Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
,
Rechtbank Midden-Nederland
In deze zaak heeft mevrouw [verzoekster] een verzoek ingediend om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp) vanwege een problematische schuldenlast. De rechtbank Midden-Nederland heeft op 5 december 2025 uitspraak gedaan in deze zaak. Verzoekster heeft eerder, op 27 februari 2001, een schuldsanering ondergaan, maar heeft niet voldaan aan de afdracht- en inlichtingenplicht, wat leidde tot een verlenging van de schuldsanering en uiteindelijk tot een beëindiging zonder 'schone lei'.
Tijdens de zitting op 19 november 2025 is het verzoek behandeld, waarbij verzoekster, haar zusje en een schuldhulpverlener aanwezig waren. De rechtbank heeft vastgesteld dat verzoekster al meer dan 20 jaar met schulden kampt en recentelijk nieuwe schulden heeft gemaakt. Gezien haar langdurige financiële problemen en het feit dat zij grotendeels arbeidsongeschikt is, heeft de rechtbank geconcludeerd dat verzoekster niet over de capaciteiten beschikt om haar financiën adequaat te beheren.
De rechtbank heeft daarom als voorwaarde voor toelating tot de Wsnp gesteld dat verzoekster onder beschermingsbewind wordt geplaatst. Verzoekster heeft echter, via haar schuldhulpverlener, laten weten geen beschermingsbewind aan te vragen. Aangezien de rechtbank deze voorwaarde noodzakelijk achtte voor een succesvol verloop van de Wsnp, heeft zij het verzoek tot toelating afgewezen. Verzoekster kan in de toekomst een nieuw verzoek indienen indien zij haar standpunt over het beschermingsbewind wijzigt.