ECLI:NL:RBMNE:2025:6854

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
17 december 2025
Publicatiedatum
22 december 2025
Zaaknummer
11954950 \ MV EXPL 25-183
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 39 splitsingsreglement
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vorderingen toegang parkeerplek en schadevergoeding wegens procedurele tekortkomingen en onvoldoende belang

In deze kortgedingprocedure vordert eiser toegang tot zijn gehuurde parkeerplek in een parkeergarage en diverse schadevergoedingen van gedaagde partijen, waaronder een beheerder en een stichting. De kantonrechter verklaart eiser niet-ontvankelijk in zijn vorderingen tegen de beheerder, omdat deze geen partij is bij de huurovereenkomst en slechts administratieve taken verricht. De vorderingen tegen de stichting worden afgewezen vanwege het ontbreken van een spoedeisend belang en onvoldoende onderbouwing.

De ontzegging van de toegang tot de parkeerplek door het bestuur van de VvE wordt onrechtmatig geacht, omdat de vereiste waarschuwing en hoorplicht niet zijn nageleefd. De VvE heeft het besluit later ingetrokken, waardoor het belang bij de gevorderde voorzieningen is komen te vervallen. De stichting heeft de huurovereenkomst onterecht met onmiddellijke ingang beëindigd en te voortvarend gehandeld door het besluit van de VvE zonder onderzoek te volgen.

De kantonrechter oordeelt dat eiser onvoldoende belang heeft bij het verkrijgen van toegang en dat de schadevergoedingen niet voldoende zijn onderbouwd. De proceskosten worden deels toegewezen aan de beheerder en deels gecompenseerd tussen eiser en de stichting. Het vonnis wordt mondeling uitgesproken op 17 december 2025.

Uitkomst: Vorderingen van eiser worden afgewezen en hij wordt niet-ontvankelijk verklaard jegens beheerder; proceskosten worden deels toegewezen en deels gecompenseerd.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
kantonrechter
locatie Almere
Zaaknummer: 11954950 \ MV EXPL 25-183
Proces-verbaal van de mondelinge behandeling in kort geding van 17 december 2025
in de zaak van
[eisende partij],
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eisende partij] ,
procederend in persoon,
tegen

1.[gedaagde sub 1] ,

handelend onder de naam [naam] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: [gedaagde sub 1] ,
gemachtigde: mr. R.J. Bakker,
de stichting
2.
STICHTING DE ALLIANTIE,
gevestigd te Hilversum,
hierna te noemen: de Alliantie,
gemachtigde: mr. H. Sevim,
gedaagde partijen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaardingen van 17 en 18 november 2025 met 20 producties;
- de conclusie van antwoord van de Alliantie met 21 producties;
- de conclusie van antwoord van [gedaagde sub 1] met 4 producties;
- de aktes van [eisende partij] met de aanvullende producties 21 tot en met 26;
- de mondelinge behandeling van 17 december 2025, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt.
1.2.
Tijdens de mondelinge behandeling op 17 december 2025 was [eisende partij] aanwezig. Ook [gedaagde sub 1] was aanwezig, bijgestaan door mr. Bakker. Namens de Alliantie was de heer [A] , gebiedsmanager, aanwezig. Hij werd bijgestaan door mr. Sevim. Mr. Sevim heeft namens de Alliantie spreekaantekeningen voorgedragen. De voorzieningenrechter heeft die spreekaantekeningen aan het dossier toegevoegd.
1.3.
Na afloop van het inhoudelijke debat tijdens de zitting heeft de voorzieningenrechter meegedeeld dat hij mondeling een vonnis zal wijzen.

2.De vorderingen van [eisende partij]

2.1.
vordert – samengevat en zoals de kantonrechter de vorderingen begrijpt – dat:
  • [gedaagde sub 1] en de Alliantie hem per direct toegang tot de door hem gehuurde parkeerplek [nummer] in de [naam] parkeergarage moeten verlenen;
  • de kantonrechter het ontzeggingsbesluit van de VvE [VvE] nietig verklaart of vernietigt zodat er nooit een grond tot definitieve ontzegging heeft bestaan, of anders [gedaagde sub 1] beveelt om het ontzeggingsbesluit in te trekken;
  • de kantonrechter de Alliantie beveelt om de opzegging van de huurovereenkomst voor de parkeerplek per direct schriftelijk in te trekken, zodat de originele huurovereenkomst blijft voortbestaan;
  • de Alliantie kosteloos een nieuwe handzender aan [eisende partij] moet verstrekken;
  • de kantonrechter de Alliantie beveelt om af te zien van het in rekening brengen van de kosten voor het wegslepen van de auto van [eisende partij] ;
  • [gedaagde sub 1] en de Alliantie € 2.500,- aan schadevergoeding moeten betalen voor de schade door het (laten) wegslepen van de auto van [eisende partij] ;
  • [gedaagde sub 1] en de Alliantie € 75,- aan schadevergoeding moeten betalen voor elke dag dat de ontzegging van de toegang tot de parkeerplek heeft voortgeduurd vanaf 1 november 2025;
  • [gedaagde sub 1] en de Alliantie € 3.750,- aan schadevergoeding moeten betalen voor het inwinnen van juridisch advies door [eisende partij] ;
  • [gedaagde sub 1] en de Alliantie een schadevergoeding moeten betalen vanwege inkomstenderving, woongenotderving en schade door inbreuk op de eigendom, privacy en reputatie van [eisende partij] ;
  • [gedaagde sub 1] en de Alliantie alle gevolgschade van [eisende partij] moeten betalen;
  • de Alliantie een immateriële schadevergoeding aan [eisende partij] moet betalen voor pijn, ongemak en gederfde levensvreugde;
  • [gedaagde sub 1] en de Alliantie de wettelijke rente over de schadevergoedingen moeten betalen vanaf 1 november 2025 tot de dag van volledige betaling;
  • [gedaagde sub 1] geen extra administratiekosten in rekening mag brengen;
  • [gedaagde sub 1] en de Alliantie buitengerechtelijke incassokosten moeten betalen;
  • [gedaagde sub 1] en de Alliantie worden veroordeeld in de proceskosten;
  • het vonnis uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
verklaart [eisende partij] niet-ontvankelijk in zijn vorderingen tegen [gedaagde sub 1] ;
3.2.
wijst de vorderingen van [eisende partij] tegen de Alliantie af;
3.3.
veroordeelt [eisende partij] in de proceskosten van [gedaagde sub 1] van € 678,-, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [eisende partij] niet op tijd aan deze proceskostenveroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, moet [eisende partij] ook de kosten van betekening betalen;
3.4.
verklaart de proceskostenveroordeling onder 3.3. uitvoerbaar bij voorraad;
3.5.
compenseert de proceskosten tussen [eisende partij] en de Alliantie, in die zin dat die partijen de eigen kosten dragen.

4.De motivering van de beslissing

Ten aanzien van [gedaagde sub 1]
4.1.
[eisende partij] zal niet ontvankelijk worden verklaard in de vorderingen tegen [gedaagde sub 1] . [gedaagde sub 1] is geen partij bij de overeenkomst tussen [eisende partij] en de Alliantie noch betrokken bij enige rechtsverhouding tussen [eisende partij] en de VvE [VvE] (verder de VvE). [gedaagde sub 1] verzorgt slechts in opdracht van de VvE financiële en administratieve handelingen.
4.2.
[eisende partij] heeft [gedaagde sub 1] gedagvaard omdat volgens hem het bestuur van de VvE op 30 oktober 2025 ten onrechte is overgaan tot definitieve ontzegging van de toegang en het gebruik van de door [eisende partij] gehuurde parkeerplaats van de Alliantie. Het bestuur legt aan de ontzegging ten grondslag dat [eisende partij] meerdere overtredingen in strijd met het reglement heeft begaan, waaronder het onbevoegd gebruiken van de handzender ten behoeve van een derde, het onbeheerd achterlaten van een voertuig buiten het parkeervak, het parkeren van twee voertuigen buiten de belijning en zonder toestemming van het bestuur, het parkeren tegen de rijrichting en het plaatsen van een cabrioletdak in de gemeenschappelijke ruimte. Dit betekent dat [eisende partij] de VvE in rechte had moeten betrekken.
4.3.
Wel merkt de kantonrechter op dat op grond van artikel 39 van Pro het splitsingsreglement in samenhang met het Huishoudelijk reglement het bestuur pas kan overgaan tot ontzegging van het gebruik nadat eerst een waarschuwing is gegeven en de verweten gedragingen door de huurder nadien worden voortgezet én nadat de gebruiker daarover voorafgaand is gehoord. De kantonrechter stelt vast dat het bestuur van de VvE geen voorafgaande waarschuwing heeft gestuurd, noch heeft vastgesteld dat [eisende partij] zijn verweten gedragingen heeft voortgezet en ook onvoldoende is gebleken dat [eisende partij] daarover deugdelijk is gehoord. Het bestuur van de VvE heeft het besluit van 30 oktober 2025 ten onrechte genomen. Vervolgens heeft de VvE de auto van [eisende partij] op 7 november 2025 ten onrechte weg doen slepen. Dit besluit lijkt eerder te zijn ingegeven door de ongebreidelde wijze waarop [eisende partij] zich steeds tot het bestuur heeft gewend en het bestuur heeft bestookt met e-mails. Dat kan [eisende partij] zich aanrekenen. Het bestuur van de VvE heeft haar besluit op of omstreeks 14 november 2025 teruggedraaid, zodat [eisende partij] weer gebruik kan maken van de parkeerplaats onder de voorwaarde dat hij zich houdt aan de daarvoor geldende voorschriften.
Ten aanzien van de Alliantie
4.4.
[eisende partij] huurt van de Alliantie de parkeerplaats. In artikel 7.3 van de huurovereenkomst is geregeld dat [eisende partij] verplicht is de uit de splitsingsakte en reglementen voorvloeiende voorschriften omtrent het gebruik in acht te nemen. Daartoe heeft [eisende partij] ook een gebruikersverklaring ondertekend, waarin hij verklaart kennis te hebben genomen van de splitsingsakte en het huishoudelijk reglement. Vast staat dat [eisende partij] zich daaraan niet heeft gehouden. In het midden kan blijven of [eisende partij] die splitsingsakte en het huishoudelijk reglement nu wel of niet heeft ontvangen bij het sluiten van de huurovereenkomst. De Alliantie heeft naar aanleiding van het besluit van de VvE van 30 oktober 2025 de huurovereenkomst op 31 oktober 2025 met onmiddellijke ingang beëindigd. Uit de algemene voorwaarden bij de huurovereenkomst volgt dat kan worden opgezegd zonder grond of op welke grond dan ook en bovendien dat een opzegtermijn geldt van één maand. De Alliantie heeft zich allereerst niet gehouden aan de opzegtermijn. Daarnaast geldt dat de Alliantie te voortvarend te werk is gegaan door blindelings het besluit van de VvE te volgen. Van de Alliantie had op zijn minst mogen worden verwacht te onderzoeken of de VvE zich aan de procedurevoorschriften heeft gehouden alvorens tot uitvoering van de ontzegging van het gebruik te kunnen komen. De conclusie is dan ook dat ook de Alliantie te voortvarend te werk is gegaan en niet juist heeft gehandeld.
4.5.
Echter vast is komen te staan dat de VvE haar besluit heeft teruggedraaid en [eisende partij] vanaf 14 november 2025 weer gebruik van de parkeerplaats kan maken. Thans ontbreekt het belang bij een voorziening tot het verlenen van toegang tot de parkeerplaats. De VvE heeft haar besluit immers teruggedraaid en de Alliantie heeft vervolgens aangegeven dat de huurovereenkomst gewoon doorloopt. Dit maakt ook dat er geen reden bestaat om de waarschuwing in te trekken, omdat [eisende partij] daartoe thans geen belang meer heeft. Dit geldt ook voor de gevraagde voorziening ten aanzien van de wegsleepkosten, omdat de Alliantie heeft aangegeven die kosten niet bij hem in rekening te brengen.
Ten aanzien van de gevorderde schadevergoedingen
4.6.
De vorderingen tot toekenning van verschillende schadevergoedingen worden afgewezen. De kantonrechter is van oordeel dat hiervoor een spoedeisend belang ontbreekt. De vorderingen tot schadevergoeding worden bovendien niet, althans onvoldoende, onderbouwd. Dit geldt voor het gevorderde voorschot van € 2.500,-, de gevorderde dagvergoeding wegens de ontzegging van 1 november 2025 tot en met 13 november 2025 van € 75,- per dag en de niet nader ingevulde vergoedingen zoals inkomstenderving, woongenotderving, privacy en reputatieschade. De gemaakte kosten voor juridisch advies zijn ook niet verder onderbouwd anders dan door overlegging van een factuur van [eenmanszaak] , de eenmanszaak van [eisende partij] zelf. Daar komt nog bij dat er geen reden bestaat om de Alliantie in de werkelijke proceskosten van [eisende partij] te veroordelen.
Ten aanzien van de proceskosten
4.7.
Omdat [eisende partij] ten aanzien van de vordering tegen [gedaagde sub 1] niet ontvankelijk is verklaard wordt [eisende partij] in de proceskosten van [gedaagde sub 1] veroordeeld, tot op heden begroot op € 543,00 aan salaris gemachtigde en € 135,00 aan nakosten.
4.8.
De kantonrechter ziet wel aanleiding om de proceskosten in de zaak tegen de Alliantie te compenseren in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt, ondanks dat de vorderingen van [eisende partij] worden afgewezen, omdat de Alliantie tegenover [eisende partij] ook is tekortgeschoten.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.M. Berendsen en in het openbaar uitgesproken op 17 december 2025.