ECLI:NL:RBMNE:2025:6888

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
12 november 2025
Publicatiedatum
22 december 2025
Zaaknummer
599754
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van minderjarigen in jeugdzorgzaak

In deze zaak heeft de kinderrechter van de Rechtbank Midden-Nederland op 12 november 2025 uitspraak gedaan over de verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarigen, [minderjarige 1] en [minderjarige 2]. De kinderrechter heeft besloten de ondertoezichtstelling van de kinderen te verlengen voor de duur van een jaar, omdat hun ontwikkeling nog steeds ernstig wordt bedreigd. De moeder heeft positieve stappen gezet in de hulpverlening, maar kan momenteel nog onvoldoende stabiliteit en ondersteuning bieden. De kinderen hebben behoefte aan een duidelijke structuur en zorg, wat de voortzetting van de hulpverlening noodzakelijk maakt.

Daarnaast heeft de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van de kinderen verlengd tot 13 februari 2026. Dit is gedaan om ervoor te zorgen dat de kinderen in een veilige omgeving blijven, terwijl de mogelijkheden voor terugplaatsing bij de moeder worden onderzocht. De kinderrechter heeft het resterende deel van het verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) aanhouden, zodat er meer duidelijkheid kan komen over de opvoedvaardigheden van de moeder en de mogelijkheden tot terugplaatsing. De GI is verzocht om uiterlijk binnen drie maanden een geactualiseerd plan van aanpak te overleggen, waarin de bevindingen uit het 2thepoint-traject zijn opgenomen. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat deze direct geldt, ook als er hoger beroep wordt ingesteld.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/599754 / JE RK 25-1420
Datum uitspraak: 12 november
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam-Zuidoost,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2022 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2020 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. J.L. Vermeer.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen van 16 september 2025, ontvangen op 17 september 2025;
  • de brief met bijlagen van de moeder van 6 november 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 12 november 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder met haar advocaat;
- [A] , een vertegenwoordiger van de GI.
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige 2] en [minderjarige 1] niet gevraagd naar hun mening. De kinderrechter vraagt dat alleen aan kinderen van acht jaar of ouder. Kinderen onder de acht jaar vindt de kinderrechter daar nog te jong voor.
1.4.
De kinderrechter heeft direct na de zitting mondeling uitspraak gedaan. Dit is de schriftelijke uitwerking daarvan.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
2.2.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 20 augustus 2024 [minderjarige 2] en [minderjarige 1] voorlopig onder toezicht gesteld tot 20 november 2024.
2.3.
De kinderrechter heeft bij beschikking van 13 november 2024 [minderjarige 2] en [minderjarige 1] onder toezicht gesteld tot 13 mei 2025, met aanhouding van de beslissing op het overige deel van het verzoek.
2.4.
Bij beschikking van 3 april 2025 is een (spoed)machtiging verleend om [minderjarige 2] en [minderjarige 1] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg tot 1 mei 2025. [minderjarige 2] en [minderjarige 1] wonen middels deze machtiging in een pleeggezin.
2.5.
De kinderrechter heeft bij beschikking van 24 april 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige 2] en [minderjarige 1] verlengd tot 13 november 2025. Ook heeft de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing verlengd tot 1 augustus 2025, met aanhouding van de beslissing op het resterende deel van het verzoek.
2.6.
De kinderrechter heeft de maatregelen daarna steeds verlengd. Laatstelijk tot (uiterlijk) 13 november 2025.
2.7.
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] verblijven sinds 26 mei 2025 in het gezinshuis [locatie] .

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van twaalf maanden en de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
Voor een onderbouwing van het verzoek, verwijst de kinderrechter naar het ingediende verzoekschrift.

4.De beoordeling

De beslissing
4.1.
De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengen voor de duur van een jaar. Ten aanzien van het verzoek van de machtiging tot uithuisplaatsing, zal de kinderrechter een deel van het verzoek toewijzen en de machtiging verlengen voor de duur van drie maanden. De kinderrechter houdt het resterende deel van het verzoek aan. De kinderrechter legt hierna uit waarom hij deze beslissing neemt.
De ondertoezichtstelling
4.2.
De kinderrechter is van oordeel dat de ontwikkeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] nog steeds ernstig wordt bedreigd. Uit de stukken en wat ter zitting is besproken, volgt dat de moeder de afgelopen periode positieve stappen heeft gezet en gemotiveerd is om mee te werken aan hulpverlening. Tegelijkertijd is duidelijk geworden dat de moeder op dit moment nog onvoldoende stabiliteit, voorspelbaarheid en rust kan bieden en ondersteuning nodig heeft bij het maken van keuzes die in het belang van de kinderen zijn.
4.3.
De kinderen hebben veel zorg nodig en behoefte aan een duidelijke structuur. Het is daarom van belang dat de ingezette hulpverlening door kan lopen en de GI voorlopig nog de thuissituatie blijft monitoren maar ook de voortgang van het ingezette 2thepoint-traject. De moeder heeft tijdens de zitting verklaard het hier ook mee eens te zijn. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voor de duur van een jaar.
De uithuisplaatsing
4.4.
De kinderrechter stelt voorop dat een voortzetting van de uithuisplaatsing noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . [1] De intensieve zorg voor de kinderen en de rust en structuur zijn belangrijk, zeker omdat momenteel goed moet worden onderzocht of en onder welke voorwaarden de kinderen terug geplaatst zouden kunnen worden bij de moeder.
4.5.
Hoewel de moeder positieve stappen heeft gezet en gemotiveerd is om mee te werken aan hulpverlening, is nog onvoldoende duidelijk in hoeverre zij op dit moment op structurele basis een voldoende stabiele en veilige omstandigheden kan bieden. De zorgen die zijn besproken tijdens de zitting – onder meer met betrekking tot de emotionele stabiliteit van de moeder, haar begrenzend vermogen en sommige door haar gemaakte keuzes – maken dat de uithuisplaatsing op dit moment noodzakelijk blijft. Tegen alle afspraken in, heeft de moeder toch contact gezocht met haar ex, de vader van de kinderen. Ook de wens van de moeder om samen met de kinderen naar haar nieuwe partner in Groningen te verhuizen sluit niet aan bij het belang van de kinderen bij duidelijkheid en structuur.
4.6.
De kinderrechter vindt een verlenging voor de verzochte duur van twaalf maanden nu niet passend. Tijdens de zitting is besproken dat het 2thepoint-traject inmiddels is gestart en dat binnen enkele maanden duidelijkheid kan worden verkregen over de opvoedvaardigheden van de moeder en de mogelijkheden tot terugplaatsing. Tijdens een eerdere zitting is besproken dat een 2thepoint-traject een te zwaar middel zou zijn voor de situatie van deze moeder en kinderen. Het SIMBA-traject zou beter aansluiten. Omdat dit traject een lange wachtlijst kent, heeft de GI in overleg met de moeder ervoor gekozen alsnog een 2thepointtraject te starten, omdat dit traject niet een dergelijke lange wachtlijst kent. Tijdens de zitting heeft de GI verklaard dat de moeder binnenkort doorstroomt naar fase 2 en dat in die fase duidelijker wordt of en welke interventies noodzakelijk zijn. De GI zal binnen dit traject zorgvuldig moeten onderzoeken:
  • of en wanneer terugplaatsing mogelijk is,
  • of uitbreiding van de omgang verantwoord is, en
  • welke ondersteuning noodzakelijk blijft.
4.7.
De kinderrechter zal de uithuisplaatsing verlengen tot 13 februari 2026 om te voorkomen dat de uithuisplaatsing langer duurt dan strikt noodzakelijk. Het resterende deel van het verzoek van de GI wordt aangehouden.
4.8.
De kinderrechter verzoekt de GI om uiterlijk binnen de komende drie maanden een geactualiseerd plan van aanpak te overleggen, waarin ook de (voorlopige) bevindingen uit het 2thepoint-traject zijn opgenomen. De GI dient deze informatie uiterlijk
30 januari 2026aan de rechtbank en andere partijen toe te sturen.
4.9.
Voor de volgende zitting zal de kinderrechter medewerkers van 2thepoint oproepen als informant om verslag uit te brengen over de voortgang van het traject en vragen van de rechtbank te beantwoorden.
Uitvoerbaar bij voorraad
4.10.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

5.De beslissing

De kinderrechter:
5.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] tot
13 november 2026;
5.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot
13 februari 2026;
5.3.
verklaart de beschikking voor zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
houdt het resterende deel van het verzoek ten aanzien van de machtiging tot uithuisplaatsing aan;
5.5.
verzoekt de GI om aan de kinderrechter, de ouders en de advocaat
voor 30 januari 2026te informeren over de actuele stand van zaken, daarbij een geactualiseerd Plan van Aanpak te overleggen.
5.6.
roept de moeder met haar advocaat, de GI en (een medewerker van) 2thepoint op voor de zitting van
11 februari 2026 om 14:00 uurin het gerechtsgebouw van de rechtbank Midden-Nederland,
locatie Utrecht, aan het Vrouwe Justitiaplein 1 in Utrecht, alwaar het resterende verzoek over de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zal worden behandeld.
Deze beschikking is gegeven door mr. G. van de Beek, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 12 november 2025, in aanwezigheid van de griffier. De schriftelijke uitwerking is vastgesteld op 4 december 2025. In verband met afwezigheid van de rechter getekend op 4 december 2025 door mr. A.R. Scharrenborg, (kinder)rechter.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:265c, tweede lid, BW.