ECLI:NL:RBMNE:2025:6790

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
15 december 2025
Publicatiedatum
18 december 2025
Zaaknummer
UTR 25/3162
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Algemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang bij aanwijzing gemeentelijk monument achterterrein Landgoed Jagtlust

Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Bilt waarin het achterterrein van Landgoed Jagtlust niet is aangewezen als gemeentelijk monument. Eisers zijn eigenaar van een woning op het achterterrein en hebben bezwaar gemaakt tegen het niet aanwijzen van dit terrein.

De rechtbank heeft onderzocht of eisers als belanghebbenden kunnen worden aangemerkt. Volgens vaste rechtspraak is bij een monumentenaanwijzing de eigenaar of zakelijk gerechtigde van het object belanghebbende, niet omwonenden of andere gebruikers. Omdat het beroep zich richt op het achterterrein en eisers geen eigenaar of zakelijk gerechtigde daarvan zijn, worden zij niet als belanghebbenden beschouwd.

Het college heeft in de bezwaarprocedure de zienswijze van eisers meegenomen en het achterterrein niet aangewezen. Het beroep richt zich niet tegen deze afwijzing. De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk en beoordeelt de zaak niet inhoudelijk. Eisers krijgen geen griffierecht terug en geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het beroep van eisers wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een belanghebbende positie.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/3162

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 december 2025 in de zaak tussen

[eiser 1] en [eiser 2] , uit [plaats] , eisers

(gemachtigde: mr. C.J. Loggen-ten Hoopen),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Bilt (het college), verweerder
(gemachtigde: mr. E.A. Wentink-Quelle).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over het beroep van eisers tegen het besluit van het college waarin onder meer het achterterrein van [locatie] niet is aangewezen als gemeentelijk monument.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep van eisers niet-ontvankelijk is, omdat zij geen belanghebbenden zijn. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Op 23 juni 2023 en op 14 juni 2024 is een aanvraag ingediend voor het aanwijzen van [locatie] (het gebouw en omliggend park) aan de [adres 1] in [plaats] als gemeentelijk monument.
2.1.
Met het primaire besluit van 22 augustus 2024 (gepubliceerd op 4 september 2025), heeft het college besloten om [locatie] , het op het perceel aanwezige oorlogsmonument en het voor het landhuis gelegen gemeentelijk terrein aan te wijzen als gemeentelijk monument. Er is bezwaar gemaakt tegen dit primaire besluit, omdat meerdere betrokkenen van mening zijn dat de [locatie] , het achterterrein en de woning aan de [adres 2] in [plaats] (de voormalige [locatie] ) ook aangewezen dienen te worden als gemeentelijk monument.
2.2.
Eisers zijn eigenaar van die [locatie] . Het college heeft in de bezwaarprocedure eisers gevraagd naar hun zienswijze ten aanzien van het aanwijzen van de [locatie] als onderdeel van [locatie] als gemeentelijk monument. Eisers hebben met hun zienswijze aan het college kenbaar gemaakt hier niet mee in te stemmen.
2.3.
Deze zienswijze heeft het college zwaarwegend genoeg gevonden om af te zien van aanwijzing van de [locatie] als onderdeel van het gemeentelijk monument. Met het bestreden besluit van 10 april 2025 heeft het college het bezwaar van betrokkenen gegrond verklaard, het primaire besluit herroepen en met het gewijzigd aanwijzingsbesluit van 8 april 2025 aanvullend nog het voorterrein aan de zuidkant en de [locatie] als gemeentelijk monument aangewezen, maar is het college gebleven bij de beslissing om de [locatie] niet als zodanig aan te wijzen.
2.4.
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit, vanwege het niet aanwijzen van het achterterrein als gemeentelijk monument. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.5.
De rechtbank heeft het beroep behandeld op de zitting van 31 oktober 2025. Hieraan hebben deelgenomen: eisers en de gemachtigde van het college vergezeld door mr. M. de Jong. De gemachtigde van eisers is met voorafgaand bericht van verhindering niet verschenen.

Beoordeling door de rechtbank

3. De eerste vraag die aan de rechtbank voorligt, is of eisers kunnen worden aangemerkt als belanghebbenden.
3.1.
Eisers vinden van wel, omdat het college hen heeft aangeschreven omtrent het al dan niet aanwijzen van de [locatie] als gemeentelijk monument. Daarnaast hebben eisers op zitting op het advies van [organisatie] en de redengevende beschrijving van [organisatie] gewezen waarin de [locatie] als integraal onderdeel van het landgoed wordt bestempeld. Eisers hebben op zitting verder aangevoerd dat zij last krijgen van de bouwactiviteiten als gevolg van de ontwikkelingen op het achterterrein, vanwege het verkeer langs hun woning.
3.2.
De rechtbank overweegt onder verwijzing naar vaste rechtspraak [1] dat bij een besluit tot het al dan niet aanwijzen van een object als monument, waar het gaat om natuurlijke personen, de eigenaar of anderszins zakelijk gerechtigde van het desbetreffende object belanghebbende is. Omwonenden, huurders en andere gebruikers en andere individuele personen zijn geen belanghebbende bij een dergelijk besluit. Gelet hierop kunnen eisers als omwonenden, nu het beroep zich uitsluitend richt tegen het niet aanwijzen van het achterterrein, niet als belanghebbenden in de zin van de Algemene wet bestuursrecht worden aangemerkt en is het beroep dus niet-ontvankelijk.
3.3.
Wat eisers hebben aangevoerd, maakt het oordeel van de rechtbank niet anders. Voor zover het college eisers heeft aangeschreven over hun woning, de [locatie] , zijn eisers aangemerkt als belanghebbenden. Met het bestreden besluit heeft het college gehoor gegeven aan eisers zienswijze en de [locatie] niet aangewezen als gemeentelijk monument. Het beroep van eisers richt zich ook niet tegen deze afwijzing, zoals zij met hun beroepschrift hebben erkend.
3.4.
Voor zover eisers willen opkomen tegen voorgenomen bouwactiviteiten op het achterterrein, kunnen zij in beginsel bezwaar maken of beroep instellen tegen de besluiten die daar op zien.

Conclusie en gevolgen

4. Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt dus de zaak niet inhoudelijk. Eisers krijgen daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgen ook geen vergoeding van hun proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Veenendaal, rechter, in aanwezigheid van mr. M.C.G. van Dijk, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 15 december 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Zie bijvoorbeeld de uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 19 augustus 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1998 en van 19 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4122.