In deze zaak heeft de rechtbank Midden-Nederland op 24 november 2025 uitspraak gedaan in een familierechtelijke kwestie tussen een moeder en een vader over het gezag en de hoofdverblijfplaats van hun twee kinderen. De moeder verzocht om eenhoofdig gezag over de kinderen, terwijl de vader vervangende toestemming vroeg om met de kinderen naar Iraaks Koerdistan te reizen. De rechtbank heeft het verzoek van de moeder tot eenhoofdig gezag afgewezen, omdat de vader een betrokken ouder is en er geen sprake is van een situatie waarin de kinderen klem of verloren dreigen te raken. De rechtbank oordeelde dat de ouders, ondanks hun slechte communicatie, in staat zijn om belangrijke beslissingen over de kinderen gezamenlijk te nemen. De vader had in het verleden zijn toestemming voor vakanties naar veilige landen gekoppeld aan zijn verzoek om met de kinderen naar Iraaks Koerdistan te reizen, wat de rechtbank als kwalijk beschouwde, maar niet voldoende om zijn gezag te beëindigen. De rechtbank heeft ook het verzoek van de vader om vervangende toestemming voor de vakantie naar Iraaks Koerdistan afgewezen, omdat het gebied als onveilig wordt beschouwd volgens het reisadvies van de Nederlandse overheid. De verzoeken van de vader over kinderalimentatie zijn aangehouden voor verdere behandeling.