij de ernst van de situatie in. Verder is het positief dat de verdachte voornemens is om in een vrijwillig kader een behandeling te starten bij De Waag. De verdachte toont hiermee bereidheid om mee te werken aan het voorkomen van herhaling.
Ondanks de hiervoor genoemde strafverminderende omstandigheden ziet de rechtbank geen ruimte voor een andere afdoeningsmodaliteit dan een gevangenisstraf. De ernst van het feit laat geen lichtere sanctie toe dan een straf die vrijheidsbeneming met zich meebrengt, en daarbij is de rechtbank ertoe gehouden rekening te houden met het taakstrafverbod in de zin van artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht. Een door de verdediging voorgestelde gevangenisstraf van één dag doet op geen enkele manier recht aan de ernst en omstandigheden van het feit. Wel ziet de rechtbank in de openheid van zaken die de verdachte vanaf het begin heeft gegeven aanleiding om een lagere gevangenisstraf op te leggen dan door de officier van justitie is geëist. Net als de officier van justitie acht de rechtbank een deels voorwaardelijke gevangenisstraf passend, als stok achter de deur om herhaling te voorkomen.
Gelet op dit alles legt de rechtbank aan de verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden op, waarvan een gedeelte van 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar.
De rechtbank zal daarnaast een contact- en locatieverbod als vrijheidsbeperkende maatregel opleggen. De rechtbank legt deze vrijheidsbeperkende maatregel op voor de duur van drie jaren. Voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan, zal vervangende hechtenis voor een hierna te bepalen duur worden opgelegd.
De rechtbank zal ter bescherming van het slachtoffer en voor het voorkomen van strafbare feiten bevelen dat de verdachte:
  • zich onthoudt van contact met [slachtoffer] (geboren op [2011] );
  • zich niet ophoudt op de volgende plekken;
* het adres [adres] , [plaats] ;
* het [school] , gevestigd op het adres [adres] te [plaats] ;
* de sportvereniging gevestigd op het adres [adres] te [plaats] ;
* de dansvereniging gevestigd op het adres [adres] te [plaats] .
De rechtbank bepaalt dat de vrijheidsbeperkende maatregel direct ingaat. Gelet op de omstandigheid dat de verdachte na de laatste keer dat hij het slachtoffer ontmoette nog op verschillende manieren contact met hem heeft gezocht, oordeelt de rechtbank dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte zich opnieuw belastend gedraagt tegenover het slachtoffer.

6.Vordering benadeelde partij

6.1.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]
heeft zich als benadeelde partij gevoegd en heeft mr. A.Y. Bleeker gemachtigd om hem in dit kader te vertegenwoordigen. Namens de benadeelde partij is gevorderd de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 15.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit een vergoeding van immateriële schade. Verder is namens de benadeelde partij verzocht de schadevergoedingsmaatregel op te leggen. Ook is namens de benadeelde partij verzocht om ten aanzien van de immateriële schade te bepalen dat deze dient te worden overgemaakt op een rekening met BEM-clausule, zodat is gegarandeerd dat deze schadevergoeding voor het slachtoffer beschikbaar zal zijn wanneer hij meerderjarig is.
6.2.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie vordert om de vordering benadeelde partij toe te wijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Ook vordert de officier van justitie dat bepaald wordt dat het toegewezen bedrag wordt overgemaakt op een rekening met BEM-clausule.
6.3.
Standpunt van de verdediging
De verdediging verzoekt de vordering van de benadeelde partij fors te matigen. De verdediging wijst erop dat de psychische klachten niet uitsluitend aan het handelen van de verdachte kunnen worden toegeschreven, waardoor de causale relatie tussen de gepleegde feiten en de volledige omvang van de psychische schade niet met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld. Daarnaast lijkt de invloed in het functioneren van de benadeelde partij op school beperkt te zijn gebleven, wat eveneens van invloed is op de omvang van de schade. Verder wijst de verdediging op vergelijkbare zaken, waarin een lager bedrag is toegewezen dan gevorderd. Ook verzoekt de verdediging de rechtbank te overwegen aansluiting te zoeken bij de Rotterdamse Schaal, waarbij dit feit volgens de verdediging onder categorie c valt (tamelijk ernstig) bij
ontucht met binnendringen, waarbij het uitgangspunt een bedrag tussen de € 1.500,00 en € 6.000,00 is.
6.4.
Oordeel van de rechtbank
Immateriële schadevergoeding
De rechtbank oordeelt dat de benadeelde partij recht heeft op immateriële schadevergoeding op grond van artikel 6:106, eerste lid, onder b, van het Burgerlijk Wetboek. Voldoende is komen vast te staan dat sprake is van een zogenoemde “aantasting van de persoon op andere wijze”. De nadelige (psychische) gevolgen voor de benadeelde partij zijn in de vordering en slachtofferverklaring specifiek benoemd en liggen, gelet op de aard en ernst van de normschending, voor de hand. Een seksuele relatie tussen een minderjarige en een oudere man, waarbij sprake is van een zeer groot leeftijdsverschil, is schadelijk voor de gezonde seksuele ontwikkeling van een minderjarige. Het is aannemelijk dat het slachtoffer hier op latere leeftijd gevolgen van zal ondervinden.
Anders dan de verdediging bepleit, gaat de rechtbank bij de vergelijking met de Rotterdamse Schaal – waarbij wordt gekeken naar relevante factoren zoals de ernst van de seksuele handelingen, de afhankelijkheidsrelatie, de kwetsbaarheid van het slachtoffer, de leeftijd en het leeftijdsverschil met de dader – uit van
verkrachting, categorie b (ernstig), waarbij een bedrag tussen € 7.500 en € 15.000 het uitgangspunt is.
Gelet op de aard en ernst van de normschending, zoals ook in het voorgaande uitvoerig is beschreven, en rekening houdend met de vergoedingen die in soortgelijke zaken worden toegekend, zal de rechtbank de vordering van de benadeelde partij volledig toewijzen tot een bedrag van € 15.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 maart 2025.
BEM-clausule
De rechtbank zal bepalen dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van de benadeelde partij te openen rekening met een zogenoemde BEM-clausule. Een dergelijke BEM-clausule is bedoeld ter bescherming van de belangen van de minderjarige. De minderjarige en zijn wettelijke vertegenwoordigers kunnen aldus slechts met toestemming van de kantonrechter over het vermogen van de minderjarige beschikken tot het moment dat hij de leeftijd van achttien jaar zal hebben bereikt.
Schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank zal ten behoeve van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel opleggen als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht, om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed.
Veroordeling in de kosten
De rechtbank zal de verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

7.Toegepaste wetsartikelen

De opgelegde straf en maatregelen zijn gebaseerd op de volgende wetsartikelen:
- artikel 14a, 14b, 14c, 36f, 38v, 38w, 57, 248 van het Wetboek van Strafrecht,
zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

11.De beslissing

De rechtbank:
bewezenverklaring
- verklaart bewezen dat de verdachte het feit heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;
- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij;
strafbaarheid feit
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;
strafbaarheid verdachte
- verklaart de verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;
straf en/of maatregel
- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van
30 (dertig) maanden;
- bepaalt dat van de gevangenisstraf
een gedeelte van 12 (twaalf) maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;
- stelt daarbij een proeftijd van 2 jaren vast;
- als voorwaarde geldt dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
  • legt aan de verdachte op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de duur van drie jaren;
  • beveelt dat de verdachte
- zich onthoudt van ieder (direct dan wel indirect) contact met [slachtoffer] (geboren op [2011] );
- zich niet ophoudt op de volgende plekken;
* het adres [adres] , [plaats] ;
* het [school] , gevestigd op het adres [adres] [plaats] ;
* de sportvereniging gevestigd op het adres [adres] [plaats] ;
* de dansvereniging gevestigd op het adres [adres] [plaats] .
- beveelt dat deze vrijheidsbeperkende maatregel dadelijk uitvoerbaar is;
- beveelt dat voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan de maatregel wordt vervangen door zeven dagen hechtenis, met een maximum van zes maanden;
vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer]
  • wijst de vordering van [slachtoffer] toe tot een bedrag van € 15.000,00, bestaande uit een vergoeding voor immateriële schade;
  • veroordeelt de verdachte tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 maart 2025 tot de dag van volledige betaling;
  • veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
  • legt de verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat
  • bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
  • bepaalt dat de te betalen immateriële schadevergoeding van € 15.000,00 zal worden gestort op een ten behoeve van [slachtoffer] te openen spaarrekening met een BEM-clausule.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.A. Koorevaar, voorzitter, mr. A.J. Reitsma en mr. H.J. van Woudenberg, rechters, in tegenwoordigheid van mr. K. Dam, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 17 december 2025.
De oudste rechter en jongste rechter zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is na wijziging van de tenlastelegging ten laste gelegd dat:
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 september 2024 tot en met 9 maart 2025 te Hilversum, althans in Nederland, met een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren, te weten [slachtoffer] (geboren op [2011] ),
een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten (meermaals)
- het houden en of brengen van zijn penis in de mond van die [slachtoffer] en/of
- het pijpen van de penis van die [slachtoffer] en/of
- het betasten van het lichaam van die [slachtoffer] en/of
- het uitkleden van die [slachtoffer] en/of (vervolgens) een blinddoek bij die [slachtoffer] om te doen en/of
- toe te kijken hoe die [slachtoffer] zichzelf aftrekt en/of (vervolgens) die [slachtoffer] klaar te laten komen op zijn, verdachtes, buik en/of
- verschillende seksspeeltjes aan die [slachtoffer] te geven.

Voetnoten

1.Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van 4 april 2025, genummerd 20752036, opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , werkzaam bij de politie Midden-Nederland (pagina 28 tot en met 43 van het proces-verbaal, genummerd 2025075589), inhoudende de verklaring van slachtoffer [slachtoffer] .