Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Zitting
- de verdachte;
- de officier van justitie: mr. J. Boon;
- de advocaat van de verdachte: mr. C. van Oort;
- de advocaat van de benadeelde partij: mr. T.C. Cooman;
2.Tenlastelegging
bijlage Ibij dit vonnis.
3.Bewijs
- de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd op de zitting van 10 december 2025;
- een proces-verbaal van aangifte van [aangever] namens [slachtoffer] .
4.Kwalificatie en strafbaarheid
5.Straf
6.Vordering benadeelde partij
7.Toegepaste wetsartikelen
8. De beslissing
een gevangenisstraf van 240 dagen;
een gedeelte van 131 dagen niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
een proeftijd van 3 (drie) jarenvast;
een taakstraf van 100 uren;
- wijst de vordering van [slachtoffer] geheel toe tot een bedrag van € 1.067,-;
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 februari 2025 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat € 1.067,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 februari 2025 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 20 dagen gijzeling;