ECLI:NL:RBMNE:2025:6800
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en toekenning WIA-uitkering per 1 augustus 2023
Eiseres, werkzaam als [functie] met een werkweek van gemiddeld 42,83 uur, meldde zich op 16 februari 2021 ziek en vroeg een WIA-uitkering aan na afloop van de wachttijd van 104 weken. Het UWV stelde aanvankelijk een arbeidsongeschiktheid van 26,19% vast, waarna bezwaar werd gemaakt. Na aanvullend onderzoek door een verzekeringsarts bezwaar en beroep en een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep werd de arbeidsongeschiktheid bijgesteld naar 37,32%.
Eiseres betwistte deze vaststelling en stelde dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat haar beperkingen, waaronder heupklachten, bewegingsangst en slaapproblemen, onvoldoende waren meegenomen. Zij voerde aan dat de voorbeeldfuncties niet passend waren en dat er een aanvullende urenbeperking had moeten worden aangenomen.
De rechtbank oordeelde echter dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij zowel de primaire arts als de verzekeringsarts bezwaar en beroep eiseres hebben onderzocht en relevante medische stukken hebben bestudeerd. De verzekeringsarts bezwaar en beroep motiveerde waarom bepaalde beperkingen niet zijn aangenomen, zoals een structurele urenbeperking.
De rechtbank concludeerde dat eiseres onvoldoende medische onderbouwing leverde om de vastgestelde arbeidsongeschiktheid aan te vechten en dat de voorbeeldfuncties passend waren. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het besluit van het UWV bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het UWV-besluit tot vaststelling van 37,32% arbeidsongeschiktheid per 1 augustus 2023 wordt bevestigd.