ECLI:NL:RBMNE:2025:6951

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
18 december 2025
Publicatiedatum
24 december 2025
Zaaknummer
16.175394.24
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 27 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herstelvonnis wegens aftrek voorarrest bij gedeeltelijke onvoorwaardelijke gevangenisstraf

De rechtbank Midden-Nederland heeft op 18 december 2025 een herstelvonnis uitgesproken ter correctie van een fout in het vonnis van 16 december 2025. In het oorspronkelijke vonnis was abusievelijk geen rekening gehouden met de aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, terwijl dit volgens artikel 27 van Pro het Wetboek van Strafrecht verplicht is.

De verdachte, geboren in 1986 en woonachtig in Polen, was veroordeeld tot een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Door het niet toepassen van de aftrek van voorarrest zou de verdachte onterecht alsnog gevangenisstraf moeten ondergaan voor de periode die hij reeds in voorarrest had doorgebracht. Dit zou nadelige gevolgen voor hem hebben.

De rechtbank heeft daarom het dictum van het vonnis hersteld: de gevangenisstraf van 90 dagen wordt opgelegd met aftrek van de door verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebrachte tijd. Daarnaast is bepaald dat 78 dagen van de straf niet ten uitvoer worden gelegd, tenzij de verdachte binnen een proeftijd van twee jaar opnieuw een strafbaar feit pleegt.

Het herstelvonnis wordt gehecht aan het originele vonnis en ter kennis gebracht aan verdachte, zijn raadsvrouw, de officier van justitie en de benadeelde partij. Dit voorkomt dat verdachte onterecht gevangenisstraf moet uitzitten die al in voorarrest is uitgezeten.

Uitkomst: De rechtbank legt een gevangenisstraf van 90 dagen op met aftrek van voorarrest en stelt een proeftijd van twee jaar vast.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16.175394.24
Vonnis tot herstel van het op 16 december 2025 uitgesproken vonnis van de rechtbank Midden-Nederland
in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [1986] (Land Onbekend),
wonende op [adres] , [woonplaats] , Polen.

1.Het onderdeel van het vonnis dat moet worden hersteld

Na de uitspraakdatum is de rechtbank gebleken dat het dictum van voormeld vonnis een fout bevat.
Aan de verdachte is bij voormeld vonnis een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de verdachte dagen in voorarrest heeft doorgebracht. Abusievelijk is in het dictum van het vonnis verzuimd toepassing te geven aan de in artikel 27 van Pro het Wetboek van Strafrecht voorgeschreven aftrek van de door verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebrachte tijd.
Executie van deze beslissing kan er toe leiden dat de verdachte alsnog naar de gevangenis zou worden gebracht om het onvoorwaardelijk gedeelte van de opgelegde gevangenisstraf te ondergaan dat reeds in voorarrest is uitgezeten, hetgeen voor verdachte nadelige gevolgen heeft. Dit acht de rechtbank onwenselijk en daarom zal zij dit verzuim herstellen door verbetering van het dictum, waartoe het onderhavige vonnis strekt.

2.De beslissing

De rechtbank:
- handhaaft haar beslissing van 16 december 2025, met herstel van een kennelijke misslag in het dictum als volgt en wijzigt:
straf
- legt aan de verdachte een gevangenisstraf van 90 dagen op;
- bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van 78 dagen niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;
- stelt daarbij een proeftijd van 2 jaren vast;
- als voorwaarde geldt dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
in:
straf
- legt aan de verdachte een gevangenisstraf van 90 dagen op;
-
bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van 78 dagen niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;
- stelt daarbij een proeftijd van 2 jaren vast;
- als voorwaarde geldt dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- bepaalt dat de griffier dit vonnis doet hechten aan het originele vonnis van 16 december 2025 en dit vonnis per brief ter kennis doet brengen van de verdachte, de raadsvrouw, de officier van justitie en de benadeelde partij.
Dit vonnis is gewezen door mr. L.M. Reijnierse, voorzitter, mr. S.E. van den Brink en G.M.C. Klink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.M.L. den Hoedt als griffier.
Mr. S.E. van den Brink, mr. G.M.C. Klink en mr. L.M.L. den Hoedt zijn niet in de gelegenheid dit herstelvonnis te ondertekenen.