ECLI:NL:RBMNE:2025:6902

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
23 december 2025
Publicatiedatum
23 december 2025
Zaaknummer
UTR 25/2198
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onbevoegdheid van de bestuursrechter in een zaak tegen een dwangbevel

Op 23 december 2025 heeft de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in de zaak tussen eiseres, een inwoner van [plaats], en het Centraal Justitieel Incassobureau. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een dwangbevel dat op 31 januari 2025 door het Centraal Justitieel Incassobureau is uitgevaardigd. De rechtbank heeft vastgesteld dat zij kennelijk onbevoegd is om van het beroep kennis te nemen, zoals bepaald in artikel 8:4, eerste lid, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank heeft eiseres verzocht om het besluit waartegen het beroep is gericht over te leggen, waarop eiseres het dwangbevel heeft ingediend. De rechtbank heeft geconcludeerd dat de bestuursrechter niet bevoegd is om kennis te nemen van het beroep, omdat het dwangbevel als een civiel vonnis geldt en verzet daartegen bij de kantonrechter moet worden ingediend. De rechtbank heeft daarom op grond van artikel 8:54 Awb uitspraak gedaan zonder zitting en heeft afgezien van het heffen van griffierecht. Tevens is er geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van L. El Kabch, griffier, en is openbaar uitgesproken op dezelfde datum.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/2198

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 december 2025 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres,

en

het Centraal Justitieel Incassobureau, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres tegen de brief van verweerder.

Overwegingen

1. Omdat de rechtbank kennelijk onbevoegd is, doet de rechtbank op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. Eiseres heeft beroep ingesteld. De rechtbank heeft eiseres verzocht om het besluit over te leggen waartegen het beroep is gericht. Hierop heeft eiseres een dwangbevel van 31 januari 2025 van het Centraal Justitieel Incassobureau overgelegd. De rechtbank gaat er daarom vanuit dat eiseres opkomt tegen het dwangbevel.
3. De bestuursrechter van de rechtbank moet ambtshalve (uit zichzelf) onderzoeken of zij bevoegd is om van een beroep kennis te nemen. Daarvoor moet de rechtbank beoordelen of het beroeps is gericht tegen een voor beroep vatbaar besluit.
4. Het beroep van eiser is gericht tegen het dwangbevel. Hiervoor geldt dat de inning van een administratieve sanctie plaatsvindt door middel van een dwangbevel, dat heeft te gelden als een civiel vonnis. Daartegen kan verzet (als bedoeld in het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering) worden gedaan bij de kantonrechter. De bestuursrechter is niet bevoegd om hiervan kennis te nemen. Dat staat in artikel 8:4, eerste lid, aanhef en onder b, van de Awb.
5. Eiseres kan zich tot de kantonrechter wenden als zij wil opkomen tegen het dwangbevel. Verzet bij de kantonrechter is niet hetzelfde als verzet dat als rechtsmiddel onder deze uitspraak staat.
6. Omdat de bestuursrechter onbevoegd is, is er afgezien van het heffen van griffierecht.
7. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd om van het beroep kennis te nemen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van L. El Kabch, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 23 december 2025.
de griffier is verhinderd deze uitspraak
te ondertekenen
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.