ECLI:NL:RBMNE:2025:7077

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
2 december 2025
Publicatiedatum
5 januari 2026
Zaaknummer
F.16/23/427
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 69 FwArt. 6 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek wegens niet-overschrijding redelijke termijn faillissementsafwikkeling

De schuldenaar verzocht om duidelijkheid over de termijn van afwikkeling van zijn faillissement, dat inmiddels 25 maanden loopt. De curator gaf aan dat een achterstand van €2.300,- in aflossingen aan de boedel nog moet worden ingelopen en dat er een lopend onderzoek is door de Belastingdienst naar een vordering op een bedrijf.

De rechter-commissaris overwoog dat volgens artikel 6 EVRM Pro elke procedure binnen een redelijke termijn moet worden behandeld. Hoewel bij persoonlijk faillissement wordt gestreefd naar een afwikkeling binnen 18 maanden, is dit geen harde termijn. De complexiteit van het faillissement, de omvangrijke schuldenlast van circa €1,8 miljoen, en het gedrag van de schuldenaar spelen een rol.

De achterstand in aflossingen en het lopende onderzoek naar de vordering op het bedrijf verklaren de langere duur. De schuldenaar heeft zelf de achterstand veroorzaakt en moet deze oplossen. De discussie over de vordering op het bedrijf kan de termijn verlengen, maar zolang de achterstand niet is ingelopen, is er geen sprake van overschrijding van de redelijke termijn.

De conclusie is dat de redelijke termijn nog niet is overschreden en het verzoek wordt daarom afgewezen. Tegen deze beslissing is hoger beroep mogelijk binnen vijf dagen na dagtekening, uitsluitend via een advocaat.

Uitkomst: Het verzoek tot duidelijkheid over de redelijke termijn voor afwikkeling van het faillissement wordt afgewezen omdat de termijn nog niet is overschreden.

Uitspraak

RECHTSTREEKS AAN SCHULDENAAR
De heer [verzoeker]
[adres]
[postcode] [plaats]
ook per email (ZIVVER): [email-adres] @outlook.com
datum
2 december 2025
van
afdeling Toezicht
ons kenmerk
F.16/23/427
uw kenmerk
IS100772
cc
curator
onderwerp
[verzoeker] / faillissement
Geachte heer De Heus,
Hiermee bericht ik u naar aanleiding van uw brief van 7 november 2025. Deze brief heb ik aangemerkt als verzoek op grond van artikel 69 van Pro de Faillissementswet (“Fw”). De curator heeft op 1 december 2025 op uw verzoek gereageerd.
U vraagt om duidelijkheid over de termijn van afwikkeling van uw faillissement. De curator heeft in zijn reactie aangegeven dat een achterstand van € 2.300,- in aflossingen aan de boedel nog moet worden ingelopen. Verder loopt in dit faillissement nog een onderzoek naar uw administratie door de Belastingdienst in verband met de inning van een vordering op [bedrijf] .

De redelijke termijn voor behandeling van uw faillissement is niet overschreden

In artikel 6 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) is een bepaald dat elke procedure binnen een redelijke termijn moet worden behandeld. In het kader van een faillissementsprocedure volgt uit deze bepaling dat de rechter-commissaris erop moet toezien dat de afwikkeling van een faillissement met de nodige spoed wordt voortgezet. De vraag of de redelijke termijn voor behandeling van een faillissement is overschreden, moet worden beantwoord aan de hand van alle omstandigheden van het geval. Het gaat dan bijvoorbeeld om de complexiteit van het faillissement, het gedrag van de betrokkenen, de belangen van de boedel en uw belangen als schuldenaar bij een voortvarende afwikkeling van het faillissement.
Uw faillissement loopt nu 25 maanden. Bij behandeling van een persoonlijk faillissement wordt gestreefd naar een afwikkeling binnen 18 maanden. Dit is geen ‘harde termijn’, omdat er steeds omstandigheden kunnen zijn die veroorzaken dat een faillissement langer loopt. In uw geval speelt bijvoorbeeld de omvangrijke schuldenlast (ongeveer € 1,8 miljoen). Er zijn twee redenen waarom uw faillissement nog loopt.
De eerste is dat u in het begin van het faillissement niet (een deel van) uw inkomsten aan de boedel heeft afgedragen. U bent deze achterstand nog aan het inlopen. Zolang het restant van deze achterstand (€ 2.300,-) niet door de boedel is ontvangen, zal het faillissement niet kunnen worden afgewikkeld. Dit is iets waarop de curator heeft. U heeft dit zelf veroorzaakt en moet dit zelf oplossen.
De tweede reden dat het faillissement nog loopt, is dat de curator probeert een vordering op [bedrijf] te incasseren. Er is een vordering op [bedrijf] van € 116.067,61. [bedrijf] heeft de vordering vooralsnog niet erkend en beroept zich op verrekening c.q. opschorting. De curator stelt zich op het standpunt dat [bedrijf] alleen kan opschorten als de Belastingdienst een beroep zou doen op zogenaamde keten- c.q. inlenersaansprakelijkheid. Het onderzoek van de Belastingdienst loopt nog. De Belastingdienst is overigens onderdeel van de Staat, tegen wie zich artikel 6 EVRM Pro richt, zodat deze tweede reden uiteindelijk niet van doorslaggevende betekenis zal zijn bij het bepalen van de redelijke termijn voor afwikkeling van uw faillissement. Blijft deze discussie lopen, terwijl de boedelachterstand is ingelopen, dan zal op enig moment de redelijke termijn worden overschreden en is de curator gehouden tot afwikkeling over te gaan.
De conclusie is op dit moment dat de redelijke termijn voor behandeling van uw faillissement niet is overschreden. Uw verzoek wordt dus afgewezen. Tegen deze beslissing is gedurende vijf dagen te rekenen vanaf de dag waarop mijn beslissing zal worden gegeven, uitsluitend via een advocaat hoger beroep bij de rechtbank mogelijk.
Een kopie van deze beslissing stuur ik aan de curator.
Hoogachtend,
P.J. Neijt
rechter-commissaris