In deze zaak heeft de heffingsambtenaar op 25 februari 2025 de WOZ-waarde van een onroerende zaak in [plaats 2] vastgesteld op € 838.000,- per waardepeildatum 1 januari 2024. Eiser, eigenaar van de woning, heeft bezwaar gemaakt tegen deze beschikking. De heffingsambtenaar heeft het bezwaar op 15 april 2025 ongegrond verklaard, waarop eiser beroep heeft ingesteld. Partijen hebben toestemming verleend om zonder zitting uitspraak te doen. De rechtbank heeft vastgesteld dat de WOZ-waarde niet meer in geschil is, aangezien partijen overeenstemming hebben bereikt over een lagere waarde van € 725.000,-. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak op bezwaar en verlaagt de WOZ-waarde tot € 725.000,-. Tevens moet de heffingsambtenaar het griffierecht van € 53,- aan eiser vergoeden. De uitspraak is gedaan door mr. Y.N.M. Rijlaarsdam op 30 december 2025 en is openbaar gemaakt.