De rechtbank Midden-Nederland behandelde een procedure tussen gescheiden ouders met gezamenlijk gezag over twee minderjarige kinderen. De moeder verzocht om eenhoofdig gezag, terwijl de vader onder meer vervangende toestemming vroeg om met de kinderen naar Iraaks Koerdistan te reizen, ondanks het oranje reisadvies voor dat gebied.
De rechtbank oordeelde dat het gedrag van de vader, hoewel kwalijk vanwege het koppelen van toestemming voor vakanties naar veilige landen aan zijn eigen vakantieplannen, onvoldoende reden is om het gezamenlijk gezag te beëindigen. De ouders slagen er ondanks slechte communicatie in om samen belangrijke beslissingen te nemen, en de kinderen dreigen niet klem te raken.
De rechtbank wees het verzoek tot wijziging van de hoofdverblijfplaats af, omdat de periode waarin het kind bij de vader woont te kort is om een stabiele beoordeling te maken. Ook werd het verzoek van de vader tot vervangende toestemming voor reizen naar Iraaks Koerdistan afgewezen vanwege het veiligheidsrisico en het ontbreken van een dringende noodzaak.
De verzoeken over kinderalimentatie werden aangehouden omdat de verweertermijn nog niet was verstreken. De rechtbank benadrukte het belang van betere communicatie tussen ouders en moedigde hen aan hulp te zoeken, ondanks de afwijzing van een raadsonderzoek.