ECLI:NL:RBMNE:2025:6779

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
15 december 2025
Publicatiedatum
18 december 2025
Zaaknummer
577656
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot echtscheiding wegens gebrek aan bewijs van huwelijk

In deze zaak heeft de Rechtbank Midden-Nederland op 15 december 2025 uitspraak gedaan in een verzoek tot echtscheiding tussen een vrouw met de Eritrese nationaliteit en een man met zowel de Nederlandse als Eritrese nationaliteit. De vrouw verzocht de rechtbank om de echtscheiding uit te spreken, maar de rechtbank heeft dit verzoek afgewezen. De afwijzing was gebaseerd op het ontbreken van een origineel afschrift van de huwelijksakte en onvoldoende bewijs dat het huwelijk daadwerkelijk had plaatsgevonden. De vrouw had een huwelijksakte overgelegd, maar de rechtbank concludeerde dat deze documenten kopieën waren en niet de vereiste bewijskracht bezaten. De rechtbank benadrukte dat het huwelijk in Oeganda rechtsgeldig moet zijn om in Nederland erkend te worden. De vrouw had ook geen andere bewijsstukken of getuigen die het huwelijk konden bevestigen. De man was niet aanwezig op de zitting, maar had wel laten weten dat hij inmiddels opnieuw getrouwd was. De rechtbank oordeelde dat dit geen bewijs was van het eerdere huwelijk met de vrouw. Aangezien de rechtbank niet overtuigd was van het bestaan van het huwelijk, werd het verzoek tot echtscheiding afgewezen. Ook het nevenverzoek tot huurrecht werd afgewezen, omdat de echtscheiding niet werd uitgesproken. De rechtbank heeft de verzoeken van de vrouw afgewezen en haar de mogelijkheid gegeven om in een nieuwe procedure met meer bewijs te komen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht
locatie Utrecht
zaaknummer: C/16/577656 / FA RK 24-1182
Echtscheiding
Beschikking van 15 december 2025
in de zaak van:
[de vrouw],
wonende in [plaats 1] ,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat mr. P. Delawi,
tegen
[de man] ,
wonende in [plaats 1] ,
hierna te noemen: de man,
advocaat mr. M. Huisman.

1.De procedure

1.1.
De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen:
  • het verzoekschrift van de vrouw, binnengekomen op 22 mei 2024;
  • het bericht van de man van 11 juli 2024 met als bijlage de referteverklaring van de man van 30 mei 2024;
  • het bericht van de vrouw van 12 september 2024, met bijlagen;
  • het bericht van 19 december 2024 van de man, met als bijlage een aangepaste referteverklaring;
  • het bericht van de vrouw van 12 maart 2025 met bijlagen;
  • het bericht van de man van 1 december 2025 met bijlagen.
1.2.
De verzoeken zijn besproken tijdens de mondelinge behandeling (zitting) van 2 december 2025. Daarbij waren aanwezig: de vrouw en de beide advocaten. Voor de vrouw was aanwezig mevrouw A. Omar als tolk in de taal Tigrinya. De man is niet op de zitting verschenen, hij heeft zijn advocaat bericht dat hij met autopech gestrand was.
1.3.
Daarna heeft de rechtbank op 5 december 2025 een bericht van de man ontvangen.

2.Waar de procedure over gaat

2.1.
De man heeft de Nederlandse en Eritrese nationaliteit. De vrouw heeft de Eritrese nationaliteit.
2.2.
De vrouw verzoekt de rechtbank de echtscheiding tussen partijen uit te spreken.
Zij stelt dat partijen op [2021] met elkaar getrouwd zijn in [plaats 2] [.] (Oeganda). Zij verzoekt ook te bepalen dat zij huurster zal zijn van de woning aan de [straat] [nummer] in [plaats 1] .
2.3.
De man legt zich neer bij het oordeel van de rechtbank over de echtscheiding en het huurrecht.

3.De beoordeling

3.1.
De rechtbank wijst de verzoeken van de vrouw af en zal hierna uitleggen waarom.
De bevoegdheid van de rechtbank en het recht dat van toepassing is
3.2.
De rechtbank is bevoegd te beslissen op de verzoeken van partijen en het Nederlands recht is op die verzoeken van toepassing.
Erkenning huwelijk
3.3.
De rechtbank zal het huwelijk niet erkennen, omdat daarvoor in deze procedure te weinig bewijs is verstrekt.
3.4.
De hoofdregel bij een buitenlands huwelijk is: als het buitenlandse huwelijk naar het recht van dat land rechtsgeldig is, is het in Nederland voor erkenning vatbaar (artikel 10:31 BW). Als het huwelijk in strijd is met de Nederlandse openbare orde kan de rechtbank erkenning van het huwelijk weigeren (artikel 10:32 BW). De rechtbank moet daarom beoordelen of het huwelijk in Oeganda rechtsgeldig is.
Het bestaan van het huwelijk
3.5.
Omdat de vrouw echtscheiding verzoekt, ligt het op haar weg, te onderbouwen dat partijen zijn getrouwd. Zij heeft daarbij een huwelijksakte overgelegd (met blauwe letters en een gekleurd logo) en een niet gekleurde kopie daarvan met daarop stempels van registratie. Zij stelt dat het een originele huwelijksakte is. Beide documenten lijken echter kopieën te zijn van een huwelijksakte. In het document met de blauwe letters en een gekleurd logo zijn alle letters duidelijk leesbaar en zijn de lijnen vloeiend, terwijl op het grijze exemplaar alle letters grijs verbleekt en deels weggevallen zijn, zoals vaker gebeurd op een kopie. De tekst en handtekeningen van de documenten zijn identiek. Het document met blauwe letters lijkt echter ook een kopie te zijn van een ander document. Zo is onderaan bij het woordje “witnesses” de onderste helft van de letters weggevallen en rechtsboven is bij de ‘Republic of Uganda’ de laatste letter weggevallen. Ook de stempel op dit document lijkt niet origineel, maar gekopieerd. Daarom merkt de rechtbank deze documenten aan als kopieën van de huwelijksakte en niet van een afschrift daarvan, waar de wet een sterke bewijskracht aan toekent (artikel 160 lid 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, hierna: Rv). Bij een kopie is de rechter vrij om deze te geloven of niet, omdat met een kopie het makkelijker is te frauderen.
3.6.
De advocaat van de vrouw stelt dat beide partijen het erover eens zijn dat zij zijn getrouwd. Dat betekent nog niet dat de rechter hen dan moet geloven. In familiezaken is de rechter daar vrij in (artikel 149 lid 1 Rv). Daarom kijkt de rechtbank ook naar de andere stukken en verklaringen om een totaal beeld te krijgen.
3.7.
De vrouw, en eventueel ook de man, kan het huwelijk ook met andere stukken of verklaringen onderbouwen. Zo heeft de man foto’s overgelegd van een bruidspaar in trouwkleding met een priester en enkele omstanders. Dit blijken echter niet de trouwfoto’s van partijen te zijn: de bruidegom op de foto’s is de man, maar de vrouw is niet de bruid. De vrouw heeft dat op de zitting verklaard en de rechter heeft dat toen zelf ook vastgesteld. De priester op de foto is volgens de vrouw een zwager van de man, maar dit is volgens haar niet de priester die het huwelijk van partijen heeft gesloten. Uit deze foto’s blijkt dus niet dat partijen getrouwd zijn. De rechter heeft de vrouw op de zitting gevraagd of zij trouwfoto’s heeft van het huwelijk dat zij met de man gesloten zou hebben, maar ze gaf aan die niet te hebben.
3.8.
De vrouw heeft op de zitting uitgelegd hoe het gegaan is, waar ze de man heeft ontmoet, hoe lang ze hem al kende, hoe ze getrouwd zijn en waar ze gewoond hebben. Ze kende de man al vanuit haar schooltijd in Eritrea. Ze onderhielden contact via Facebook. Toen zij in Oeganda verbleef, kwam hij over vanuit Nederland en trouwden ze. In september 2022 kwam zij met een machtiging tot voorlopig verblijf naar Nederland. Ze verbleef een week bij hem in een klein appartementje in [plaats 1] , waarna ze naar het AZC in [plaats 3] is gegaan. Nadat zij een verblijfsvergunning heeft gekregen, kreeg ze een huurwoning toegewezen, dat is de woning aan de [straat] . Volgens de vrouw had de man het druk met zijn werk en was hij er eigenlijk nooit. Hij had ook geen geld om de woning in te richten en zij woonde in een kale woning. Van daadwerkelijk samenleven was geen sprake. Het contact verslechterde en daarna heeft de vrouw de scheiding aangevraagd. Ook hieruit blijkt niet dat partijen samenleefden als een gehuwd stel.
3.9.
Ander bewijs van het huwelijk is er niet overlegd. Het huwelijk tussen de vrouw en de man is ook niet in de Basis Registratie Personen vermeld. De vrouw stelt dat het huurcontract op naam van beiden staat. De rechtbank heeft een maand vóór de zitting verzocht het huurcontract over te leggen, maar dat heeft de vrouw niet gedaan. Ze stelt dat ze dat niet kon vinden. De vrouw stelt ook dat ze een bruidsschat/geschenken van de man heeft ontvangen bij het huwelijk, een ketting en oorbellen. Ze kon deze niet laten zien, want na haar vertrek uit Oeganda is ze deze kwijt geraakt.
3.10.
Dit brengt de rechtbank tot de volgende conclusie. De vrouw wil scheiden en moet daarvoor het huwelijk aantonen. De huwelijksakte lijkt een kopie en kopieën zijn fraudegevoelig. Daarom biedt dat voor de rechtbank onvoldoende aanknopingspunten om te oordelen dat er tussen partijen een huwelijk is gesloten in Oeganda. Hoewel ook uit andere omstandigheden kan blijken dat partijen getrouwd zijn, maar dergelijke omstandigheden zijn hier echter niet gebleken. De rechtbank heeft dan ook te weinig om er zeker van te zijn dat partijen zijn getrouwd in Oeganda.
3.11.
De man heeft na de zitting – met goedvinden van de advocaat van de vrouw – aan de rechtbank laten weten dat hij inmiddels weer getrouwd is en daarom belang heeft bij het verzoek om echtscheiding. De foto’s die hij had overgelegd, zijn van dat nieuwe huwelijk volgens de man. Voor de rechtbank maakt deze toelichting echter geen verschil: dat de man opnieuw zou zijn getrouwd met een andere vrouw, is geen bewijs van een eerder huwelijk met de vrouw die nu om echtscheiding verzoekt.
Afwijzing echtscheiding
3.12.
Omdat het onduidelijk is of partijen met elkaar zijn getrouwd, zal de rechtbank het verzoek tot echtscheiding afwijzen. Een echtscheiding kan namelijk alleen worden uitgesproken als de rechtbank ervan overtuigd is dat partijen getrouwd zijn en dat huwelijk in Nederland kan worden erkend.
3.13.
De rechtbank wijst het verzoek van de vrouw nu af, omdat zij te weinig zekerheid heeft over het huwelijk. Misschien zijn partijen werkelijk met elkaar getrouwd. Dat is mogelijk, maar dat heeft de rechtbank niet kunnen vaststellen. Als dat zo is, dan zou de vrouw in hoger beroep of in een nieuwe procedure ervoor kunnen kiezen wél de juiste stukken over te leggen of met meer bewijs van het huwelijk te komen. In deze procedure was het er in ieder geval niet.
Huurrecht
3.14.
Het verzoek tot het huurrecht is een nevenverzoek bij echtscheiding. Omdat de rechtbank de echtscheiding niet uitspreekt, komt zij ook niet toe aan een beslissing over het huurrecht.
Hierna volgt de beslissing. De rechtbank gebruikt daar de begrippen uit de wet.

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1.
wijst de verzoeken af.
Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. V.M.M. van Amstel, rechter, in samenwerking met mr. J.A. Bultena, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 december 2025.
Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.