ECLI:NL:RBMNE:2025:6971

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
22 december 2025
Publicatiedatum
24 december 2025
Zaaknummer
16/140562-25
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling tot gevangenisstraf voor meerdere diefstallen en vernielingen

Op 22 december 2025 heeft de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in de strafzaak tegen een verdachte, geboren in 2006 in Tunesië, die zonder vaste woon- of verblijfplaats is. De verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 maanden voor het plegen van meerdere diefstallen en een vernieling op 4 mei 2025 in Utrecht. De rechtbank heeft vastgesteld dat de verdachte op rooftocht is geweest en heeft rekening gehouden met zijn jonge leeftijd en het feit dat in enkele gevallen slechts pogingen tot diefstal zijn gedaan. Echter, de verdachte heeft aanzienlijke schade aangericht en heeft geen verantwoordelijkheid genomen voor zijn daden. De rechtbank heeft de feiten bewezen verklaard, waaronder diefstal door middel van braak en poging tot diefstal. De officier van justitie had een hogere straf geëist, maar de rechtbank oordeelde dat de opgelegde straf de ernst van de feiten voldoende weerspiegelt. De verdachte is ook veroordeeld tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij, met een gedeeltelijke toewijzing van de vordering.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats: Utrecht
Parketnummer: 16/140562-25
Verstek
Vonnis van de meervoudige kamer van 22 december 2025 in de strafzaak van:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 2006 in [geboorteplaats] (Tunesië),
zonder vaste woon- of verblijfplaats,
laatst verblijvende op het adres [adres] , [postcode] in [plaats] ,
hierna: de verdachte.

1.Zitting

De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 8 december 2025.
Op de zitting waren aanwezig:
  • de officier van justitie: mr. A.P.M. van Weegen;
  • de advocaat van de verdachte: mr. C. Lammers (niet gemachtigd).

2.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:
feit 1, primair
op 4 mei 2025 in Utrecht een powerbank uit de auto van [benadeelde 1] heeft gestolen door middel van braak/verbreking/inklimming;
subsidiairis dit ten laste gelegd als een poging daartoe;
feit 2
op 4 mei 2025 in Utrecht heeft geprobeerd om goederen van [benadeelde 2] te stelen door middel van braak/verbreking/inklimming waarbij de deur(en) van de auto is (of zijn) geforceerd en de auto grondig is doorzocht/overhoop is gehaald;
feit 3
op 4 mei 2025 in Utrecht een Louis Vuitton tas, meerdere parfumflesjes en een iPhone-oplader van [benadeelde 3] heeft gestolen door middel van braak/verbreking/inklimming;
feit 4
op 4 mei 2025 in Utrecht de tuindeur/tuinhek/schutting van [benadeelde 4] heeft vernield;
feit 5
op 4 mei 2025 in Utrecht een gereedschapskist en een Gazelle fiets van [benadeelde 5] heeft gestolen;
feit 6, primair
op 4 mei 2025 in Utrecht heeft geprobeerd om goederen uit de woningen van [benadeelde 6] en [benadeelde 7] te stelen door middel van braak/verbreking/inklimming waarbij de deuren en ramen zijn geforceerd en meerdere kasten overhoop zijn gehaald;
subsidiairis dit ten laste gelegd als een vernieling van deze (voor- en achter)deur(posten) en ramen.
De volledige tekst van de beschuldiging is opgenomen in
bijlage Ibij dit vonnis.

3.Bewijs

3.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte alle feiten op de beschuldiging heeft gepleegd.
3.2.
Oordeel van de rechtbank
3.2.1.
Bewijsmiddelen
De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. Dit verkorte vonnis bevat geen bewijsmiddelen. Als hoger beroep wordt ingesteld, zal het vonnis worden aangevuld met een bijlage met daarin de inhoud van de bewijsmiddelen.
3.2.2.
Bewijsoverwegingen
De rechtbank is van oordeel dat alle feiten wettig en overtuigend te bewijzen zijn. Dat komt mede door het feit dat uit het dossier blijkt dat de auto’s en woningen van alle aangevers op zeer korte afstand van elkaar liggen en dat er een zekere samenhang tussen de gepleegde feiten bestaat. De rechtbank legt hieronder uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen.
Feiten 4, 5 en 6
De rechtbank stelt vast dat uit Google Maps blijkt dat de plaatsen delict van de feiten 4, 5 en 6 ( [benadeelde 6] ) op 130 meter afstand van elkaar liggen. Gelet op het tijdsverloop is het aannemelijk dat de verdachte eerst in de tuin van aangeefster [benadeelde 5] (feit 5) is geweest, daar gereedschap en de fiets heeft weggenomen en de fiets vervolgens in de nabijgelegen steeg ‘koud’ heeft gezet. Het past binnen het tijdsverloop dat de verdachte vervolgens met een schroevendraaier (uit de gereedschapskist van [benadeelde 5] ) de voordeur van aangeefster [benadeelde 6] (feit 6) heeft opengebroken. Bovendien wordt de desbetreffende schroevendraaier later krom aangetroffen en blijkt dat de voordeur van [benadeelde 6] met kracht is opengebroken. Dit kan de kromgetrokken schroevendraaier en de aanzienlijke schade aan de voordeur verklaren. Het is onder die omstandigheden in combinatie met het verdere tijdsverloop aannemelijk dat de verdachte daarna naar de tuin van aangever [benadeelde 4] is gegaan waar hij werd betrapt, en toen daar de gereedschapskist van aangeefster [benadeelde 5] heeft achtergelaten. In het dossier bevinden zich verder camerabeelden van een ringdeurbel waarop is te zien dat een man zichtbaar door de straten in de wijk loopt en aan deuren van auto’s voelt. De verdachte wordt daarbij op de camerabeelden door een verbalisant herkend. Verder voldoet de verdachte aan de signalementen die door de verschillende aangevers zijn opgegeven.
Feiten 1, 2, 3 en 6
De rechtbank stelt vast dat uit Google Maps blijkt dat de plaatsen delict van de feiten 1, 2, 3 en 6 ( [benadeelde 7] ) op 400 meter afstand van elkaar liggen. Ook kan de rechtbank door middel van het tijdsverloop en de herkenningen van verbalisanten op de camerabeelden een verband leggen tussen de aangiftes, waarbij het aannemelijk wordt dat de verdachte ook deze (reeks) feiten heeft gepleegd. De tijdstippen die in de aangiftes worden genoemd sluiten op elkaar aan en de verdachte wordt herkend door verbalisanten die beelden hebben bekeken van de (pogingen tot) inbraken gepleegd onder de feiten 1 en 2. Verder wordt op camerabeelden van een ringdeurbel door een verbalisant gezien dat de verdachte bij buurtgenoten voor de deur staat. Hieruit maakt de rechtbank op dat de verdachte zich op en in de nabijheid van de plaatsen delict bevond op het moment dat de feiten werden gepleegd. Daar komt nog bij dat de gestolen tas van [benadeelde 3] (feit 3) bij de verdachte wordt aangetroffen. Onder al deze omstandigheden tezamen genomen kan het niet anders dan dat het de verdachte is geweest die deze feiten heeft gepleegd.
Poging inbraak (feiten 1 en 6 primair)
De rechtbank oordeelt dat ten aanzien van de feiten 1 en 6 de primaire variant (poging) inbraak is bewezen. Ten aanzien van feit 1 stelt de rechtbank vast dat de powerbank buiten, op enkele meters afstand van de auto, op de grond is aangetroffen. De rechtbank oordeelt dat de verdachte, door de powerbank uit de auto weg te nemen, als heer en meester over de powerbank heeft beschikt. Dit levert volgens de rechtbank dan ook een voltooide diefstal op. Ten aanzien van feit 6 oordeelt de rechtbank dat de uiterlijke verschijningsvorm, gelet op het hele samenstel van omstandigheden waaruit blijkt dat de verdachte op rooftocht was, zo zeer is gericht op het proberen te stelen van goederen dat het volgens de rechtbank niet anders kan dan dat de verdachte goederen probeerde weg te nemen uit de woningen van [benadeelde 6] en [benadeelde 7] (feit 6). Uit het dossier blijkt niet van contra-indicaties.
3.3.
Bewezenverklaring
De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:
feit 1
op 4 mei 2025 te Utrecht een powerbank die aan [benadeelde 1] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;
feit 2
op 4 mei 2025 te Utrecht, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om een of meerdere goederen uit de personenauto (Kenteken: [kenteken] ) die aan [benadeelde 2] toebehoorden weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en die weg te nemen goederen onder zijn bereik te brengen door middel van braak,
- een of meer deuren heeft geforceerd en
- de auto grondig heeft doorzocht en overhoop heeft gehaald,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
feit 3
op 4 mei 2025 te Utrecht, een Louis Vuitton tas en meerdere parfumflesjes en een iPhone oplader die geheel aan [benadeelde 3] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;
feit 4
op 4 mei 2025 te Utrecht, opzettelijk en wederrechtelijk een tuindeur die geheel aan [benadeelde 4] toebehoorde heeft vernield;
feit 5
op 4 mei 2025 te Utrecht, althans in Nederland, gereedschap en een Gazelle fiets die aan [benadeelde 5] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
feit 6
op of omstreeks 4 mei 2025 te Utrecht ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om een of meerdere goederen in de woningen die aan [benadeelde 6] en [benadeelde 7] , toebehoorden weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en die weg te nemen goederen onder zijn bereik te brengen door middel van braak,
- de voordeur van [benadeelde 6] heeft geforceerd,
- de voordeur en meerdere ramen en de deur van de slaapkamer en
de achterdeur van [benadeelde 7] heeft geforceerd en
- meerdere kasten en lades van [benadeelde 7] overhoop heeft gehaald,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet.

4.Kwalificatie en strafbaarheid

4.1
KwalificatieDe bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
feit 1, primair en feit 3: diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.
feit 2: poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.
feit 4: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.
feit 5: diefstal.
feit 6, primair: poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, meermalen gepleegd.
4.2
Strafbaarheid feiten en verdachteDe feiten en de verdachte zijn strafbaar.

5.Straf

5.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot:
- een gevangenisstraf van 15 maanden met aftrek van het voorarrest.
5.2.
Oordeel van de rechtbank
Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder de verdachte deze feiten heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank de persoonlijke omstandigheden van de verdachte mee. Dit licht de rechtbank hieronder toe.
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft op één dag, in twee verschillende buurten van Kanaleneiland, kort na elkaar meerdere vermogensfeiten gepleegd. Met zijn handelen heeft de verdachte een ravage aangericht en een behoorlijke schade achtergelaten bij verschillende slachtoffers. Uit het dossier blijkt dat de verdachte op een rooftocht is geweest. Meerdere buurtbewoners zijn hiervan getuige geweest en hebben melding gedaan bij de politie. De verdachte heeft met zijn handelen geen enkel respect getoond voor de eigendommen van de slachtoffers en heeft voor veel hinder gezorgd. Ook heeft de verdachte bijgedragen aan een groot gevoel van onveiligheid bij de slachtoffers en andere buurtbewoners. De rechtbank neemt hem dit kwalijk.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
De rechtbank weegt ook de persoonlijke omstandigheden van de verdachte mee in haar oordeel.
Op 19 juni 2025 is door de jeugdreclassering een rapport opgesteld. De jeugdreclassering heeft over de verdachte gerapporteerd, omdat in eerste instantie de verdachte minderjarig leek te zijn. In het rapport staat dat de verdachte bij de jeugdreclassering heeft aangegeven last te hebben van angstklachten en verslaafd te zijn aan cocaïne, lyrica en rivotril. Verder heeft de verdachte bij de reclassering aangegeven geen familie of kennissen in Europa te hebben en graag contact met zijn ouders te willen, maar niet over contactgegevens van hen beschikt. De reclassering schat de kans op herhaling in als hoog. Verder staat in het rapport dat de verdachte, vanaf de dag nadat hij door de raadkamer is geschorst, onvindbaar is.
Uit het strafblad van de verdachte van 28 oktober 2025 blijkt dat hij voor het plegen van de onderhavige feiten niet eerder voor een misdrijf is veroordeeld. Uit het strafblad blijkt wel dat de verdachte na het plegen van deze feiten is veroordeeld voor het plegen van onder andere winkeldiefstallen waarvan de pleegdatum voor onderhavige feiten ligt.
Strafkader
Om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen, werken strafrechters met landelijke oriëntatiepunten. Deze zijn gebaseerd op opgelegde straffen in andere, vergelijkbare zaken. De volgende oriëntatiepunten gelden voor een first offender, zoals in dit geval sprake van is.
  • Het oriëntatiepunt voor meerderjarigen voor diefstal uit een auto (feiten 1, 2 en 3) is een taakstraf van 90 uur.
  • Het oriëntatiepunt voor meerderjarigen voor diefstal van een fiets (feit 5) is een geldboete van € 300,-.
  • Het oriëntatiepunt voor meerderjarigen voor inbraak uit een woning (feit 6) is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden.
Er bestaat op dit moment nog geen oriëntatiepunt voor het plegen van een vernieling (feit 4)
Strafoplegging
De ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd rechtvaardigen, mede gelet op voornoemde oriëntatiepunten, oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank ziet geen mogelijkheid tot oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf in combinatie met een forse taakstraf, omdat de verdachte niet traceerbaar is en ook geen vaste woon- of verblijfplaats heeft, waardoor het verrichten van een taakstraf per definitie niet uitvoerbaar is. In de hoogte van de straf houdt de rechtbank rekening met de jonge leeftijd van de verdachte, dat het in een paar van de gevallen bij een poging is gebleven en er geen dure goederen zijn weggenomen. Daar staat tegenover dat de rechtbank in strafverzwarende zin meeneemt dat de verdachte veel schade heeft aangericht met zijn handelen en bij de politie geen verantwoordelijkheid voor zijn handelen heeft genomen. De rechtbank heeft in de hoogte van de straf ook rekening gehouden met toepassing van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht.
Gelet op dit alles legt de rechtbank aan de verdachte een gevangenisstraf van 6 maanden op.
De rechtbank wijkt af van de eis van de officier van justitie, omdat zij van oordeel is dat de straf die wordt opgelegd de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt.
Tenuitvoerlegging van de straf
De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma.
De voorlopige hechtenis
De rechtbank heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

6.Vordering benadeelde partij

6.1.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 4]
heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert een bedrag van € 750,-. Dit bedrag bestaat uit € 250,- materiële schade en € 500,- immateriële schade. De gevorderde materiële schadevergoeding ziet op schade aan het hekwerk van de tuin. De benadeelde partij heeft voor wat betreft de hoogte van de schade geen onderbouwing overgelegd.
6.2.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie verzoekt de vordering benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren, omdat deze onvoldoende onderbouwd is.
6.3.
Oordeel van de rechtbank
Materieel
De vordering ziet voor het materiële gedeelte op schade aan het hekwerk en is door de benadeelde partij begroot op € 250,-. De benadeelde partij heeft de hoogte van de schadepost niet onderbouwd met bijvoorbeeld een factuur.
Op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting stelt de rechtbank vast dat deze schade in rechtstreeks verband staat met het onder feit 4 bewezenverklaarde feit.
Nu de hoogte van de schadepost niet is onderbouwd, maar de rechtbank wel constateert dat sprake is van een rechtstreeks verband tussen de schade en het bewezen verklaarde onder feit 4 en de schade uit het dossier blijkt, zal zij gebruik maken van haar schattingsbevoegdheid. De rechtbank is van oordeel dat de vordering zich, naar maatstaven van billijkheid, leent voor toewijzing tot een bedrag van € 100,-.
De rechtbank bepaalt daarom dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in het overige deel van de vordering met betrekking tot de materiële schadepost.
Immaterieel
Vergoeding van immateriële schade is op grond van art. 6:106 sub b BW toewijsbaar als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, is aangetast in zijn eer en goede naam of ‘op andere wijze’ in zijn persoon is aangetast. De rechtbank begrijpt dat de vordering van de benadeelde partij in dit geval op deze laatste grondslag is gebaseerd.
Uit de rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ in ieder geval sprake is als het slachtoffer geestelijk letsel (psychische schade) heeft opgelopen. Het bestaan van geestelijk letsel moet naar objectieve maatstaven worden vastgesteld. Als geestelijk letsel niet kan worden vastgesteld, kan de aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ volgen uit de aard en de ernst van de normschending (het strafbare feit) en de gevolgen daarvan. De gevolgen moeten met concrete gegevens worden onderbouwd. In uitzonderlijke situaties kunnen de nadelige gevolgen voor het slachtoffer zó voor de hand liggen dat ook zonder nadere onderbouwing kan worden aangenomen dat sprake is van een aantasting in de persoon.
De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij geen gegevens heeft verstrekt
waaruit voorgaande blijkt. Het strafbare feit is verder, hoewel voorstelbaar dat dit gevoelens van angst en onveiligheid oplevert, niet zodanig ernstig dat reeds daarom een normschending moet worden aangenomen. De rechtbank weegt daarbij mee dat er geen sprake is van een zogenaamd ‘contactdelict’ en de schade beperkt lijkt te zijn tot materiële schade. De rechtbank bepaalt daarom dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in dit deel van de
vordering.
Veroordeling in de kosten
De verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.
Wettelijke rente
Voor zover de rechtbank de vordering toewijst, zal zij het toegewezen bedrag vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment dat de schade is ontstaan, te weten 4 mei 2025.
Schadevergoedingsmaatregel
In het belang van de benadeelde partij wordt, als extra waarborg voor betaling aan hem, de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht aan de verdachte opgelegd. Deze maatregel houdt de verplichting tot betaling van het toegewezen bedrag aan de Staat in, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de data zoals hierboven vermeld, tot de dag van volledige betaling.
Als door de verdachte niet wordt betaald, wordt deze verplichting aangevuld met het bijbehorende aantal dagen gijzeling zoals vermeld in het dictum, waarbij toepassing van gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.
De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij.

7.Toegepaste wetsartikelen

De opgelegde straf is gebaseerd op de volgende wetsartikelen:
- artikel 45, 57, 63, 310, 311 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

8. De beslissing

De rechtbank:
bewezenverklaring
- verklaart bewezen dat de verdachte alle feiten (primair) op de beschuldiging heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.3 is omschreven;
- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij;
strafbaarheid feit
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;
strafbaarheid verdachte
- verklaart de verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;
straf
- veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvan
6 maanden;
- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [benadeelde 4] (feit 4)
- wijst de vordering van [benadeelde 4] toe tot een bedrag van € 100,- bestaande uit
materiële schade;
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan [benadeelde 4] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 mei 2025;
- verklaart [benadeelde 4] voor wat betreft het meer gevorderde aan materiële schade en de immateriële schade niet-ontvankelijk in de vordering;
- veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt de verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde 4] aan de Staat
€ 100,- te betalen, bestaande uit materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 mei 2025 tot de dag van de volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 2 dagen gijzeling.
voorlopige hechtenis
- heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.
Dit vonnis is gewezen door mr. A. Maas, voorzitter, mr. M.J. Terstegge en mr. J. Wiersma, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.D. Pronk, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 22 december 2025.
De oudste rechter en jongste rechter zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
feit 1
op of omstreeks 4 mei 2025 te Utrecht, althans in Nederland,
een powerbank, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 1] ,
in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om
het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de
plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat weg te nemen goed onder zijn
bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij op of omstreeks 4 mei 2025 te Utrecht, althans in Nederland
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om
een powerbank en/of in de personenauto liggende goederen (Kenteken: [kenteken] ),
in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 1] , in elk geval aan
een ander toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich
wederrechtelijk toe te eigenen en zich toegang tot de plaats van het misdrijf te
verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik te
brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming,
- de ruit van de bestuurdersportier heeft vernield en/of
- zoekend door de auto heen is gegaan,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
feit 2
hij op of omstreeks 4 mei 2025 te Utrecht, althans in Nederland,
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om
een of meerdere goederen uit de personenauto (Kenteken: [kenteken] ), in elk geval
enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 2] , in elk geval aan een ander
toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te
eigenen en zich toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die
weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik te brengen door middel van braak
en/of verbreking en/of inklimming,
- een of meerdere deuren heeft geforceerd en/of
- de auto grondig heeft doorzocht en/of overhoop heeft gehaald,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
feit 3
hij op of omstreeks 4 mei 2025 te Utrecht, althans in Nederland,
een Louis Vuitton tas en/of een of meerdere parfumflesjes en/of een iPhone
oplader, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 3] , in elk geval
aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich
wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van
het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft
gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;
feit 4
hij op of omstreeks 4 mei 2025 te Utrecht, althans in Nederland
opzettelijk en wederrechtelijk een tuindeur en/of tuinhek en/of schutting, in elk
geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 4] , in elk geval aan een
ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of
weggemaakt;
feit 5
hij op of omstreeks 4 mei 2025 te Utrecht, althans in Nederland,
Gereedschap en/of een Gazelle fiets, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten
dele aan [benadeelde 5] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen
met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
feit 6
hij op of omstreeks 4 mei 2025 te Utrecht, alhans in Nederland,
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om
een of meerdere goederen in de woningen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of
ten dele aan [benadeelde 6] en/of [benadeelde 7] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) weg
te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich
toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen
goed/goederen onder zijn bereik te brengen door middel van braak en/of
verbreking en/of inklimming
- de voordeur van [benadeelde 6] heeft geforceerd,
- de voordeur en/of een of meerdere ramen en/of de deur van de slaapkamer en/of
de achterdeur van [benadeelde 7] heeft geforceerd en/of
- een of meerdere kasten en/of lades van [benadeelde 7] overhoop heeft gehaald, terwijl de
uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij op of omstreeks 4 mei 2025 te Utrecht, althans in Nederland,
opzettelijk en wederrechtelijk de voordeur en/of deurpost,in elk geval enig goed,
dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 6] ,
en/of
opzettelijk en wederrechtelijk de voordeur en/of een of meerdere ramen en/of de
deur van de slaapkamer en/of de achterdeur en/of een of meerdere deurposten,in
elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 7] ,
in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar
gemaakt en/of weggemaakt.