ECLI:NL:RBMNE:2025:7041
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking verzoekschrift ontslag op staande voet
Verzoeker diende een verzoekschrift in tot vernietiging van een ontslag op staande voet, maar trok dit verzoekschrift op 27 november 2025 in, kort voor de geplande mondelinge behandeling op 11 december 2025.
De verwerende partij, een stichting, stemde in met de intrekking maar vorderde vergoeding van gemaakte proceskosten en nakosten. De kantonrechter overwoog dat ondanks het ontbreken van een formeel verweerschrift, de stichting aannemelijk had gemaakt dat zij kosten had gemaakt voor het opstellen daarvan.
Op grond van artikel 289 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en het Procesreglement werd verzoeker als de in het ongelijk gestelde partij beschouwd en veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 542,00, te voldoen binnen veertien dagen, vermeerderd met eventuele kosten van betekening.
Uitkomst: Verzoeker wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 542,00 na intrekking van het verzoekschrift.