ECLI:NL:RBMNE:2025:6986
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde van appartement uit 1994
Eiseres maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van haar appartement, vastgesteld op € 348.000,- per 1 januari 2022, en stelde beroep in nadat het bezwaar ongegrond werd verklaard. De heffingsambtenaar onderbouwde de waarde met een taxatiematrix waarin drie vergelijkbare appartementen uit hetzelfde complex werden gebruikt.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar voldoende aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld. De referentiewoningen waren vergelijkbaar qua bouwjaar, locatie en staat, en er was rekening gehouden met verschillen in oppervlakte door een correctie toe te passen. De door eiseres aangevoerde punten, zoals de oorspronkelijke staat van de woning, planschade door gemeentelijke plannen, en overlast door drukte, werden door de rechtbank niet als waardedrukkende factoren erkend omdat deze ook voor de referentiewoningen golden.
Ook het argument van ongelijke behandeling door taxateurs werd verworpen, omdat verschillen in eerdere bezwaren te wijten waren aan unieke omstandigheden per object. De rechtbank concludeerde dat de WOZ-waarde terecht was vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond. Eiseres krijgt het griffierecht niet terug.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van € 348.000,- wordt ongegrond verklaard en de waarde wordt gehandhaafd.