ECLI:NL:RBMNE:2025:6926

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
24 december 2025
Publicatiedatum
23 december 2025
Zaaknummer
C/16/600689 / KG ZA 25-512
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 BWArt. 3:12 BWArt. 3:14 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verplichting gemeente tot openstelling open house procedure voor nieuwe jeugdhulpaanbieders

In deze zaak vordert [eiseres], een jeugdzorginstelling, dat de gemeente Almere de open house procedure voor jeugdhulp zonder verblijf openstelt voor nieuwe toetreders. De gemeente had in 2024 een open house procedure georganiseerd met een uiterste inschrijfdatum, waarna [eiseres] werd uitgesloten vanwege het ontbreken van een kwaliteitscertificaat op dat moment. De gemeente stelde een voorbehoud in dat de procedure niet hoefde te worden opengesteld indien de dekkingsgraad voor een product ruim was gehaald.

De rechtbank beoordeelt dat de Aanbestedingswet 2012 en fundamentele aanbestedingsbeginselen niet van toepassing zijn, omdat het hier gaat om een verbintenisrechtelijke raamovereenkomst zonder gunningscriterium. De precontractuele fase wordt getoetst aan redelijkheid en billijkheid en algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het gelijkheids-, transparantie-, zorgvuldigheids- en vertrouwensbeginsel.

Artikel 4.3.5 van het Inkoopdocument bepaalt dat de open house procedure vier keer per jaar open moet staan voor nieuwe toetreders, met een voorbehoud dat de gemeente zich het recht voorbehoudt om af te zien van openstelling als de dekkingsgraad ruim is gehaald. Dit voorbehoud is echter onduidelijk, niet objectief toetsbaar en onvoldoende transparant. Bovendien heeft de gemeente door haar communicatie gerechtvaardigd vertrouwen gewekt dat de procedure in april 2025 zou worden opengesteld.

De rechtbank concludeert dat het voorbehoud niet van toepassing is en dat de gemeente gehouden is de open house procedure uiterlijk 7 januari 2026 open te stellen, [eiseres] in de gelegenheid te stellen deel te nemen en bij voldoen aan de eisen een raamovereenkomst met haar te sluiten en haar toe te laten tot het declaratiesysteem. De gemeente wordt veroordeeld in de proceskosten en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De gemeente wordt veroordeeld de open house procedure uiterlijk 7 januari 2026 open te stellen voor nieuwe toetreders en [eiseres] in de gelegenheid te stellen deel te nemen en een raamovereenkomst te sluiten indien aan de eisen wordt voldaan.

Uitspraak

RECHTBANK Midden-Nederland

Civiel recht
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: C/16/600689 / KG ZA 25-512
Vonnis in kort geding van 24 december 2025
in de zaak van
[eiseres] B.V.,
te [vestigingsplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
advocaten: mrs. J. Overdijk en V.M. IJzerman,
tegen
GEMEENTE ALMERE,
te Almere,
gedaagde partij,
hierna te noemen: de Gemeente,
advocaat: mr. T. van Wijk

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding,
- de producties 1 tot en met 41 van [eiseres] ,
- de conclusie van antwoord
- de producties 1 tot en met 5 van de Gemeente,
- de mondelinge behandeling van 16 december 2025, waarvan door de griffier
aantekeningen zijn gemaakt
- de pleitnota van [eiseres] ,
- de pleitnota van de Gemeente.

2.De kern van het kort geding

De Gemeente heeft in 2024 een toetredingsprocedure (een open house procedure) georganiseerd voor verlening van jeugdhulp zonder verblijf in de Gemeente Almere.
Met alle jeugdhulpaanbieders die voldoen aan de in het Inkoopdocument gestelde voorwaarden/eisen wordt een door de Gemeente opgestelde overeenkomst genoemd “de Raamovereenkomst” (hierna: de Raamovereenkomst) gesloten. De looptijd van de Raamovereenkomst is van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2026 met een mogelijkheid van twee keer een verlening met 12 maanden (1 jaar). Er moest uiterlijk op
20 december om 10.00 uur een inschrijving voor deze open house worden ingediend.
In dit kort geding gaat het in de eerste plaats om de beantwoording van de vraag of de Gemeente de open house procedure na deze uiterste inschrijfdatum moet openstellen voor nieuwe toetreders (jeugdhulpaanbieders), zoals [eiseres] . De voorzieningenrechter is van oordeel dat de Gemeente dit op grond van haar eigen spelregels moet doen.

3. De achtergrond van het kort geding

[eiseres]
3.1.
[eiseres] is een in Almere gevestigde jeugdzorginstelling die zich toelegt op begeleiding van (ouders van) meer- en hoogbegaafde kinderen.
Verplichting Gemeente op grond van de Jeugdwet
3.2.
De Gemeente is op grond van de Jeugdwet verplicht om jeugdhulp te bieden en koopt op grond van die verplichting jeugdhulp in.
De tot en met 31 december 2024 gesloten raamovereenkomsten voor jeugdhulp zonder verblijf3.3. Voor de periode van 1 januari 2019 tot en met 31 december 2024 heeft de Gemeente raamovereenkomsten gesloten met verschillende jeugdhulpzorgaanbieders. Dat heeft zij gedaan op basis van een open house procedure.
3.4.
De op grond van deze procedure gesloten overeenkomsten bevatten een wat door partijen wordt genoemd een “zachte landing” bepaling. Op grond van deze bepaling kan de bestaande hulpverlening tot 31 december 2025 worden voortgezet als er per 1 januari 2025 geen nieuwe raamovereenkomst wordt gesloten.
3.5.
[eiseres] heeft sinds 2024 kinderen in Almere begeleid als onderaannemer van een jeugdhulpzorgaanbieder die een raamovereenkomst met de gemeente had.
De open house procedure van juni 20243.6. De Gemeente heeft in juni 2024 een open house procedure georganiseerd voor het aanbieden van jeugdhulp zonder verblijf in de Gemeente Almere per 1 januari 2025. Deze procedure is opgedeeld in drie percelen:
Begeleiding-individueel basis en begeleiding groep basis,
Begeleiding-individueel specialistisch en begeleiding-groep specialistisch,
Dagbesteding basis en specialistisch.
Er hebben voor de uiterste inschrijfdatum van deze procedure vijf vragenrondes plaatsgevonden. De antwoorden op deze vragen zijn vermeld in een schriftelijk stuk, de Nota van Inlichtingen.
Kort geding tegen de in juni 2024 gestarte open house procedure
3.7.
Er is door andere jeugdhulpaanbieders dan [eiseres] een kort geding aanhangig gemaakt over deze open house procedure. In dat kort geding ging het om de vraag of de Gemeente voor perceel 2 reële tarieven zoals bedoeld in de Jeugdwet had vastgesteld.
In het kort geding vonnis van 15 oktober 2024 [1] is geoordeeld de Gemeente niet aan haar onderzoeks- en onderbouwingsverplichting heeft voldaan.
De Gemeente is daarom in dit vonnis:
geboden om met inachtneming van het vonnis (opnieuw) onderzoek te doen naar de tarieven op de punten die in dit vonnis als onvoldoende onderbouwd zijn aangemerkt, en naar aanleiding daarvan:
a. of gemotiveerd te onderbouwen dat de vastgestelde tarieven toch reëel zijn,
b. of nieuwe tarieven vast te stellen,
geboden, om als zij nieuwe tarieven vaststelt:
a. de inkoopprocedure aan deze nieuwe tarieven aan te passen,
b. een nieuwe inschrijfdatum te bepalen om in te schrijven op deze aangepaste inkoopprocedure,
verboden om raamovereenkomsten te sluiten waarbij de in dit kort geding ter discussie staande tarieven van toepassing zijn, totdat er is voldaan aan het bepaalde onder 1 en 2.
Nieuwe (aangepaste) open house procedure in november 20243.8. De Gemeente heeft na dit kort geding vonnis een nieuwe (aangepaste) open house procedure gestart voor het aanbieden van jeugdhulp zonder verblijf per 1 januari 2025 voor de drie percelen zoals genoemd in 3.5. In dit kort geding gaat om deze nieuwe (aangepaste) procedure (hierna: de open house procedure).
3.9.
De Gemeente heeft voor deze open house procedure een nieuw Inkoopdocument opgesteld met als datum 16 november 2024. [2] (hierna: het Inkoopdocument). Bij het Inkoopdocument zijn 14 bijlagen gevoegd. Eén van die bijlagen (bijlage 1) is de met de zorgaanbieders te sluiten Raamovereenkomst [3] (bijlage 1).
3.10.
In het Inkoopdocument zijn de (spel)regels voor de open house procedure vermeld.
Daarin is onder andere vermeld dat:
1. de Gemeente per perceel een raamovereenkomst sluit met elke jeugdhulpaanbieder:
- die voldoet aan de procedurevoorschriften,
- waarop geen uitsluitingsgronden van toepassing zijn,
- die voldoet aan de geschiktheidseisen, en
- die akkoord gaat met de uitvoeringseisen.
2. de Gemeente de jeugdhulpaanbieder uitsluit van deelname aan de procedure als de jeugdhulpaanbieder aantoonbaar voldoet aan één van de uitsluitingsgronden, niet aantoonbaar voldoet aan één van de geschiktheidseisen of niet aantoonbaar onvoorwaardelijk akkoord gaat met alle uitvoeringseisen. (zie 3.1. van het Inkoopdocument),
3. de te sluiten Raamovereenkomst geen afnameverplichting of afnamegarantie kent.
Indienen inschrijving door [eiseres] voor de percelen 1 en 23.11. [eiseres] heeft op tijd (op 18 december 2024) een verzoek tot deelname voor de percelen 1 en 2 ingediend.
[eiseres] uitgesloten van deelname aan de open house procedure3.12. De Gemeente heeft [eiseres] op 23 december 2024 laten weten dat [eiseres] wordt uitgesloten van deelname aan de open house procedure, omdat:
haar inschrijving niet op de juiste manier is ondertekend,
[eiseres] niet in het bezit is van het vereiste Kwaliteitscertificaat.
Verzoek [eiseres] om alsnog met haar te contracteren of haar als onderaannemer toe te laten3.13. [eiseres] is vanaf februari 2025 in het bezit van het vereiste kwaliteitscertificaat.
3.14.
[eiseres] heeft de Gemeente in april 2025 verzocht om alsnog met haar een raamovereenkomst af te sluiten of haar als onderaannemer van een gecontracteerde jeugdhulpaanbieder toe te laten.
3.15.
De Gemeente heeft dit verzoek afgewezen, omdat zij met de gecontracteerde jeugdhulpaanbieders de dekkingsgraad voor een product ruim behaalt, en er volgens haar geen noodzaak is voor de inzet van [eiseres] als onderaannemer van een gecontracteerde jeugdhulpaanbieder.
Wat [eiseres] met dit kort geding wil bereiken
3.16.
[eiseres] begeleidt op dit moment ongeveer 15 jeugdigen (en hun ouders/verzorgers) in de gemeente Almere. Vanaf 1 januari 2026 zal zij daarmee moeten stoppen. De zachte landing bepaling is dan uitgewerkt (zie 3.4.). [eiseres] zal de begeleiding van deze jeugdigen dan moeten overdragen aan een gecontracteerde jeugdhulpaanbieder. [eiseres] vindt dat een onwenselijke situatie. [eiseres] wil met dit kort geding bereiken dat zij de lopende behandelingen kan voortzetten en dat zij nieuwe jeugdigen kan begeleiden.
Standpunt en vorderingen van [eiseres] in dit kort geding3.17. [eiseres] is van mening dat de Gemeente op grond van het Inkoopdocument verplicht is om:
de open house procedure open te stellen voor nieuwe toetreders, en/of
toestemming te verlenen dat [eiseres] als onderaannemer van een gecontracteerde jeugdhulp werkzaam mag zijn.
3.18.
[eiseres] vordert daarom in dit kort geding (naar de voorzieningenrechter begrijpt):
1.
primaireen gebod om:
a. over te gaan tot openstelling van de open house procedure en [eiseres] een verzoek tot deelname te laten indienen, en
b. met [eiseres] een raamovereenkomst af te sluiten als [eiseres] aan alle eisen voldoet, en
c. [eiseres] toe te laten tot het gemeentelijke declaratiesysteem,
versterkt met een dwangsom,
2.
subsidiaireen gebod om een verzoek van een gecontracteerde jeugdhulpaanbieder tot inzet van [eiseres] als onderaannemer op grond van het Inkoopdocument te beoordelen en in te willigen als [eiseres] aan alle eisen daarvoor voldoet, versterkt met een dwangsom.
Verweer van de Gemeente
3.19.
De Gemeente doet een beroep op rechtsverwerking en is van mening dat de vorderingen ook op inhoudelijke gronden moeten worden afgewezen.

4.De beoordeling

Toewijzing primaire vorderingen
4.1.
De primaire vorderingen van [eiseres] worden, zoals hierna wordt toegelicht, toegewezen. Aan de beoordeling van de subsidiaire vordering wordt daarom niet toegekomen.
Kernvraag
4.2.
De kernvraag die moet worden beantwoord, is of de Gemeente verplicht is om de open house procedure open te stellen voor nieuwe toetreders (jeugdhulpaanbieders) zoals [eiseres] . Die vraag moet met “ja” worden beantwoord.
Toetsingskader4.3. Eerst moet worden vastgesteld wat het toetsingskader is voor de beoordeling van deze kernvraag.
Aanbestedingswet 2012 en fundamentele aanbestedingsbeginselen zijn niet van toepassing4.4. Vooropgesteld wordt dat de Aanbestedingswet 2012 (Aw 2012) en de fundamentele beginselen van het aanbestedingsrecht in dit geval niet van toepassing zijn.
Reden daarvoor is dat het gaat om een procedure waarbij alle kandidaten worden geselecteerd die aan de door de Gemeente gestelde basisvoorwaarden/eisen voldoet. Er wordt in de door de Gemeente georganiseerde procedure (de open house procedure) geen vergelijking en rangschikking op grond van een gunningscriterium gemaakt.
Op grond van vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie [4] is er in dat geval geen sprake van een overheidsopdracht of het sluiten van een raamovereenkomst zoals bedoeld in de Richtlijnen die zijn geïmplementeerd in de Aw 2012. Het is daarbij niet van belang dat het na een uiterst moment van inschrijving niet meer mogelijk is om zich aan te sluiten (toe te treden).
Verder heeft [eiseres] niet gesteld dat sprake is van een duidelijk grensoverschrijdend belang, waardoor de fundamentele aanbestedingsbeginselen toch van toepassing zouden zijn. Daarvoor zijn ook geen concrete aanwijzingen.
Er is ook geen reden om de Aw 2012 en/of de fundamentele aanbestedingsbeginselen, zoals [eiseres] aanvoert, analoog op de open house procedure toe te passen. Het aanbestedingsrecht is gestoeld op de gedachte dat mededinging tussen de gegadigden plaatsvindt. Daarvan is bij een open house procedure geen sprake.
De te sluiten Raamovereenkomst is geen raamovereenkomst zoals bedoeld in de Aw 2012
4.5.
Benadrukt wordt dat geen sprake is van een raamovereenkomst zoals bedoeld in de Richtlijnen die zijn geïmplementeerd in de Aw 2012. De in de open house procedure te sluiten Raamovereenkomst kwalificeert wel als een verbintenisrechtelijke raamovereenkomst. In het verbintenissenrecht wordt als raamovereenkomst aangeduid een overeenkomst waarin de voorwaarden zijn vermeld die van toepassing zullen zijn als een overeenkomst tussen partijen wordt gesloten. Daaraan voldoet de Raamovereenkomst die de Gemeente op grond van de open house procedure wil sluiten.
Verbintenissenrecht en algemene beginselen van behoorlijk bestuur van toepassing
4.6.
Het geschil tussen partijen moet worden getoetst aan de hand van het verbintenissenrecht. Het gaat dan om de regels die van toepassing zijn op de fase die aan het sluiten van een overeenkomst voorafgaan ook wel de precontractuele fase genoemd.
4.7.
Deze precontractuele fase wordt beheerst door:
  • de eisen van redelijkheid en billijkheid (zie artikel 6:2 Burgerlijk Pro Wetboek (BW)). Bij de vaststelling van wat redelijkheid en billijkheid eisen, moet rekening worden gehouden met algemeen erkende rechtsbeginselen, met de in Nederland levende rechtsovertuigingen en met de maatschappelijke en persoonlijke belangen, die bij het gegeven geval zijn betrokken (zie artikel 3:12 BW Pro).
  • de spelregels die door de Gemeente (éénzijdig) zijn opgesteld. De Gemeente moet zich aan deze spelregels houden. Op grond van de in Nederland geldende rechtsovertuigingen geldt immers dat “
4.8.
Daarnaast geldt dat de Gemeente op grond van artikel 3:14 BW Pro zich moet houden aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, zoals het gelijkheidsbeginsel en het daaruit voortvloeiende transparantiebeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel, het vertrouwensbeginsel en het motiveringsbeginsel.
Artikel 4.3.5. Inkoopdocument: toetreding nieuwe jeugdhulpaanbieder tijdens contractfase
4.9.
In het Inkoopdocument zijn de spelregels opgenomen voor de open house procedure.
4.10.
Voor de beoordeling van de kernvraag is artikel 4.3.5. van het Inkoopdocument van belang. Dat artikel luidt als volgt:

4.3.5 Toetreding nieuwe jeugdhulpaanbieders tijdens contractfase
Na gunning en contractering wordt gedurende de looptijd van de Raamovereenkomst vier keer per jaar (per kwartaal) toetreding voor nieuwe jeugdhulpaanbieders voor alle percelen mogelijk gemaakt. Een dergelijke toetredingsmogelijkheid wordt door middel van een publicatie op TenderNed bekend gemaakt. De eerste mogelijkheid is in beginsel in april 2025. De Gemeente houdt zich het recht voor om af te zien van openstelling van de procedure in het geval dat de dekkingsgraad voor een product ruim gehaald wordt door de dan gecontracteerde aanbieders. De voorwaarden waaraan de jeugdhulpaanbieders moeten voldoen zullen niet afwijken van de voorwaarden in deze aanbesteding met uitzondering van noodzakelijke aanpassingen zoals datum van indiening etc. En/of gewijzigde wet- en regelgeving.”.
Uitleg bepaling
4.11.
Welke verplichting de Gemeente met deze bepaling op zich heeft genomen, is een kwestie van uitleg.
4.12.
Die uitleg moet worden gedaan aan de hand van de CAO norm, omdat de tekst eenzijdig door de Gemeente is opgesteld en geen resultaat is van onderhandeling tussen de Gemeente en de jeugdhulpaanbieders, onder wie [eiseres] .
De CAO norm houdt in dat vooral moet worden gekeken naar de betekenis van de tekst van de bepaling. De bedoelingen van de Gemeente spelen alleen een rol indien deze bedoelingen kenbaar zijn uit de stukken die tot de inkoopprocedure horen, zoals het Inkoopdocument en de daarbij gevoegde bijlagen.
Bij de uitleg speelt verder een rol dat de Gemeente zich moet houden aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Die beginselen brengen mee dat de Gemeente verplicht is:
- om bepalingen duidelijk (transparant) op te schrijven (volgt uit het gelijkheidsbeginsel en het daaruit voortvloeiende transparantiebeginsel),
- ervoor te zorgen dat de door haar opgestelde spelregels op objectieve gronden toetsbaar zijn (volgt uit het zorgvuldigheidsbeginsel).
Van een onduidelijke spelregel is daardoor niet alleen sprake als onduidelijk is wat met de tekst van die spelregel wordt bedoeld, maar ook als de spelregel niet op objectieve gronden toetsbaar is.
Hoofdregel: vier keer per jaar openstellen open house procedure voor nieuwe toetreders
4.13.
In artikel 4.3.5. van het Inkoopdocument (zoals geciteerd in 4.10) wordt heel duidelijk gezegd dat als hoofdregel geldt dat vier keer per jaar (per kwartaal) toetreding voor nieuwe jeugdhulpverleners voor alle percelen mogelijk wordt gemaakt. Dat de Gemeente, zoals zij herhaaldelijk heeft opgemerkt, niet verplicht is om tussentijdse toetreding tot de open house procedure mogelijk te maken, doet er niet toe. Als de Gemeente die mogelijkheid zelf uit eigen vrije wil in het leven roept en in haar Inkoopdocument opneemt, zal zij zich daaraan moeten houden (zie 4.7.). Uitgangspunt is dus dat de Gemeente de open house procedure in 2025 vier keer had moeten openstellen voor nieuwe toetreders, zoals [eiseres] .
Voorbehoud
4.14.
In artikel 4.3.5. van het Inkoopdocument wordt echter ook een voorbehoud gemaakt. De Gemeente houdt zich in dit artikel het recht voor om af te zien van openstelling van de procedure in het geval dat “
de dekkingsgraad voor een product ruim gehaald wordt door de dan gecontracteerde aanbieders”.
Maken voorbehoud toegestaan
4.15.
Het is de Gemeente toegestaan om een voorbehoud te maken op het openstellen van de open house procedure voor nieuwe toetreders. De Gemeente heeft wat dit betreft beleidsvrijheid en contractsvrijheid. Het was de Gemeente zelfs toegestaan om überhaupt geen mogelijkheid te bieden voor het tussentijds toetreden van nieuwe jeugdhulpverleners.
Voorbehoud is onduidelijk
4.16.
Het door de Gemeente gemaakte voorbehoud is echter, zoals [eiseres] terecht aanvoert, onvoldoende transparant, objectief en toetsbaar en daarmee onduidelijk.
4.16.1.
Dat komt al doordat het onduidelijk (niet transparant) is wat moet worden verstaan onder “
ruim gehaald”. Is daarvan sprake als de dekkingsgraad hoger is dan 75%, 80%, 85% 90% of 95% enzovoort?
4.16.2.
Ook onduidelijk is wat moet worden verstaan onder “
de dekkingsgraad voor een product”. Het is onduidelijk of in dit specifieke geval gekeken moet worden naar het geven van begeleiding aan meer- of hoogbegaafden kinderen (zoals [eiseres] meent) of dat alleen gekeken moet worden naar de in zeer algemene termen geformuleerde “producten” in het productenboek (zoals de Gemeente aanvoert).
4.16.3.
Verder is onduidelijk aan de hand van welke objectieve en toetsbare gronden wordt bepaald of “
de dekkingsgraad ruim is gehaald”. Daarover wordt in artikel 4.3.5. van het Inkoopdocument niets gezegd, en ook niet ergens anders in het Inkoopdocument en de daarbij horende stukken. Ook dit maakt de bepaling onduidelijk (zie 4.12).
4.16.4.
De in 4.16.1. tot en met 4.16.3. genoemde onduidelijkheden zijn ieder op zich al voldoende om te concluderen dat de bepaling onduidelijk is.
4.17.
Dan speelt bij de uitleg van artikel 4.3.5. van het Inkoopdocument nog het volgende een rol.
4.17.1.
[eiseres] heeft in de eerste vragenronde behorend bij de open house procedure van juni 2024 de volgende vraag gesteld:
“ Geachte lezer, Wij hebben nog geen kwaliteitszorgsysteem. Wel kunnen wij per omgaande
hiermee starten. Wij hebben al contact gehad met een certificeringsinstituut. Echter een traject duurt minimaal 4 maanden. Wij kunnen daarmee niet voldoen aan de eis om het certificaat per 22-7 te overleggen maar zouden dit wel kunnen doen bij de start in 2025. Is een inschrijfbewijs voor 22-7 voldoende. Graag uw toelichting”.
(ter toelichting: de deadline voor de inschrijving was 22 juli 2025. Dat is gewijzigd door het kort geding, zie hiervoor onder 3.7 en 3.8 en verder).
De Gemeente heeft daarop in de eerste Nota van Inlichtingen [6] het volgende geantwoord:
“ De gemeente handhaaft de eis om een certificaat in te dienen bij de inschrijving. Mocht u (nog) niet in de gelegenheid zijn de documenten te uploaden dan raadt de gemeente u aan bij de eerstvolgende openstelling in april 2025 uw inschrijving in te dienen.”.
4.17.2.
Ook is nog door een andere gegadigde in het kader van de vierde vragenrond behorend bij de open house procedure van juni 2024 een vraag gesteld die verband hield met de opbouw van de tarieven [7] . De laatste zin van het daarop door de Gemeente in de vierde Nota van Inlichtingen [8] gegeven antwoord luidt als volgt:
“ Daarnaast heeft u als organisatie ook de mogelijkheid om bij de openstelling van april 2025 in te schrijven waarmee langer de tijd is om het document te beoordelen en door te rekenen.”. [9]
4.17.3.
Deze Nota’s van Inlichtingen zijn, anders dan de Gemeente meent, ook van belang voor de in november 2024 gestarte open house procedure. In het Inkoopdocument van de open house procedure van november 2024 is vermeld dat alle wijzigingen ten opzichte van de eerste open house procedure van juni 2024 in roze in de documenten zijn vermeld [10] . Er is wat betreft artikel 4.3.5. niets veranderd.
Verder wordt in het Inkoopdocument van november 2024 verwezen naar de vijf Nota’s van Inlichtingen die in de open house procedure van juni 2024 zijn gepubliceerd, met daarbij de vermelding dat daarin eerdere antwoorden terug zijn te vinden. [11] De vijf Nota’s van Inlichtingen van de eerste open house in juni 2024 procedure maken daarmee deel uit van de tweede open house procedure van november 2024.
4.17.4.
Uit de hiervoor geciteerde antwoorden op vragen van gegadigden van de open house van juni 2024 volgt dat de Gemeente zonder enig voorbehoud te maken de vraagsteller (onder wie [eiseres] ) heeft aangeraden om bij de openstelling in april 2025 in te schrijven.
De Gemeente heeft door dit “advies” het gerechtvaardigde vertrouwen gewekt dat de open house procedure in ieder geval in april 2025 zou worden opengesteld en dat daarop dus niet het door haar gemaakte voorbehoud van toepassing zou zijn.
4.18.
De Gemeente voert nog aan dat artikel A van de Raamovereenkomst bij de uitleg van artikel 4.3.5 van het Inkoopdocument moet worden betrokken. Dit leidt echter niet tot een andere conclusie. Artikel A van de Raamovereenkomst is nagenoeg gelijkluidend aan artikel 4.3.5. van het Inkoopdocument. Het enige wezenlijke verschil is dat in artikel A ook wordt vermeld wat de peildatum voor de dekkingsgraad is. [12] Er staat niets in over wat

ruim gehaald” inhoudt (zie hiervoor onder 4.16).
4.19.
De conclusie is dat het in artikel 4.3.5. van het Inkoopdocument gemaakte voorbehoud niet duidelijk is, want het voorbehoud is niet transparant en objectief toetsbaar en bovendien is het gerechtvaardigd vertrouwen gewekt dat de open house procedure in ieder geval in april 2025 zou worden opengesteld.
Gevolg van onduidelijkheid: voorbehoud niet van toepassing
4.20.
Het zou naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn als dit onduidelijke voorbehoud van toepassing zou zijn. Daarbij is van belang dat de Gemeente door toepassing van dit voorbehoud in strijd zou handelen met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Zij zou dan in strijd handelen met het gelijkheidsbeginsel en het daaruit voortvloeiende transparantiebeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel. Er zou dan, zoals [eiseres] aanvoert, sprake zijn van een risico op willekeur, en ook dat is in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
Het standpunt van de Gemeente dat gecontracteerde jeugdhulpverleners gerechtvaardigd erop mochten vertrouwen dat op grond van het voorbehoud de open house procedure niet zou worden opengesteld en hen geen concurrentie zou worden aangedaan, gaat niet op. Voor deze gecontracteerde jeugdhulpverleners geldt, net als voor de Gemeente, dat zij toen ze zich inschreven ze niet wisten hoeveel andere partijen zouden inschrijven. Er is bij deze partijen geen enkel vertrouwen gewekt dat de Gemeente – in afwijking van het duidelijke uitgangspunt – de open house procedure
nietna drie maanden weer zou openen. Terwijl er bij [eiseres] wél een gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt dat de Gemeente, conform haar eigen uitgangspunt, de procedure na drie maanden weer zou openen. De Gemeente maakt ook geenszins hard dat zij verplichtingen heeft tegenover de partijen die zonder enige selectie zijn toegelaten en een overeenkomst hebben gekregen zonder enige afnameverplichting of afnamegarantie. De Gemeente kan zich daarom niet op het voorbehoud beroepen.
Slotsom4.21. Het voorgaande betekent dat moet worden teruggevallen op de duidelijke hoofdregel dat de open house vier keer per jaar (per kwartaal) wordt opengesteld voor nieuwe toetreders. De primaire vordering tot openstelling van de open house procedure voor nieuwe toetreders is daarom toewijsbaar. Dat geldt ook voor de daarmee samenhangende vorderingen zoals genoemd in 3.18. onder b (het afsluiten van een raamovereenkomst met [eiseres] als zij aan alle gestelde eisen voldoet) en c (het in dat geval toelaten van [eiseres] tot het declaratiesysteem). De Gemeente heeft (anders dan tegen dwangsommen) geen verweer gevoerd tegen de wijze waarop de vorderingen zij geformuleerd.
Bepaald zal worden dat de open house procedure uiterlijk op
7 januari 2026moet worden aangekondigd op TenderNed en dat de uiterste inschrijfdatum voor deze open house procedure zal moeten worden bepaald op
21 januari 2026 om 10.00 uur.
Er zal geen dwangsom worden opgelegd, omdat de Gemeente heeft toegezegd het vonnis te zullen nakomen. Een prikkel tot nakoming van dit vonnis, waartoe een dwangsom dient, lijkt op dit moment daarom niet nodig.
Geen rechtsverwerking of instemming
4.22.
Het beroep van de Gemeente op rechtsverwerking wordt verworpen. Het is vaste rechtspraak dat het enkel stilzitten daarvoor onvoldoende is. Er moet sprake zijn van ofwel gerechtvaardigd vertrouwen dat [eiseres] haar rechten prijsgaf ofwel een situatie dat de Gemeente door het verstrijken van de tijd in bewijsnood is komen te verkeren. Van geen van die situaties is sprake. Ook is geen sprake van instemming door [eiseres] met het onduidelijke voorbehoud. [eiseres] kon niet anders dan zich akkoord te verklaren met alle spelregels van de Gemeente. De Gemeente kon er gelet daarop niet vanuit gaan dat [eiseres] daarmee ook instemde. De Gemeente heeft geen omstandigheden aangevoerd op grond waarvan zij dat wel kon doen.
Verlenging zachte landing bepaling totdat de open te stellen open house procedure is afgerond4.23. De voorzieningenrechter merkt tot slot nog het volgende op. Het spreekt naar zijn oordeel voor zich dat de Gemeente “de zachte landing bepaling” zal verlengen totdat de op grond van dit vonnis open te stellen open house procedure is afgerond. [eiseres] moet de
lopendebegeleiding van jeugdigen ook na 1 januari 2026 kunnen voortzetten. Het mag niet zo zijn dat deze jeugdigen voor een relatief korte periode moeten overstappen naar een nu al gecontracteerde jeugdhulpaanbieder, om daarna weer te kunnen terugkeren naar [eiseres] . Dat is evident niet in het belang van de jeugdigen, en hun ouders/verzorgers, omdat vaak sprake is van een over langere tijdsduur opgebouwde vertrouwensband. Met dat belang moet de Gemeente rekening houden. De voorzieningenrechter gaat er vanuit dat de Gemeente dat zal doen.
Proceskosten
4.24.
De Gemeente is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
122,25
- griffierecht
714,00
- salaris advocaat
1.107,00
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.121,25
4.25.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
5.1.
gebiedt de Gemeente om de open house procedure “Begeleiding voor Jeugdhulp zonder Verblijf 2025” van november 2024 open te stellen, en deze openstelling
uiterlijk7 januari 2026aan te kondigen op TenderNed en de uiterste inschrijfdatum te bepalen op
21 januari 2026 om 10.00 uur,
5.2.
gebiedt de Gemeente om [eiseres] in de gelegenheid te stellen een verzoek tot deelname in te dienen, en dit verzoek te beoordelen aan de hand van de spelregels zoals vermeld in het Inkoopdocument van november 2024,
5.3.
gebiedt de Gemeente om de bij het Inkoopdocument van november 2024 horende Raamovereenkomst met [eiseres] af te sluiten, als [eiseres] aan de basisvoorwaarden/eisen zoals genoemd in het Inkoopdocument van november 2024 voldoet, en gebiedt de Gemeente in dat geval om [eiseres] toe te laten tot het declaratiesysteem van de Gemeente,
5.4.
veroordeelt Gemeente in de proceskosten van € 2.121,25, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als Gemeente niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.5.
veroordeelt Gemeente tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. N.A.J. Purcell en in het openbaar uitgesproken op 24 december 2025.
4374

Voetnoten

2.Productie 2 van [eiseres]
3.Productie 2 van de Gemeente
4.Zie Dr. Falk Pharma arrest van 2 juni 2016, ECLI:EU:C:2016:399 en Tirkonnen arrest van
5.Zie pagina 2 van het Inkoopdocument waar staat: “Uit dit inkoopdocument vloeien geen verplichtingen voort voor de Gemeente Almere (verder: ‘Gemeente’) anders dan de verplichting zich aan de ingestelde procedure te houden.”
6.Productie 14 van [eiseres] en dan onder vraag 5
7.Het ging daarbij om vraag 333 welke vraag als volgt luidt:
8.Productie 15 van [eiseres]
9.Het volledige antwoord op vraag 333 van de vierde NvI luidt als volgt:
10.Zie punt 8 op pagina 2 van het Inkoopdocument van november 2024
11.Zie punt 9 op pagina 2 van het Inkoopdocument van november 2024
12.Dit artikel luidt als volgt: