In deze zaak heeft eiseres beroep ingesteld tegen de Dienst Toeslagen, omdat zij van mening is dat er niet tijdig is beslist op haar aanvraag van 24 juni 2021 voor herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. De rechtbank heeft op 19 december 2025 uitspraak gedaan in deze zaak, waarbij het beroep niet-ontvankelijk is verklaard. Dit is gebeurd omdat de Dienst Toeslagen op 17 februari 2025 alsnog een besluit heeft genomen op het verzoek van eiseres, waardoor er geen procesbelang meer was voor het beroep tegen het niet-tijdig beslissen. Eiseres had op 11 juni 2025 aangegeven bezwaar te hebben gemaakt tegen het besluit van 17 februari 2025, maar de rechtbank heeft besloten om het beroep niet zelf te behandelen, maar door te verwijzen naar de Dienst Toeslagen om als bezwaar te worden behandeld. De rechtbank heeft wel bepaald dat het door eiseres betaalde griffierecht moet worden vergoed en dat zij recht heeft op vergoeding van de proceskosten tot een bedrag van € 453,50. De uitspraak is openbaar uitgesproken en een afschrift is verzonden aan de betrokken partijen.