ECLI:NL:RBMNE:2025:6812

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
18 december 2025
Publicatiedatum
18 december 2025
Zaaknummer
UTR 25/6603
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen niet-ontvankelijk verklaring van bezwaar inzake omgevingsvergunning

In deze uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland op 18 december 2025, wordt het beroep van eiser tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Bilt behandeld. Eiser had bezwaar gemaakt tegen een beslissing van 27 juni 2025, maar het college verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat het te laat was ingediend. De rechtbank oordeelt dat het bezwaar inderdaad te laat is ingediend en dat de reden die eiser hiervoor heeft opgegeven, geen verontschuldiging vormt voor de termijnoverschrijding. De rechtbank wijst erop dat de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift zes weken bedraagt, en dat deze termijn begint op de dag na de bekendmaking van het besluit. In dit geval was het besluit op 27 juni 2025 bekendgemaakt, en had het bezwaarschrift uiterlijk op 8 augustus 2025 ingediend moeten zijn. Eiser heeft het bezwaarschrift echter pas op 10 september 2025 ingediend, wat te laat is. Eiser heeft aangevoerd dat hij in de veronderstelling verkeerde dat zijn bezwaarschrift tegen de omgevingsvergunning voor de bouw van een woning ook betrekking had op de kapvergunning van een boom. De rechtbank concludeert dat het college terecht heeft vastgesteld dat er geen geldige reden was voor de termijnoverschrijding en dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor het bestreden besluit in stand blijft. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/6603

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 december 2025 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Bilt, verweerder.

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van het college van 9 oktober 2025. In dit besluit staat dat zijn bezwaar tegen de beslissing van 27 juni 2025 niet-ontvankelijk is verklaard. Dit heeft het college gedaan omdat het bezwaar te laat is ingediend.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk ongegrond is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. Het college heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaar niet tijdig was ingediend. De rechtbank komt tot het oordeel dat het bezwaar te laat is ingediend en het te laat indienen niet verschoonbaar is. Het college heeft het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard. Daarom is het beroep kennelijk ongegrond.
3. Voor het indienen van een bezwaarschrift geldt een termijn van zes weken. [1] Deze termijn begint op de dag na de dag waarop het besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. [2] In dit geval is het besluit bekendgemaakt op 27 juni 2025. Het bezwaarschrift had dus uiterlijk op 8 augustus 2025 door het college ontvangen moeten zijn. Het college heeft het bezwaarschrift op 10 september 2025 per e-mail ontvangen. Dat is dus niet op tijd. De hoofdregel is dan dat het college het bezwaar niet-ontvankelijk verklaart. Het college komt dan niet toe aan een inhoudelijke behandeling van het bezwaar. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het bezwaarschrift te laat is ingediend. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
4. Het college heeft eiser op 23 september 2025 schriftelijk gevraagd naar de reden van de te late indiening van het bezwaarschrift. Eiser heeft daarop in een e-mail van 24 september 2025 aan het college het volgende aangegeven. Hij heeft een brief verzonden in verband met de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het kappen van een boom. Achteraf bleek dat deze vergunning is geweigerd en heeft eiser aangegeven dat zijn brief moet worden opgevat als een bezwaarschrift tegen de beslissing van 27 juni 2025, een omgevingsvergunning voor het oprichten van een woning. Eiser was in de veronderstelling dat zowel de kap van de boom, als de bouw van de woning, gelijktijdig zouden worden behandeld bij een aanvraag. Daarbij heeft eiser aangegeven dat als hij op de hoogte was geweest dat een aanvraag voor een kapvergunning zou volgen, hij direct bezwaar zou hebben gemaakt tegen het verlenen van de omgevingsvergunning voor de bouw van de woning. Eiser vindt dat hij onkundig is gehouden door verweerder. Eiser is van oordeel dat de boom in gevaar komt door de bouw van de woning en als hij had geweten dat het zou gaan om meerdere vergunningen, dan had hij ook bezwaar gemaakt tegen de omgevingsvergunning voor de bouw van de woning waarbij volgens eiser de boom ook een rol speelt. Het college heeft vervolgens het bezwaarschrift van eiser voorgelegd aan de vaste commissie van advies voor de bezwaarschriften. Deze commissie heeft geadviseerd het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk te verklaren wegens een niet verschoonbare termijnoverschrijding. Het college heeft dit advies overgenomen.
5. Volgens de wet is sprake van verschoonbare termijnoverschrijding als redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener van een bezwaarschrift in verzuim is geweest. [3] Dit betekent dat de rechtbank moet beoordelen of het college terecht heeft vastgesteld dat er geen geldige reden is voor de overschrijding van de termijn.
De rechtbank is van oordeel dat het college op goede gronden heeft vastgesteld dat het bezwaarschrift te laat is ingediend en dat daar geen geldige reden voor was. Het staat vast dat het besluit op 1 juli 2025 is gepubliceerd in het digitale Gemeenteblad. In deze publicatie is vermeld dat binnen zes weken na bekendmaking van het besluit (datum van verzending) bezwaar kan worden gemaakt. Het bestreden besluit is verzonden op 27 juni 2025. Eiser had daarom op de hoogte kunnen zijn van het besluit en de begin- en einddatum van de bezwaartermijn. Bij publicatie was die termijn nog maar net begonnen, zodat eiser ook nog ruimschoots de tijd had om een bezwaarschrift in te dienen. De reden die eiser heeft gegeven is geen verontschuldiging voor de termijnoverschrijding.

Conclusie en gevolgen

6. Het bezwaar is daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is daarom ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van
mr. G.M.C.P. Maarhuis, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 18 december 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit volgt uit artikel 6:7 van de Awb.
2.Dit volgt uit artikel 6:8, eerste lid, van de Awb.
3.Dit volgt uit artikel 6:11, tweede lid van de Awb.