Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres, handelend onder een handelsnaam, heeft in opdracht van gedaagde postpakketten verzonden en bezorgd in de periode januari tot februari 2025. Hiervoor stuurde eiseres facturen ter waarde van € 725,97, die door gedaagde niet zijn betaald. Eiseres vordert betaling van deze facturen, vermeerderd met wettelijke handelsrente en bijkomende kosten.
Gedaagde erkent de hoofdsom te moeten betalen, maar betwist de bijkomende kosten en stelt dat een betalingsregeling was afgesproken die na een eerste betaling verviel. Gedaagde vindt het direct dagvaarden disproportioneel en onredelijk, mede omdat zij financiële problemen had en bereid was te betalen.
De kantonrechter oordeelt dat eiseres meerdere aanmaningen heeft gestuurd en een betalingsregeling heeft aangeboden, die door gedaagde niet is nagekomen. Na vervallen van de regeling heeft eiseres gedaagde nogmaals de gelegenheid gegeven tot betaling of een nieuw voorstel, maar gedaagde reageerde niet. De beslissing tot dagvaarden is niet onredelijk. De financiële situatie van gedaagde ontslaat haar niet van haar betalingsverplichting.
De buitengerechtelijke incassokosten van € 108,90 worden toegewezen omdat deze redelijk en onderbouwd zijn. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van in totaal € 836,23 plus wettelijke handelsrente vanaf 24 juni 2025, alsmede de proceskosten van € 801,23. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 836,23 plus wettelijke handelsrente en proceskosten van € 801,23.