Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2025:7039

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
17 december 2025
Publicatiedatum
30 december 2025
Zaaknummer
11783911 \ MC EXPL 25-3872 AW/1583
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:5 lid 1 onder a BWArt. 7:28 BWArt. 3:316 lid 1 BWArt. 3:317 lid 1 BWArt. 3:319 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot betaling koopprijs afgewezen wegens verjaring bij consumentenkoop

In deze zaak heeft de eiseres, handelend onder een handelsnaam, een vordering ingesteld tegen de gedaagde voor betaling van een koopprijs van €184,89 voor goederen gekocht via een website. De gedaagde koos voor achteraf betalen en zou de koopprijs niet hebben voldaan.

De rechter oordeelt dat de Nederlandse rechter bevoegd is en Nederlands recht van toepassing is, omdat de gedaagde in Nederland woont en consument is. De overeenkomst kwalificeert als een consumentenkoop overeenkomst, waarop een verjaringstermijn van twee jaar geldt voor de vordering tot betaling.

De eiseres heeft de verjaring niet tijdig gestuit. Hoewel zij betalingsherinneringen en e-mails heeft gestuurd, is er tussen 7 februari 2022 en 14 mei 2024 meer dan twee jaar verstreken zonder stuiting. Hierdoor is de vordering sinds 8 februari 2024 verjaard. Daarnaast faalt het beroep op ongerechtvaardigde verrijking en onrechtmatige daad wegens gebrek aan onderbouwing.

De vordering wordt afgewezen en de eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten, die aan de kant van de gedaagde op €0,00 worden begroot omdat deze zichzelf schriftelijk heeft verdedigd.

Uitkomst: De vordering tot betaling van de koopprijs wordt afgewezen wegens verjaring.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almere
Zaaknummer: 11783911 \ MC EXPL 25-3872 AW/1583
Vonnis van 17 december 2025
in de zaak van
[eiseres] ,handelend onder de naam [handelsnaam] ,
gevestigd te Verl (Duitsland),
eisende partij,
hierna te noemen: [handelsnaam] ,
gemachtigde: Yards Deurwaardersdiensten BV,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek.
1.2.
[gedaagde] heeft de gelegenheid gekregen om te reageren op de repliek van [handelsnaam] , maar dat heeft hij niet gedaan.
1.3.
Ten slotte is bepaald dat een vonnis wordt uitgesproken.

2.De kern van de zaak

2.1.
[gedaagde] heeft op 29 september 2021 goederen gekocht bij [website] .com. Hij heeft er daarbij voor gekozen om achteraf te betalen. [website] .com heeft het recht om de koopprijs te eisen verkocht aan (de rechtsvoorganger van) [handelsnaam] . Volgens [handelsnaam] heeft [gedaagde] de koopprijs van € 184,89 niet voldaan. Zij eist daarom dat [gedaagde] wordt veroordeeld om dit te betalen vermeerderd met rente en incassokosten. De eis wordt afgewezen omdat die is verjaard.

3.De beoordeling

De Nederlandse rechter is bevoegd en het Nederlandse recht is van toepassing
3.1.
[handelsnaam] is een rechtspersoon naar buitenlands recht. Daarom moet allereerst de vraag worden beantwoord of de Nederlandse rechter wel bevoegd is van de vordering kennis te nemen. Dat is zo. [gedaagde] woont namelijk in Nederland en is een consument. Verder overweegt de kantonrechter dat op de vordering het Nederlands recht van toepassing is.
De eis wordt afgewezen omdat die is verjaard
3.2.
De eis van [handelsnaam] wordt afgewezen, omdat [gedaagde] terecht heeft aangevoerd dat die eis verjaard is. De overeenkomst tussen [website] .com en [gedaagde] is namelijk een consumentenkoopovereenkomst (artikel 7:5 lid 1 onder Pro a BW). Dat schrijft [handelsnaam] ook zelf in de dagvaarding en haar conclusie van repliek. Bij zo’n overeenkomst verjaart de eis om de koopprijs te betalen na twee jaar (artikel 7:28 BW Pro). Deze verjaring kan echter worden gestuit door het instellen van een eis of iedere andere daad van rechtsvervolging (artikel 3:316 lid 1 BW Pro) of door een schriftelijke aanmaning of schriftelijke mededeling waarin de schuldeiser zich ondubbelzinnig zijn recht op nakoming voorbehoudt (artikel 3:317 lid 1 BW Pro). De aanmaning of schriftelijke mededeling moet, om haar werking te hebben, die persoon ook hebben bereikt (artikel 3:37 lid 3 BW Pro). [gedaagde] heeft bij zijn conclusie van antwoord aangevoerd dat hij na de factuur van 29 september 2021 tot 6 juni 2025 nooit een aanmaning of herinnering heeft ontvangen. [handelsnaam] heeft daarop bij conclusie van repliek aangevoerd dat zij meerdere betalingsherinneringen en e-mails naar [gedaagde] heeft gestuurd. [gedaagde] heeft hier niet meer op gereageerd. De kantonrechter gaat daarom uit van de juistheid van de door [handelsnaam] overgelegde brieven en e-mails en ook dat [gedaagde] deze heeft ontvangen. Uit de door [handelsnaam] overgelegde stukken moet echter worden opgemaakt dat er op 7 februari 2022 een brief naar [gedaagde] is gestuurd en dat het vervolgens stil blijft totdat zij op 14 mei 2024 aan [gedaagde] een e-mail stuurt. Tussen de brief en de e-mail is meer dan twee jaar verstreken waardoor de verjaringstermijn niet langer tijdig is gestuit. Dat betekent dat de eis sinds 8 februari 2024 is verjaard (artikel 3:319 BW Pro).
3.3.
[handelsnaam] heeft verder nog gesteld dat er sprake is van ongerechtvaardigde verrijking. Dit slaagt niet omdat voor zover [gedaagde] al is verrijkt dit wordt gerechtvaardigd doordat de verjaringstermijn van toepassing is en overigens deze grondslag niet is onderbouwd. Verder is er geen sprake van een onrechtmatige daad waar ook een beroep op is gedaan. Dit is evenmin onderbouwd.
3.4.
De conclusie van het vorenstaande is dat de vordering moet worden afgewezen.
[handelsnaam] moet de proceskosten betalen
3.5.
[handelsnaam] moet de proceskosten betalen, omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van [gedaagde] op € 0,00, aangezien hij zelf (schriftelijk) heeft gereageerd.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
wijst de vorderingen van [handelsnaam] af,
4.2.
veroordeelt [handelsnaam] in de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde] worden begroot op € 0,00.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. van Wegen en in het openbaar uitgesproken op 17 december 2025.