ECLI:NL:RBMNE:2025:6772

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
12 december 2025
Publicatiedatum
17 december 2025
Zaaknummer
25/6158
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:86 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen besluit geen nieuwe effectenafstand drainage Natura 2000 Engbertsdijksvenen

Verzoekers, eigenaren van een landgoed en een landbouwbedrijf, hebben een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van gedeputeerde staten van Overijssel om geen nieuwe effectenafstand voor drainage vast te stellen in het Natura 2000-beheerplan Engbertsdijksvenen.

De voorzieningenrechter overweegt dat het verzoek om een onmiddellijke uitspraak in de hoofdzaak (kortsluiting) niet kan worden gehonoreerd vanwege de complexiteit van de zaak. Verzoekers stellen dat het besluit leidt tot onzekerheid over vergunningplicht en dat een nieuw drainagesysteem noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering. Gedeputeerde staten betwisten het spoedeisend belang omdat geen concrete datum voor drainagewerkzaamheden is genoemd en er geen vergunningaanvraag is gedaan.

De voorzieningenrechter concludeert dat er geen acute financiële noodsituatie is die een voorlopige voorziening rechtvaardigt en dat het besluit niet evident onrechtmatig is. Daarom wordt het verzoek afgewezen. De bodemprocedure wordt zo spoedig mogelijk gepland. Verzoekers krijgen geen griffierecht of proceskosten vergoed.

Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen besluit geen nieuwe effectenafstand drainage wordt afgewezen wegens ontbreken spoedeisend belang en niet evident onrechtmatig besluit.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/6158
uitspraak van de voorzieningenrechter van 12 december 2025 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen
[verzoeker 1] van [erflater] ,eigenaren van het landgoed [locatie] ,
[verzoeker 2] v.o.f., gevestigd in [vestigingsplaats] ,
gezamenlijk verzoekers
(gemachtigde: mr. J.W.M. Hagelaars),
en

het college van gedeputeerde staten van Overijssel (gedeputeerde staten),

verweerder
(gemachtigde: mr. C. Schimmer).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening over het besluit van gedeputeerde staten van 8 juli 2025 om geen nieuwe effectenafstand voor drainage voor de Engbertsdijksvenen vast te stellen in het Natura 2000 -beheerplan Engbertsdijksvenen.
1.1.
Voor de voorgeschiedenis verwijst de rechtbank naar wat daarover in de uitspraak van deze rechtbank van 3 februari 2025 [1] is opgenomen. In die uitspraak heeft de rechtbank gedeputeerde staten opgedragen om binnen 26 weken na de dag van verzending van die uitspaak alsnog een nieuw besluit als bedoeld in de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 24 januari 2022 [2] bekend te maken.
1.2.
Gedeputeerde staten hebben op 8 juli 2025 besloten om geen nieuwe effectenafstand voor drainage voor Engbertsdijksvenen vast te stellen in het Natura 2000-beheerplan Engbertsdijksvenen (het beheerplan). De reden daarvoor is dat voor het bepalen van een nieuwe effectenafstand voor drainage de meest actuele wetenschappelijke kennis moet worden gehanteerd en informatie over perceelontwatering en agrarische grondwateronttrekking ontbreekt. Op korte termijn kan daarom niet met wetenschappelijke zekerheid een nieuwe effectenafstand worden vastgesteld waarmee een significant negatief effect op de instandhoudingsdoelen is uit te sluiten. Verder willen gedeputeerde staten niet vooruitlopen op de herziening van het beheerplan dat in juni 2028 klaar moet zijn.
1.3.
Verzoekers zijn het niet eens met dit besluit en hebben daarom beroep ingesteld en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
1.4.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 3 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [A] en [B] , bijgestaan door hun gemachtigde en mr. J. Wijnmaalen, en de gemachtigde van gedeputeerde staten, bijgestaan door [C] .

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af
.Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
3. De voorzieningenrechter stelt voorop dat verzoekers op de zitting hebben aangegeven het liefst een onmiddellijke uitspraak in de hoofdzaak te willen, het zogeheten ‘kortsluiten’. Gedeputeerde staten hebben op de zitting verklaard dat zij hiertegen op zichzelf geen bezwaar hebben. De voorzieningenrechter snapt dat verzoekers snel duidelijkheid willen. De voorzieningenrechter heeft de bevoegdheid om onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak als nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak [3] . Dat is hier niet zo. Er ligt in deze zaak een complex vraagstuk voor, dat zich niet leent om in het kader van deze spoedprocedure af te doen. De voorzieningenrechter doet daarom geen uitspraak in de hoofdzaak, maar alleen in de voorlopige voorzieningenprocedure.
Spoedeisend belang
4. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist.
5. Verzoekers voeren aan dat het besluit om geen effectenafstand vast te stellen betekent dat alle drainage-activiteiten onder de vergunningplicht vallen en dat drainage een essentieel onderdeel is van het agrarisch gebruik. De bedrijfsvoering van zowel het landbouwbedrijf als van het landgoed wordt geraakt door de onzekerheid over welke activiteiten al dan niet vergunningplichtig zijn. Eén van de percelen van [verzoeker 2] heeft een nieuw drainagesysteem nodig. Zonder dit nieuwe drainagesysteem komt de productiviteit en daarmee de agrarische exploitatie in gevaar. De bodemprocedure kan daarom volgens verzoekers niet worden afgewacht. Zij verzoeken daarom het bestreden besluit te schorsen en gedeputeerde staten op te dragen gebiedsspecifiek hyrdologisch onderzoek te laten verrichten binnen een te bepalen termijn, zodat tot een effectenafstand kan worden besloten.
6. Gedeputeerde staten stellen zich op het standpunt dat geen sprake is van een spoedeisend belang omdat er geen concrete datum wordt genoemd van de voorgenomen drainagewerkzaamheden. Ook is er geen omgevingsvergunning aangevraagd. Verder zijn er geen aanwijzingen dat de bedrijfsuitvoering direct wordt bedreigd. Zij wijzen erop dat de voorgenomen activiteiten ook vallen binnen de voorheen vastgestelde effectafstand van 1000 meter en daarmee vergunningplichtig zijn. Onder voorwaarden is het wijzigen van bestaande drainage, zowel binnen als buiten de effectenafstand, wel vrijgesteld van vergunningplicht. Dit staat in het beheerplan. Nieuwe of ingrijpende wijzigingen aan drainage waardoor het ontwaterend vermogen toeneemt vallen daar niet onder. De voorgenomen activiteiten op het perceel van [verzoeker 2] vallen niet onder de vrijstellingsplicht omdat die worden beschouwd als een ingrijpende wijziging waarbij significante effecten niet op voorhand zijn uit te sluiten vanwege de toename van het ontwaterend vermogen.
7. De voorzieningenrechter begrijpt dat verzoekers al jarenlang wachten op een besluit van gedeputeerde staten waarin een nieuwe effectenafstand wordt vastgesteld. En dat met dit besluit aan die onzekerheid nog steeds geen einde is gekomen. Ook is op de zitting door verzoekers uitgelegd dat zij met een nieuwe effectenafstand niet alleen duidelijkheid krijgen over de vraag of de voorgenomen drainage-activiteiten op het perceel van [verzoeker 2] vergunningplichtig zijn, maar daarmee ook duidelijkheid krijgen voor andere percelen waarvan sommige binnen een afstand van 1000 meter van de Engbertsdijksvenen vallen, maar dat er ook percelen zijn die daarbuiten vallen. Verder is duidelijkheid van belang in het licht van een eventuele uitruil van gronden in de directe omgeving van de Engbertsdijksvenen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is echter niet onderbouwd dat een acute financiële noodsituatie ontstaat als gevolg van het besluit om nu geen nieuwe effectenafstand voor dit gebied vast te stellen, waardoor er een voorlopige voorziening moet worden getroffen. Verder geldt dat onderhoudswerkzaamheden aan de bestaande drainage nog steeds vergunningvrij kunnen worden uitgevoerd.
Voorlopig rechtmatigheidsoordeel en belangenafweging
8. Omdat de voorzieningenrechter van oordeel is dat verzoekers geen spoedeisend belang hebben, kan een voorlopige voorziening alleen nog worden getroffen als het bestreden besluit evident onrechtmatig is. Met evident onrechtmatig wordt bedoeld dat zonder diepgaand onderzoek naar de relevante feiten en/of het recht zeer ernstig moet worden betwijfeld of het door gedeputeerde staten ingenomen standpunt juist is en of het besluit in de beroepsprocedure in stand zal blijven. De voorzieningenrechter is vooralsnog niet gebleken dat sprake is van een evident onrechtmatig besluit.
9. Omdat geen sprake is van een spoedeisend belang en het besluit van gedeputeerde staten ook niet evident onrechtmatig is, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding de belangenafweging in het voordeel van verzoekers te laten uitvallen. De voorzieningenrechter zal wel bevorderen dat de bodemzaak zo spoedig mogelijk op zitting wordt gepland.

Conclusie en gevolgen

10. De voorzieningenrechter wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af. Verzoekers krijgen het griffierecht niet terug. Zij krijgen ook geen vergoeding van hun proceskosten.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.R. van Es-de Vries, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. G.M.T.M. Sips, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 12 december 2025.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

3.Artikel 8:86 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).