ECLI:NL:RBMNE:2025:6769
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing urgentieverklaring wegens onvoldoende motivering hardheidsclausule en artikel 8 EVRM
Eiseres diende een aanvraag in voor een urgentieverklaring wegens dreigende dakloosheid na ontruiming van haar woning begin 2024. Het college wees de aanvraag af omdat eiseres niet voldeed aan de algemene voorwaarden van ingezetenschap en het beschikken over zelfstandige woonruimte, en ook niet aan de specifieke voorwaarden voor urgentie bij dreigende dakloosheid en maatschappelijke gronden. Tevens zag het college geen aanleiding de hardheidsclausule toe te passen.
Eiseres betoogde dat zij sinds 2006 ingezetene is en dat de situatie onredelijk hard uitwerkt, met name vanwege de impact op haar minderjarige kinderen en het recht op gezinsleven onder artikel 8 EVRM Pro. De voorzieningenrechter oordeelde dat het college onvoldoende is ingegaan op de gevolgen voor de kinderen en het beroep op de hardheidsclausule en artikel 8 EVRM Pro onvoldoende heeft gemotiveerd.
De voorzieningenrechter vernietigt het bestreden besluit en draagt het college op binnen vier weken een nieuw besluit te nemen waarbij de belangen van de kinderen en de schrijnende situatie opnieuw worden meegewogen. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de situatie nog niet concreet ontruimd is en eiseres onvoldoende inspanningen heeft verricht voor alternatieve huisvesting.
Het college wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en het college moet binnen vier weken een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak.