ECLI:NL:RBMNE:2025:7077
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek wegens niet-overschrijding redelijke termijn faillissementsafwikkeling
De schuldenaar verzocht om duidelijkheid over de termijn van afwikkeling van zijn faillissement, dat inmiddels 25 maanden loopt. De curator gaf aan dat een achterstand van €2.300,- in aflossingen aan de boedel nog moet worden ingelopen en dat er een lopend onderzoek is door de Belastingdienst naar een vordering op een bedrijf.
De rechter-commissaris overwoog dat volgens artikel 6 EVRM Pro elke procedure binnen een redelijke termijn moet worden behandeld. Hoewel bij persoonlijk faillissement wordt gestreefd naar een afwikkeling binnen 18 maanden, is dit geen harde termijn. De complexiteit van het faillissement, de omvangrijke schuldenlast van circa €1,8 miljoen, en het gedrag van de schuldenaar spelen een rol.
De achterstand in aflossingen en het lopende onderzoek naar de vordering op het bedrijf verklaren de langere duur. De schuldenaar heeft zelf de achterstand veroorzaakt en moet deze oplossen. De discussie over de vordering op het bedrijf kan de termijn verlengen, maar zolang de achterstand niet is ingelopen, is er geen sprake van overschrijding van de redelijke termijn.
De conclusie is dat de redelijke termijn nog niet is overschreden en het verzoek wordt daarom afgewezen. Tegen deze beslissing is hoger beroep mogelijk binnen vijf dagen na dagtekening, uitsluitend via een advocaat.
Uitkomst: Het verzoek tot duidelijkheid over de redelijke termijn voor afwikkeling van het faillissement wordt afgewezen omdat de termijn nog niet is overschreden.