ECLI:NL:RBMNE:2025:7066

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
5 december 2025
Publicatiedatum
2 januari 2026
Zaaknummer
C/16/599761 / FT RK 25/918
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp) met voorwaarde van beschermingsbewind

In deze zaak heeft mevrouw [verzoekster] een verzoek ingediend om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp) vanwege een problematische schuldenlast. De rechtbank Midden-Nederland heeft op 5 december 2025 uitspraak gedaan in deze zaak. Verzoekster heeft eerder, op 27 februari 2001, een schuldsanering ondergaan, maar heeft niet voldaan aan de afdracht- en inlichtingenplicht, wat leidde tot een verlenging van de schuldsanering en uiteindelijk tot een beëindiging zonder 'schone lei'.

Tijdens de zitting op 19 november 2025 is het verzoek behandeld, waarbij verzoekster, haar zusje en een schuldhulpverlener aanwezig waren. De rechtbank heeft vastgesteld dat verzoekster al meer dan 20 jaar met schulden kampt en recentelijk nieuwe schulden heeft gemaakt. Gezien haar langdurige financiële problemen en het feit dat zij grotendeels arbeidsongeschikt is, heeft de rechtbank geconcludeerd dat verzoekster niet over de capaciteiten beschikt om haar financiën adequaat te beheren.

De rechtbank heeft daarom als voorwaarde voor toelating tot de Wsnp gesteld dat verzoekster onder beschermingsbewind wordt geplaatst. Verzoekster heeft echter, via haar schuldhulpverlener, laten weten geen beschermingsbewind aan te vragen. Aangezien de rechtbank deze voorwaarde noodzakelijk achtte voor een succesvol verloop van de Wsnp, heeft zij het verzoek tot toelating afgewezen. Verzoekster kan in de toekomst een nieuw verzoek indienen indien zij haar standpunt over het beschermingsbewind wijzigt.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Toezicht
locatie Utrecht
zaaknummer: C/16/599761 / FT RK 25/918
uitspraakdatum: 5 december 2025
uitspraak op grond van artikel 288 van de Faillissementswet
(“afwijzing toepassing schuldsanering”)
In de zaak van
[verzoekster]
,
wonende te [adres] ,
[woonplaats] ,
hierna: verzoekster.
Waar gaat deze zaak over
Mevrouw [verzoekster] bevindt zich in een problematische schuldenlast. Om tot een oplossing voor haar schulden te komen heeft mevrouw [verzoekster] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp)).
Dit verzoek wordt afgewezen
De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.De procedure

1.1.
Verzoeker heeft op 17 september 2025 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
1.2.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 19 november 2025. Op de zitting zijn verschenen:
- verzoekster,
- [A] , zusje van verzoekster,
- [B] , schuldhupverleenster.

2.De feiten

2.1.
Verzoekster is op 27 februari 2001 toegelaten tot de Wsnp. Verzoekster heeft destijds niet voldaan aan de afdrachtplicht en de inlichtingenplicht. Daarom is op 14 april 2004 de schuldsanering met een half jaar verlengd.
2.2.
Op 12 oktober 2004 heeft de eindzitting plaatsgevonden. De bewindvoerder heeft toen geen “schone lei” geadviseerd. De rechtbank heeft geoordeeld dat verzoekster tekort is geschoten in de nakoming van een of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen en dat deze tekortkoming ook kan worden toegerekend aan verzoekster.
2.3.
Verzoekster verzoekt opnieuw toegelaten te worden tot de schuldsanering, nu zij nog steeds schulden heeft. Deze schuldenlast is voor haar problematisch, nu zij grotendeels arbeidsongeschikt is verklaard.

3.De beoordeling

3.1.
De rechtbank overweegt dat verzoekster al jarenlang een problematische schuldenlast heeft en ook recent weer nieuwe schulden heeft gemaakt. Verzoekster heeft al ruim 20 jaar schulden. In het kader van een eerdere WSNP is verzoekster tekortgeschoten in de nakoming van de afdrachtplicht en de inlichtingenplicht en is het traject zonder schone lei beëindigd. Op grond van het voorgaande houdt de rechtbank ernstig rekening met de omstandigheid dat verzoekster niet beschikt over voldoende capaciteiten om haar financiën op juiste wijze te beheren. De rechtbank is daarom van oordeel dat het voor een voorspoedig verloop van de WSNP noodzakelijk is dat verzoekster onder bewind wordt gesteld. Het voorgaande is ter zitting besproken en aan verzoekster is voorgehouden dat de rechtbank aan haar toelating tot de WSNP de voorwaarde stelt van beschermingsbewind. De rechtbank heeft vervolgens verzoekster in de gelegenheid gesteld om zich twee weken hierover te beraden, alvorens een beslissing te nemen op het verzoek.
3.2.
De schuldhulpverleenster heeft binnen twee weken na de zitting namens verzoekster laten weten, dat verzoekster geen beschermingsbewind zal aanvragen.
3.3.
Nu de rechtbank beschermingsbewind als voorwaarde heeft gesteld aan toelating tot de Wsnp zal het verzoek tot toelating worden afgewezen.
3.4.
Mocht verzoekster op enig moment haar standpunt over beschermingsbewind wijzigen, dan staat het haar vrij een nieuw verzoek in te dienen.

4.De beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.M.E. Bernini en in het openbaar uitgesproken op 5 december 2025. [1]