ECLI:NL:RBMNE:2025:7003
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Opschorting van de tenuitvoerlegging van een gevangenisstraf in het kader van een hoger beroep met bijzondere omstandigheden
In deze zaak heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Midden-Nederland op 29 december 2025 een verzoek tot opschorting van de tenuitvoerlegging van een gevangenisstraf van vier weken toegewezen. Verzoeker, die eerder op 24 februari 2025 door de politierechter was veroordeeld, had hoger beroep ingesteld tegen dit vonnis, maar dit was te laat gebeurd. Verzoeker heeft verschillende verslavingsstoornissen en was in behandeling bij een verslavingsinstelling, wat hem verhinderde om tijdig hoger beroep in te stellen. De officier van justitie heeft aangegeven dat de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf niet kan worden opgeschort, maar verzet zich niet tegen de opschorting gezien de omstandigheden van de zaak.
De voorzieningenrechter heeft de belangen van verzoeker en de officier van justitie afgewogen. Verzoeker heeft zijn belang bij opschorting onderbouwd, en de officier van justitie heeft geen bezwaren tegen de opschorting. De voorzieningenrechter heeft geconcludeerd dat het belang van verzoeker zwaarder weegt en heeft daarom besloten de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf op te schorten. Dit betekent dat verzoeker in vrijheid het hoger beroep kan afwachten, wat van groot belang is gezien zijn situatie en de lopende zorgmachtiging die in februari 2026 afloopt.