ECLI:NL:RBMNE:2025:6989
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onjuiste waardering WOZ-waarde door negeren bestemmingsplan en persoonsgebonden gedoogbeleid
De zaak betreft een geschil over de WOZ-waarde van een deel van een gebouw/schuur dat als woning wordt gebruikt, maar waarvoor het bestemmingsplan wonen niet toestaat en er sprake is van een persoonsgebonden gedoogbeleid voor de huidige bewoonster.
De heffingsambtenaar had de waarde vastgesteld op €160.000,-, gebaseerd op de feitelijke bewoning en referentiewoningen, terwijl eiser bezwaar maakte tegen deze waardering. De rechtbank stelt vast dat de heffingsambtenaar onjuist is uitgegaan van de overdrachtsfictie zonder rekening te houden met de planologische beperkingen en het persoonsgebonden gedoogbeleid.
De Hoge Raad heeft eerder geoordeeld dat dergelijke wettelijke en planologische beperkingen bij de waardering moeten worden betrokken. De persoonsgebonden gedoogstatus is niet overdraagbaar, waardoor een potentiële koper niet het recht heeft de onroerende zaak als woning te gebruiken.
De rechtbank vernietigt de uitspraak op bezwaar, stelt de waarde in goede justitie vast op €80.000,- en vermindert dienovereenkomstig de aanslag onroerendezaakbelasting en watersysteemheffing. Het griffierecht wordt aan eiser vergoed, maar proceskosten worden niet toegekend vanwege het ontbreken van professionele rechtsbijstand.
Uitkomst: De rechtbank stelt de WOZ-waarde vast op €80.000,- en vermindert de aanslag onroerendezaakbelasting en watersysteemheffing dienovereenkomstig.