AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Herstelvonnis wegens fout in strafoplegging en aftrek voorarrest
De rechtbank Midden-Nederland heeft op 18 december 2025 een herstelvonnis uitgesproken ter correctie van een kennelijke misslag in het vonnis van 16 december 2025. In het oorspronkelijke vonnis was abusievelijk geen rekening gehouden met de aftrek van de tijd die de verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis had doorgebracht, zoals voorgeschreven in artikel 27 vanPro het Wetboek van Strafrecht.
Deze fout zou ertoe kunnen leiden dat de verdachte onterecht het onvoorwaardelijke gedeelte van de gevangenisstraf alsnog moet ondergaan, ondanks dat deze tijd reeds in voorarrest is uitgezeten. Om deze nadelige gevolgen voor de verdachte te voorkomen, heeft de rechtbank het dictum hersteld en de strafoplegging aangepast.
De opgelegde gevangenisstraf bedraagt 120 dagen, waarvan 108 dagen voorwaardelijk zijn met een proeftijd van twee jaar. De voorwaarde is dat de verdachte zich gedurende deze proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit. Tevens is bepaald dat de tijd die de verdachte reeds in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de tenuitvoerlegging van de straf. Dit vonnis is aan het originele vonnis gehecht en ter kennis gebracht aan alle betrokken partijen.
Uitkomst: De verdachte krijgt een gevangenisstraf van 120 dagen waarvan 108 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met aftrek van voorarrest.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16.173789.24
Vonnis tot herstel van het op 16 december 2025 uitgesproken vonnis van de rechtbank Midden-Nederland
in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [1964] in Land Onbekend,
ingeschreven op het adres [adres] , Polen.
1.Het onderdeel van het vonnis dat moet worden hersteld
Na de uitspraakdatum is de rechtbank gebleken dat het dictum van voormeld vonnis een fout bevat.
Aan de verdachte is bij voormeld vonnis een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de verdachte dagen in voorarrest heeft doorgebracht. Abusievelijk is in het dictum van het vonnis verzuimd toepassing te geven aan de in artikel 27 vanPro het Wetboek van Strafrecht voorgeschreven aftrek van de door verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebrachte tijd.
Executie van deze beslissing kan er toe leiden dat de verdachte alsnog naar de gevangenis zou worden gebracht om het onvoorwaardelijk gedeelte van de opgelegde gevangenisstraf te ondergaan dat reeds in voorarrest is uitgezeten, hetgeen voor verdachte nadelige gevolgen heeft. Dit acht de rechtbank onwenselijk en daarom zal zij dit verzuim herstellen door verbetering van het dictum, waartoe het onderhavige vonnis strekt.
2.De beslissing
De rechtbank:
- handhaaft haar beslissing van 16 december 2025, met herstel van een kennelijke misslag in het dictum als volgt en wijzigt:
straf
- legt aan de verdachte een gevangenisstraf van 120 dagen op;
- bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van 108 dagen niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;
- stelt daarbij een proeftijd van 2 jaren vast;
- als voorwaarde geldt dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
in:
- legt aan de verdachte een gevangenisstraf van 120 dagen op;
- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van 108 dagen niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;
- stelt daarbij een proeftijd van 2 jaren vast;
- als voorwaarde geldt dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- bepaalt dat de griffier dit vonnis doet hechten aan het originele vonnis van 16 december 2025 en dit vonnis per brief ter kennis doet brengen van de verdachte, de raadsvrouw, de officier van justitie en de benadeelde partij.
Dit vonnis is gewezen door mr. L.M. Reijnierse, voorzitter, mr. S.E. van den Brink en mr. G.M.C. Klink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.M.L. den Hoedt als griffier.
Mr. S.E. van den Brink, mr. G.M.C. Klink en mr. L.M.L. den Hoedt zijn niet in de gelegenheid dit herstelvonnis te ondertekenen.