ECLI:NL:RBMNE:2025:7061

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
18 december 2025
Publicatiedatum
31 december 2025
Zaaknummer
UTR 24/7793
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArt. 6:2 AwbArt. 7:1 AwbArt. 6:12 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens tijdige besluitvorming door Dienst Toeslagen

Eiser stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag tot herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. De rechtbank had eerder een eerdere procedure gegrond verklaard en verweerder opgedragen binnen een termijn een besluit te nemen.

Verweerder nam op 17 juni 2024 een besluit, waarna eiser op 3 december 2024 beroep instelde wegens vermeende niet-tijdige besluitvorming. Verweerder stelde dat het beroep niet-ontvankelijk was omdat het besluit reeds genomen was. Eiser betwistte ontvangst van het besluit, maar verweerder toonde aan dat het besluit per e-mail was verzonden na instemming van eiser.

De rechtbank oordeelde dat ongeacht de wijze van verzending vaststaat dat het besluit tijdig is genomen op het moment van het indienen van het beroep. Hierdoor is het beroep niet-ontvankelijk en kan de rechtbank niet inhoudelijk op het beroep ingaan. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling omdat het onaannemelijk is dat eiser het besluit niet heeft ontvangen.

Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat verweerder tijdig een besluit heeft genomen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/7793

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 december 2025 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser

(gemachtigde: mr. R. Grijpstra),
en

Dienst Toeslagen, verweerder(gemachtigde: [gemachtigde] ).

Inleiding

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingesteld, omdat verweerder volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn aanvraag van 4 mei 2022 om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag.
Bij uitspraak van 31 mei 2024 heeft deze rechtbank een eerder beroep tegen het niet tijdig beslissen van eiser gegrond verklaard en verweerder opgedragen uiterlijk 1 juli 2024 een besluit op bezwaar te nemen.
Op 17 december 2024 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.
Eiser heeft op 21 januari 2025 een reactie gegeven op het verweerschrift.
Verweerder heeft desgevraagd antwoord gegeven op de vragen van de rechtbank.
Partijen zijn gevraagd of zij gehoord willen worden op een zitting. Geen van partijen heeft verklaard gebruik te willen maken van dit recht. [1] Daarop heeft de rechtbank het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld. [2] Het
beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen. [3]
2. Op 17 juni 2024 heeft verweerder een beslissing genomen op de aanvraag van eiser.
Eiser heeft bij brief van 3 december 2024 beroep ingesteld, omdat hij stelt dat verweerder niet tijdig een beslissing op aanvraag heeft genomen.
3. Verweerder stelt in het verweerschrift dat eiser geen procesbelang heeft, omdat eiser
het beroep tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op zijn aanvraag heeft ingesteld, nadat verweerder een besluit heeft genomen. Eiser stelt dat hij het besluit van 17 juni 2024 niet heeft ontvangen. Bij brief van 15 oktober 2025 heeft de rechtbank verweerder verzocht de verzending van het bestreden besluit aannemelijk te maken.
4. Volgens verweerder is het besluit van 17 juni 2024 per e-mail aan eiser toegezonden, nadat
telefonisch contact met eiser had plaatsgevonden. Tijdens dit gesprek heeft eiser ermee ingestemd dat het besluit per e-mail zou worden verzonden, aangezien hij op dat moment niet over een woonadres beschikte (productie 5). Daarnaast heeft verweerder voorafgaand aan de verzending per e-mail een schriftelijke bevestiging van eiser ontvangen, waarin hij met deze wijze van toezending instemde (productie 6).
5. Daargelaten of het besluit juist is verzonden, staat vast dat verweerder een besluit heeft
genomen op het moment van indienen van het beroep niet tijdig. Dit betekent dat het beroep van eiser niet-ontvankelijk is. De rechtbank kan het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet inhoudelijk beoordelen.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Dit zou anders zijn indien vast staat dat eiser pas veel later bekend is geworden met het genomen besluit. De rechtbank acht het echter onaannemelijk dat de e-mail met het besluit eiser niet heeft bereikt, nu deze is verzonden in antwoord op een e-mail van eiser zelf.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Schnitzler, rechter, in aanwezigheid van L. El Kabch, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 18 december 2025.
De griffier is buiten staat
te ondertekenen
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Voetnoten

1.Artikel 8:57, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb.
3.Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.