Beoordeling door de rechtbank
9. De rechtbank beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden van eiseres of het Uwv de mate van arbeidsongeschiktheid per 1 augustus 2023 terecht heeft vastgesteld op 37,23%.
Beoordelingskader
10. Het Uwv mag besluiten over iemands arbeidsongeschiktheid baseren op rapporten van verzekeringsartsen. Die rapporten moeten dan wel aan de volgende drie voorwaarden voldoen. De rapporten:
zijn op een zorgvuldige manier tot stand gekomen;
bevatten geen tegenstrijdigheden;
zijn voldoende begrijpelijk.
11. De rapporten en de besluiten die daarop gebaseerd zijn, zijn in beroep wel aanvechtbaar. Het is echter aan de eisende partij om aan te voeren (en zo nodig aannemelijk te maken) dat de rapporten niet aan de drie genoemde voorwaarden voldoen of dat de medische beoordeling onjuist is. Niet-medisch geschoolden kunnen aannemelijk maken dat niet aan de drie genoemde voorwaarden is voldaan. Voor het aannemelijk maken dat een medische beoordeling onjuist is, is in principe een rapport van een arts of medisch behandelaar noodzakelijk.
Zorgvuldigheid van het medisch onderzoek
12. Eiseres stelt zich op het standpunt dat het onderzoek onzorgvuldig is verricht, dan wel onvoldoende is gemotiveerd. Volgens eiseres heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep onvoldoende informatie ingewonnen van de behandelend sector. De stukken van de behandelend sector die zijn betrokken bij het onderzoek dateren van ongeveer één jaar voor de datum in geding. Dit zijn stukken van de behandelend specialist en orthopedisch chirurg. Voor een juiste inschatting van de klachten hadden tevens de bevindingen van de ergotherapeut, fysiotherapeut en revalidatiearts opgevraagd en betrokken moeten worden bij de beoordeling.
12. De rechtbank is van oordeel dat het medisch onderzoek zorgvuldigheid is verricht. Zowel de primaire arts als de verzekeringsarts bezwaar en beroep hebben eiseres gezien op een spreekuur waar eiseres haar klachten heeft toegelicht en zij hebben de aanwezige stukken van de behandelaars bestudeerd. Daarnaast heeft de primaire arts eiseres lichamelijk onderzocht. Het enkel geen nadere informatie opvragen bij andere behandelaars maakt het onderzoek niet zonder meer onzorgvuldig, ook niet als deze stukken enige tijd voor de datum in geding zijn, zolang de verzekeringsarts (bezwaar en beroep) voldoende onderzoek heeft verricht.Volgens het Uwv had de verzekeringsarts bezwaar en beroep een goed beeld van de klachten van eiseres.
Inhoudelijke medische beoordeling
14. Eiseres stelt dat haar beperkingen zijn onderschat. Volgens eiseres had de verzekeringsarts bezwaar en beroep gelet op haar heupklachten, de neiging om de klachten te bagatelliseren, bewegingsangst en stressklachten meer beperkingen moeten aannemen in rubriek I. Omdat eiseres geneigd is om haar mogelijkheden te overschatten, was een beperking op punt 1.8.4. op zijn plaats geweest. Verder had een beperking aangenomen moeten worden op punt 1.8.5., aangezien eiseres kampt met bewegingsangst, stressklachten en onvoldoende ziektebesef. Ook stelt eiseres dat haar lichamelijke klachten zijn onderschat. Gelet op de lies- en heupklachten hadden meer beperkingen moeten worden aangenomen op punt 4.12 (duwen en trekken). Omdat de heup- en liesklachten van eiseres blijven aanhouden, kan zij niet met haar lichaamsgewicht kracht uitoefenen. Het duwen en trekken zal leiden tot verergering van de klachten, waardoor een beperking noodzakelijk is. Tot slot voert eiseres aan dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep een urenbeperking had moeten aannemen op grond van een stoornis in de energiehuishouding wegens slaapproblemen en om preventieve redenen. Dit omdat eiseres veel behoefte heeft aan rust en zij neiging heeft om haar klachten te bagatelliseren. Volgens eiseres moet de verzekeringsarts bezwaar en beroep op grond van de standaard Duurbelastbaarheid in Arbeid (Standaard) bij zijn oordeelsvorming altijd in het verleden opgedane ervaringen betrekken, vooral die welke een aanwijzing kunnen zijn dat de duurbelasting te groot is geweest. Eiseres heeft ter onderbouwing van haar stelling brieven van de revalidatiearts van 11 maart, 13 september en 15 november 2024 ingediend. Uit de brief van de revalidatiearts van 13 september 2024 blijkt volgens haar dat eiseres kampt met een inadequate coping en dat zij niet begrijpt wat haar hoofd met de pijn in de heupen te maken heeft. Er wordt geconcludeerd tot weinig mogelijkheden tot verandering.
15. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in de rapporten van 1 november 2024 en 8 oktober 2025 geconcludeerd dat eiseres haar klachten lijkt te bagatelliseren en te optimistisch is over haar eigen mogelijkheden. Gezien de aard van de medische problematieken, het gegeven dat eiseres op sommige momenten afgeremd moet worden om de medische problematiek niet te verergeren bestaat aanleiding om enkele verdergaande beperkingen in de FML aan te nemen volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep. Het aaneengesloten lopen, staan en zitten zal in enige mate worden beperkt zodat eiseres de ruimte heeft om van houding te kunnen wisselen. Aangezien de primaire arts heeft aangenomen dat het staan en lopen samen in totaal niet meer dan vijf uur mag zijn op een werkdag, is een bijkomende beperking op het lopen en staan tijdens het werk aan de orde. Daarnaast is frequent knielen en hurken beperkt, alsmede trappenlopen en klimmen vanwege de belasting die dit op de heupen geeft.
16. De verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeert dat de overlegde medische informatie geen nieuw inzicht geeft over de medische problematiek van eiseres. Ten aanzien van de stelling van eiseres dat zij ook beperkt geacht moet worden voor de items 1.8.4 en 1.8.5. heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep gemotiveerd dat in de aangedragen medische informatie wordt gesproken over de neiging om door te gaan ondanks de pijnklachten, wat juist het tegenovergestelde is van bewegingsangst. Ook blijkt uit de medische gegevens niet dat er gesproken wordt over stressklachten of problematiek op psychisch vlakt. Er zijn geen objectieve aanwijzingen dat het hebben van stress in het geval van eiseres zou leiden tot een toename van lichamelijke klachten. Op het item 4.12 (duwen en trekken) heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep gemotiveerd dat bij het generen van duw- en trekkracht, de kracht op de spieren van de handen, armen en schouders met inzet van het eigen lichaamsgewicht wordt gebruikt. Bij goed geplaatste heupprotheses die geen tekenen van loslating of mechanische problemen geven, is geen reden waarom eiseres niet zou kunnen duwen of trekken volgens de normaalwaarde. Daarbij merkt de verzekeringsarts bezwaar en beroep op dat de stelling dat het duwen of trekken conform de referentiewaarde voor een verergering van de klachten zal zorgen, een aanname is die niet wordt ondersteund met medische informatie. Daarnaast leidt het hebben van klachten niet automatisch tot het aannemen van structurele beperkingen direct voorkomend uit medisch objectiveerbare problematiek.
17. De verzekeringsarts bezwaar en beroep kan de stelling van eiseres ten aanzien van de urenbeperking niet volgen. Zolang eiseres de belastbaarheid zoals aangegeven in de FML niet overschrijdt, is er geen reden om een structurele beperking in de duurbelastbaarheid aan te nemen. Het betreft namelijk geen medische aandoening waarvan bekend is dat zij veelal met een verlies van energie gepaard gaat. Daarnaast heeft eiseres een actief gevuld dagverhaal en zijn er geen aanwijzingen voor een verhoogde rustbehoefte overdag volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep. Volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep zijn er ook geen preventieve gronden te duiden en zijn er geen aanwijzingen dat fulltime werken in passende functies naar alle waarschijnlijkheid op den duur schade aan de gezondheid zal toebrengen. In het aanvullend rapport van 25 juni 2025 heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep gemotiveerd dat een duurbelastbaarheid op preventieve gronden moet worden aangenomen bij bepaalde typen aandoeningen, die bijvoorbeeld gepaard gaan met een beperkt ziektebesef, zelfoverschatting of een patroon van overschrijding van de eigen grenzen met recidief of toename van symptomen. Bij eiseres zijn dergelijke aandoeningen niet vastgesteld. Alhoewel duidelijk wordt aangegeven dat eiseres moeite heeft om stil te zitten en graag aan het werk te willen, wat door de revalidatie wordt beschreven als een coping stijl gericht op doorgaan ondanks aanwezige pijnklachten en inadequate grenshantering, zijn er geen aanwijzingen voor psychische cognitieve problematiek waarvoor de realiteitstoetsing bij eiseres fors gestoord zou zijn. Middels de reeds aangenomen beperkingen op lichamelijk vlak is reeds getracht eiseres af te remmen om niet door te gaan ondanks de ervaren pijnklachten. Hiermee is de verwachting dat eiseres hele dagen zou moeten kunnen werken, waarbij zij op lichamelijk vlak niet over haar grenzen gaat en lopen, staan en zitten af moet kunnen wisselen gedurende de dag. Het aannemen van een bijkomende structurele urenbeperking heeft hierbij volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep geen toegevoegde waarde.
18. De rechtbank oordeelt dat zij geen aanknopingspunten ziet om te twijfelen aan de belastbaarheid zoals vastgesteld door de verzekeringsarts bezwaar en beroep. Dat eiseres het niet eens is met de vastgestelde beperkingen, kan op zichzelf niet leiden tot het oordeel dat de medische beoordeling onjuist is. Het is juist de specifieke deskundigheid van de verzekeringsarts bezwaar en beroep om op basis van medisch objectiveerbare klachten beperkingen vast te stellen. Aan hoe eiseres zelf haar klachten en belastbaarheid ervaart, is bij de beoordeling van de arbeidsongeschiktheid niet doorslaggevend. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft gemotiveerd waarom een aanvullende urenbeperking niet noodzakelijk is ingeval van eiseres. De rechtbank kan deze motivering volgen.. Ten aanzien van de stelling van eiseres dat wegens haar slaapproblemen aanleiding bestaat om verdergaande urenbeperking aan te nemen, overweegt de rechtbank dat uit de medische informatie niet blijkt dat de psychische problematiek is geobjectiveerd. Daarnaast heeft eiseres geen medisch objectiveerbare informatie gedeeld waaruit blijkt dat de slaapproblemen zijn ontstaan door een gebrek en/of ziekte.
De arbeidsdeskundige beoordeling
19. De rechtbank stelt vast dat eiseres geen specifieke arbeidsdeskundige gronden naar voren heeft gebracht. Uitgaande van de juistheid van de vastgestelde beperkingen in de geactualiseerde FML van 1 november 2024, ziet de rechtbank geen grond voor het oordeel dat de geselecteerde voorbeeldfuncties niet geschikt zijn voor eiseres.