Uitspraak
1.OHRA ZORGVERZEKERINGEN N.V.,
2.
ONDERLINGE WAARBORGMAATSCHAPPIJ CZ GROEP U.A.,
Rechtbank Midden-Nederland
Ohra Zorgverzekeringen heeft [gedaagde] gedagvaard wegens niet-betaling van het verplichte eigen risico over 2024. [gedaagde] voerde aan dat zij de medicatie voor haar reuma deels niet heeft opgehaald en dat de apotheek een fout maakte in de dosering, maar kon dit niet bewijzen.
De kantonrechter oordeelt dat Ohra alleen de verzekeraar is en dat bezwaren over de inhoud van de verleende zorg bij de apotheek moeten worden ingediend. Ohra ontving geen creditnota van de apotheek die de kosten corrigeert. Daarom blijft het eigen risico van €385 verschuldigd.
De stelling van [gedaagde] dat dezelfde situatie als in 2022 zich voordoet, is niet aannemelijk gemaakt. Het is aan haar om actie te ondernemen bij de apotheek. De vordering van Ohra wordt daarom toegewezen, inclusief proceskosten van €404,14.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat Ohra direct kan incasseren. [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet betalen.
Uitkomst: Verzekerde wordt veroordeeld tot betaling van €385 eigen risico 2024 en proceskosten.