Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 november 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, het college
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
verhuis- en inrichtingskosten behoren tot de incidenteel noodzakelijke kosten van het bestaan en dat deze kosten in principe uit het eigen inkomen en vermogen moeten worden betaald. Volgens het college beschikt eiser over een inkomen boven bijstandsniveau en had hij voor deze kosten moeten sparen. Verder is volgens het college niet onderbouwd dat eiser geen lening zou kunnen afsluiten voor deze kosten danwel dat hij zou kunnen kopen op afbetaling. Daarnaast is gebleken dat eiser geld heeft kunnen lenen van zijn kinderen. Eiser komt daarom niet in aanmerking voor bijzondere bijstand op grond van artikel 35 van Pro de Pw. Eiser komt ook niet in aanmerking voor bijstand op grond van artikel 15 van Pro de Richtlijnen bijzondere bijstand gemeente Utrecht (de RBBU) omdat er geen sprake is van een onvoorziene verhuizing. Ook voldoet eiser niet aan artikel 17 van Pro de RBBU omdat hij niet behoort tot de doelgroepen en daar ook niet mee gelijk gesteld kan worden gesteld. Tot slot is volgens het college niet gebleken van zeer dringende redenen als bedoeld in artikel 20 van Pro de RBBU.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr.M. van Ettikhoven, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op
11 november 2025.