Uitspraak
1.De procedure
- de mondelinge conclusie van antwoord
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
Rechtbank Midden-Nederland
De huurder had een kamer gehuurd en was vanaf 1 januari 2021 hoofdhuurder van een woning met meerdere kamerhuurders. De huurder zegde de huur op per 1 maart 2025 en leverde de sleutels in op 13 maart 2025. De verhuurder hield een deel van de borg in voor huur tot en met 13 maart, sleutelkosten en een defecte deur.
De kantonrechter oordeelt dat de huur eindigde per 1 maart 2025 en dat de huurder geen vergoeding verschuldigd is voor de periode tot en met 13 maart, omdat de verhuurder hiermee had ingestemd door geen bezwaar te maken. Kosten voor sleutels en defecte deur mogen niet op de borg worden ingehouden omdat hierover geen afspraken of bewijs zijn.
Verder is de verhuurder verplicht een gespecificeerde en onderbouwde afrekening van de servicekosten over de periode 1 januari 2023 tot 28 februari 2025 te overleggen. De huurder kan alleen servicekosten terugvorderen over deze periode omdat de verjaringstermijn voor eerdere jaren is verstreken.
De zaak wordt aangehouden voor verdere beslissing nadat de afrekening is verstrekt. De verhuurder wordt veroordeeld om uiterlijk 4 februari 2026 de afrekening te overleggen, waarna de huurder kan reageren.
Uitkomst: Verhuurder moet gespecificeerde servicekostenafrekening overleggen en resterende borg aan huurder betalen, beslissing over borg aangehouden.