ECLI:NL:RBMNE:2025:6775

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
3 december 2025
Publicatiedatum
18 december 2025
Zaaknummer
UTR 25/4702
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedures
  • Proces-verbaal
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Sluiting van een woning op grond van de Gemeentewet na explosie met zwaar vuurwerk

In deze zaak heeft de rechtbank Midden-Nederland op 3 december 2025 uitspraak gedaan over de sluiting van de woning van eiseres, gelegen aan de [locatie] in Lelystad, voor een periode van zeven dagen. De burgemeester van Lelystad had deze sluiting opgelegd na een explosie met zwaar vuurwerk bij de woning, waarbij de openbare orde ernstig verstoord was. Eiseres, huurder van de woning, was het niet eens met deze beslissing en heeft beroep ingesteld. De rechtbank heeft de zaak behandeld en de burgemeester heeft een verweerschrift ingediend. Na de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

De rechtbank heeft beoordeeld of de burgemeester bevoegd was om de woning te sluiten op basis van artikel 174a, eerste lid, aanhef en onder b, van de Gemeentewet. De rechtbank concludeert dat de burgemeester voldoende redenen had om de sluiting te rechtvaardigen, gezien de ernst van de verstoring van de openbare orde door het gebruik van zwaar vuurwerk. Eiseres stelde dat de burgemeester onvoldoende had aangetoond dat de openbare orde daadwerkelijk was verstoord, maar de rechtbank volgde deze redenering niet. De rechtbank oordeelde dat de burgemeester terecht had besloten tot sluiting, gezien de risico's voor de veiligheid van omwonenden en de vrees voor herhaling van dergelijke incidenten.

De rechtbank heeft ook de belangen van eiseres afgewogen tegen het algemeen belang van de handhaving van de openbare orde. Hoewel de sluiting ingrijpend was voor eiseres, werd deze noodzakelijk geacht om de veiligheid van haar en haar driejarige zoon te waarborgen. De rechtbank concludeerde dat de burgemeester zijn bevoegdheid rechtmatig had gebruikt en dat het beroep van eiseres ongegrond was. Eiseres kreeg geen vergoeding van haar proceskosten en werd gewezen op de mogelijkheid om in hoger beroep te gaan.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Almere
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/4702
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 december 2025 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres,

(gemachtigde: mr. E.D. van Tellingen),
en

de burgemeester van de gemeente Lelystad, de burgemeester,

(gemachtigde: mr. M. Adansar).

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over de sluiting van de woning van eiseres voor de duur van zeven dagen vanwege een explosie voor de woning.
1.1.
De burgemeester heeft op 20 januari 2025 besloten om de woning van eiseres aan de [adres] in [woonplaats] met ingang van 20 januari tot en met 27 januari 2025 te sluiten. Deze sluiting heeft te maken met zwaar vuurwerk dat bij de woning is afgegaan. Dit staat in de bestuurlijke rapportage van 20 januari 2025. Op 23 januari 2025 heeft de burgemeester het besluit nader gemotiveerd.
1.2.
Met het bestreden besluit van 8 juli 2025 op het bezwaar van eiseres is de burgemeester bij dat besluit gebleven.
1.3.
Eiseres is het daar niet mee eens en heeft beroep ingesteld. De burgemeester heeft een verweerschrift ingediend.
1.4.
De rechtbank heeft het beroep van eiseres tegen het bestreden besluit van 8 juli 2025 op 3 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de burgemeester.
1.5.
Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt de vraag of de burgemeester de woning voor zeven dagen heeft mogen sluiten, omdat de openbare orde rond de woning door het neerleggen van zwaar vuurwerk ernstig wordt verstoord of ernstige vrees bestaat voor het ontstaan van een zodanige verstoring. Dit doet zij aan de hand van de beroepsgronden.
Procesbelang
3. Omdat de sluiting van de woning al heeft plaatsgevonden, beoordeelt de rechtbank ambtshalve of eiseres nog procesbelang heeft. Eiseres stelt dat het procesbelang zit in de activiteiten van de woningbouwvereniging en dat deze sluiting voor de woningbouwvereniging mede bepalend kan zijn om tot ontbinding van de huurovereenkomst over te gaan. De rechtbank ziet hierin voldoende reden om procesbelang aan te nemen en gaat over tot inhoudelijke beoordeling van haar beroep.
Bevoegdheid
4. De vraag die voorligt is of de burgemeester de woning van eiseres mocht sluiten. Hiervoor moet worden gekeken of voldaan is aan de voorwaarden van artikel 174a, eerste lid, aanhef en onder b, van de Gemeentewet. Eén van deze voorwaarden is dat rond de woning de openbare orde ernstig wordt verstoord of dat ernstige vrees daartoe bestaat.
5. Eiseres vindt dat de burgemeester onvoldoende concreet heeft gemaakt dat de openbare orde daadwerkelijk is verstoord of dat ernstige vrees daartoe bestaat. Eiseres vindt daarom dat de burgemeester niet bevoegd was om de woning te sluiten.
6. De rechtbank volgt eiseres hierin niet. De rechtbank kan de burgemeester volgen dat geweldsincidenten met zwaar vuurwerk aangemerkt kunnen worden als een ernstig risico voor bewoners, omwonenden en passanten, zeker nu de explosie heeft plaatsgevonden in een woonwijk. Het zware vuurwerk heeft in dit geval alleen schade veroorzaakt aan de woning van eiseres, maar het is niet ondenkbaar dat bij het afgaan vaan zwaar vuurwerk ook gewonden kunnen vallen. Voor de rechtbank staat voldoende vast dat ten tijde van het besluit de openbare orde ernstig was verstoord. Verder vindt de rechtbank van belang dat gebruik van zwaar vuurwerk (in dit geval een cobra 6) expliciet zijn aangehaald als gevallen waarvoor de sluitingsbevoegdheid op grond van artikel 174a, eerste lid, aanhef en onder b, van de Gemeentewet is bedoeld. [1] Daarnaast is er ook een bevoegdheid aanwezig indien sprake is van ernstige vrees op verstoring van de openbare orde. Uit de bestuurlijke rapportage blijkt van aanwijzingen dat sprake is van een onderliggend conflict, zakelijk dan wel in de familierechtelijke sfeer en ook van antecenten. Dit zijn aanwijzingen dat het nog een keer kan gebeuren. In deze vrees voor herhaling heeft de burgemeester ook aanleiding mogen zien om de woning voor de aan de orde zijnde korte periode te sluiten. Er was op het moment van de sluiting namelijk ook nog geen verdachte in beeld, op basis waarvan de politie had kunnen handelen.
7. Gelet op de hiervoor genoemde omstandigheden kan aan het enkel niet actief melden van buurtbewoners dat sprake was van verstoring van de openbare orde, niet de betekenis worden toegekend die eiseres daaraan toegekend wenst te zien. Met vorengenoemde omstandigheden heeft de burgemeester voldoende aangetoond dat hier wel sprake van was.
8. Het moet voorts gaan om verstoring van de openbare orde rond de woning. De bestuurlijke rapportage biedt voldoende basis voor het standpunt van de burgemeester dat de persoon die het zware vuurwerk heeft neergelegd het op de woning van eiseres had gemunt. Voor de stelling van eiseres dat sprake is geweest van balorigheid bevat het dossier geen aanwijzingen.
9. De rechtbank is op basis van het vorenstaande van oordeel dat de burgemeester op grond van artikel 174a, eerste lid, aanhef en onder b, van de Gemeentewet bevoegd was om de woning te sluiten.
Geschiktheid en noodzaak van de sluiting
10. De rechtbank vindt dat de sluiting van de woning geschikt is om het doel, namelijk het wegnemen van de ernstige verstoring van de openbare orde, te bewerkstelligen. Gedurende de periode dat eiseres niet in de woning woont, wordt de veronderstelde reden van het neerleggen van het zware vuurwerk weggenomen en kan de politie onderzoek doen naar de verdachte. Ook vindt de rechtbank de sluiting van de woning noodzakelijk is. Eiseres heeft aangevoerd dat de burgemeester ook had kunnen volstaan met een minder zware maatregel zoals het invoeren van cameratoezicht of extra surveillance door de politie. De rechtbank is van oordeel dat de burgemeester voldoende heeft gemotiveerd dat cameratoezicht en surveillance een onvoldoende beschermende werking hebben. Een persoon kan zich onherkenbaar maken en de praktijk leert dat personen zich niet laten weerhouden door camera’s. In dit geval volgt uit het dossier ook dat de persoon die het zware vuurwerk heeft neergelegd niet herkenbaar is op de deurbelcamera’s en bedekkende kleding draagt. De rechtbank volgt de burgemeester in het standpunt dat er onvoldoende capaciteit bestaat voor een surveillance, in de zin van het 24 uur per dag posten bij de woning. Maar de rechtbank ziet in het dossier geen aanknopingspunten dat er onvoldoende capaciteit is voor extra surveillance bij de woning. Voor extra surveillance geldt dat de burgemeester dat onvoldoende afschrikwekkend heeft mogen vinden, gelet op de ernst en de aard van de omstandigheden. Omdat aannemelijk is gemaakt dat de genoemde middelen niet toereikend zijn, heeft de burgemeester de sluiting noodzakelijk kunnen vinden.
Evenwichtigheid van de sluiting
11. Wanneer de burgemeester zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat de sluiting van de woning geschikt en noodzakelijk is, moet hij nagaan of de sluiting en de duur daarvan ook evenwichtig is.
12. Vast staat dat de sluiting van de woning ingrijpend is voor eiseres. Dit is ook niet in geschil. Dit betekent op zichzelf niet dat de sluiting daarmee onevenwichtig is. Inherent aan een sluiting is dat bewoners hun woning moeten verlaten. De bijzonderheid in deze situatie is dat eiseres een driejarige zoon heeft. Daar moet in de belangenafweging rekening mee worden gehouden. De rechtbank vindt dat de burgemeester dat ook heeft gedaan. De burgemeester heeft de woning kort gesloten en ook heeft eiseres vervangende woonruimte kunnen vinden waarvan de kosten zijn vergoed. Onder deze omstandigheden heeft de burgemeester het algemene belang van de handhaving van de openbare orde en veiligheid zwaarder mogen laten wegen dan de belangen van eiseres om terug te keren naar haar woning. De rechtbank weegt daarbij mee dat de sluiting ook is getroffen in het belang van de veiligheid van eiseres en haar driejarige zoon zelf, nu niet is uitgesloten dat het om een gerichte dreiging ging. De vraag of eiseres een verwijt kan worden gemaakt, is anders dan de burgemeester stelt een omstandigheid die meeweegt in het kader van de vraag of de sluiting evenwichtig is, maar hiermee kan eiseres niet bereiken wat zij wil. Omdat over de verwijtbaarheid niets valt te zeggen, kan dit niet leiden tot de conclusie dat de sluiting niet evenwichtig is.

Conclusie en gevolgen

13. De rechtbank concludeert dat de burgemeester van zijn bevoegdheid gebruik heeft mogen maken om de woning over de periode van 20 januari tot en met 27 januari 2025 te sluiten.
14. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
15. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.

Beslissing

De rechtbank verklaart beroep ongegrond.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 3 december 2025 door mr. B. Fijnheer, rechter, in aanwezigheid van Z.P. de Wilde, griffier.
griffier
rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.