ECLI:NL:RBMNE:2025:7078

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
24 december 2025
Publicatiedatum
5 januari 2026
Zaaknummer
11705434 \ UC EXPL 25-4329
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurkoopovereenkomst en betaling achterstallige leasetermijnen en schadevergoeding

In deze zaak vordert eiseres, Hiltermann Lease B.V., een verklaring voor recht dat de huurkoopovereenkomst met gedaagde is ontbonden, alsook betaling van achterstallige leasetermijnen en een schadevergoeding. Gedaagde erkent de vorderingen. De kantonrechter heeft op 24 december 2025 uitspraak gedaan in deze zaak, waarbij de vorderingen van Hiltermann zijn toegewezen. De procedure begon met een dagvaarding op 12 mei 2025, gevolgd door een conclusie van antwoord op 23 juli 2025 en een mondelinge behandeling op 8 oktober 2025. Tijdens deze behandeling werd gesproken over de teruggave van een Volkswagen Polo, die gedaagde niet kon teruggeven vanwege een betalingsprobleem met de garage. Hiltermann heeft haar eis verminderd en gedaagde heeft hiermee ingestemd.

De kern van de zaak draait om de leaseovereenkomst voor de Volkswagen Polo, waarbij gedaagde maandelijks een bedrag van € 261,06 zou betalen. Hiltermann stelt dat gedaagde deze betalingen niet heeft gedaan, wat heeft geleid tot een betalingsachterstand van € 1.566,36. De kantonrechter heeft vastgesteld dat gedaagde niet als consument heeft gehandeld, omdat de overeenkomst is gesloten in de uitoefening van een beroep of bedrijf. Hierdoor kon Hiltermann de overeenkomst rechtsgeldig ontbinden. Gedaagde is veroordeeld tot betaling van in totaal € 4.326,96 aan Hiltermann, inclusief achterstallige leasetermijnen, schadevergoeding en buitengerechtelijke incassokosten, met rente.

De kantonrechter heeft ook de proceskosten aan gedaagde opgelegd, die in het ongelijk is gesteld. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de uitspraak moet worden nageleefd, ook als gedaagde in hoger beroep gaat.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 11705434 \ UC EXPL 25-4329
Vonnis van 24 december 2025
in de zaak van
HILTERMANN LEASE B.V.,
gevestigd in Hoofddorp,
eisende partij,
hierna te noemen: Hiltermann,
gemachtigde: [gemachtigde] ,
tegen
[gedaagde],
wonende in [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. G.S. Geurts.

1.De procedure

1.1.
Het procedure is gestart met de volgende stukken:
- de dagvaarding van 12 mei 2025,
- de conclusie van antwoord van 23 juli 2025,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald.
1.2.
Op 8 oktober 2025 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Hierbij waren namens Hiltermann aanwezig de heer [A] en haar gemachtigde de heer [gemachtigde] . [gedaagde] was ook aanwezig met haar gemachtigde, mr. G.S. Geurts, en mevrouw [B] . Partijen hebben de vragen van de kantonrechter beantwoord en hebben op elkaar gereageerd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er is besproken.
1.3.
Tijdens de mondelinge behandeling is uitgebreid gesproken over de vordering van Hiltermann tot teruggave van de auto. [gedaagde] heeft verklaard de auto niet terug te kunnen geven, omdat deze bij de garage staat, zij de rekening niet kan betalen en de garage vermoedelijk een beroep zal doen op haar retentierecht. Na de mondelinge behandeling heeft Hiltermann contact gehad met de garage en op 14 oktober 2025 een akte genomen waarin zij haar eis heeft verminderd. Zij vordert niet meer teruggave van de auto, vergoeding van (eventuele) innamekosten van de auto en vergoeding van (eventuele) kosten voor het doen van aangifte. Bij brief van 28 oktober 2025 heeft [gedaagde] laten weten daarmee akkoord te gaan en de kantonrechter verzocht vonnis uit te spreken.
1.4.
Ten slotte heeft de kantonrechter partijen laten weten dat het vonnis vandaag zal worden uitgesproken.

2.De kern van de zaak

2.1.
[gedaagde] heeft een Volkswagen Polo van Hiltermann geleased. Zij zou hiervoor maandelijks een bedrag van € 261,06 aan Hiltermann betalen. Hiltermann zegt dat [gedaagde] dit niet heeft gedaan en eist daarom – na vermindering van eis – een verklaring voor recht dat de overeenkomst is ontbonden en betaling van de achterstallige leasetermijnen en een contractueel bepaalde schadevergoeding. In totaal € 4.326,96, te vermeerderen met contractuele rente. [gedaagde] erkent dat ze niet heeft betaald en daarom de achterstallige leasetermijnen en een schadevergoeding aan Hiltermann moet betalen. De kantonrechter wijst de leasetermijnen toe en schadevergoeding op grond van de wet. [gedaagde] moet daarvoor € 4.326,96 aan Hiltermann betalen. De contractuele rente die Hiltermann vordert hoeft [gedaagde] alleen over de achterstallige leasetermijnen te betalen. Over de schadevergoeding moet zij de wettelijke rente betalen.

3.De beoordeling

[gedaagde] heeft niet als consument gehandeld
3.1.
De kantonrechter stelt eerst vast dat zij van oordeel is dat [gedaagde] niet als consument heeft gehandeld. Dat zij eventuele kosten persoonlijk zal moeten dragen, zoals zij heeft aangevoerd, is niet bepalend. Het gaat erom of de overeenkomst is gesloten in de uitoefening van een beroep of bedrijf. Dat is het geval, want [gedaagde] heeft de overeenkomst met Hiltermann gesloten om de auto te gebruiken voor de eenmanszaak die zij toen had, [bedrijf] . De enkele omstandigheid dat dit een klein bedrijf was dat inmiddels is uitgeschreven uit het handelsregister, betekent niet dat zij in een positie verkeert die vergelijkbaar is met die van consument; een natuurlijke persoon die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf. [gedaagde] heeft tijdens de mondelinge behandeling ook juist aangegeven dat ze de overeenkomst met Hiltermann is aangegaan omdat zij voor haar bedrijf een auto nodig had.
3.2.
Dat [gedaagde] de overeenkomst niet als consument heeft gesloten is van belang omdat soms andere regels gelden als een overeenkomst met een consument is gesloten dan als een overeenkomst is gesloten met iemand die heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf.
Hiltermann mocht de overeenkomst tussen partijen ontbinden
3.3.
De kantonrechter zal voor recht verklaren dat Hiltermann de overeenkomst tussen partijen rechtsgeldig heeft ontbonden. Hiltermann en [gedaagde] hebben op 9 februari 2023 een huurkoopovereenkomst voor een Volkswagen Polo gesloten. Op grond van de wet mocht Hiltermann de overeenkomst tussen partijen ontbinden toen [gedaagde] haar verplichtingen uit de overeenkomst niet nakwam. [1] [gedaagde] heeft volgens Hiltermann vanaf oktober 2024 de verschuldigde leasetermijnen niet meer betaald. Daarmee is een betalingsachterstand ontstaan van € 1.566,36. [gedaagde] heeft deze betalingsachterstand erkend. Met de brief van 17 april 2025 heeft Hiltermann de overeenkomst ontbonden.
[gedaagde] moet € 4.326,96 aan Hiltermann betalen
3.4.
Zoals hiervoor is overwogen, is vast komen te staan dat [gedaagde] een betalingsachterstand van € 1.566,36 heeft. Partijen zijn het erover eens dat [gedaagde] dit bedrag nog aan Hiltermann moet betalen.
3.5.
Hiltermann vordert ook betaling van een bedrag aan schadevergoeding, gelijk aan de leasetermijnen die [gedaagde] zou moeten betalen wanneer de overeenkomst was blijven bestaan. Anders dan Hiltermann heeft gesteld, kan deze vordering niet worden gebaseerd op artikel 43 van de algemene voorwaarden, waarin de vervroegde opeisbaarheid is geregeld. De overeenkomst tussen partijen is namelijk door Hiltermann ontbonden. Zoals ter zitting is besproken, kan deze schadevergoeding wel op grond van de wet worden toegewezen. Uit de wet volgt namelijk dat [gedaagde] de schade moet vergoeden die Hiltermann lijdt, doordat [gedaagde] haar verplichtingen uit de overeenkomst niet nakomt, maar de overeenkomst in plaats daarvan is ontbonden. [2] Hiltermann heeft gesteld dat zij door de ontbinding € 2.760,60 schade heeft geleden. [gedaagde] heeft de hoogte en de verschuldigdheid van de schadevergoeding niet betwist. Zij moet dit bedrag daarom aan Hiltermann betalen. In totaal moet [gedaagde] nog (€ 1.566,36 + € 2.760,60 =) € 4.326,96 aan Hiltermann betalen.
[gedaagde] moet rente betalen aan Hiltermann
3.6.
Omdat [gedaagde] te laat heeft betaald, moet zij ook rente betalen.
3.7.
[gedaagde] is over een bedrag van € 1.566,36 de gevorderde contractuele rente verschuldigd vanaf de dag waarop deze termijnen verschuldigd zijn geworden. Partijen zijn een contractuele rente van 1,5% per maand overeengekomen. Het verweer van [gedaagde] dat een te hoog percentage wordt gevorderd en dat dit – kort gezegd – in strijd is met de redelijkheid en billijkheid, [3] slaagt niet ten aanzien van de onbetaald gebleven leasetermijnen. De vordering van Hiltermann tot vergoeding van 18% per jaar komt namelijk overeen met 12 maanden vermenigvuldigd met 1,5%. Zoals hiervoor vastgesteld, kan [gedaagde] niet als consument aangemerkt worden. Het staat zakelijke partijen vrij om van tevoren een contractuele rente af te spreken, die hoger is dan de geldende wettelijke rente. De kantonrechter overweegt dat [gedaagde] er zelf voor heeft gekozen om een overeenkomst met Hiltermann aan te gaan op grond waarvan zij bij niet tijdige betaling contractuele rente verschuldigd is. Dat het rentepercentage hoog is en dat [gedaagde] nu inmiddels in de schuldsanering zit, betekent dan nog niet dat het rentebeding onredelijk bezwarend is of dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is als Hiltermann daar een beroep op doet.
3.8.
De gevorderde toekomstige termijnen zijn een vergoeding van de schade op grond van de wet, die Hiltermann lijdt door de ontbinding van de overeenkomst. Daarvoor geldt daarom niet de contractuele rente, maar de wettelijke rente. [4] [gedaagde] moet deze rente over deze € 2.760,60 betalen vanaf de dag van de ontbinding van de huurkoopovereenkomst, 17 april 2025.
3.9.
Omdat de contractuele rente alleen over de achterstallige termijnen wordt toegewezen, klopt het bedrag niet dat Hiltermann voor de rente tot 7 mei 2025 heeft berekend in de dagvaarding. De kantonrechter wijst daarom de rente toe zoals in de beslissing vermeld.
[gedaagde] moet de buitengerechtelijke incassokosten betalen
3.10.
Hiltermann Lease vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Partijen zijn een vergoeding overeengekomen die van de wettelijke regeling afwijkt. Omdat [gedaagde] heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf, mag dat. De vordering moet dan worden getoetst aan de oriëntatiepunten in het Rapport BGK-integraal, maar met toepassing van de wettelijke tarieven die geacht worden redelijk te zijn. Hiltermann heef in eerste instantie € 458,80 gevorderd voor de buitengerechtelijke incassokosten. Tijdens de mondelinge behandeling heeft zij dit verminderd naar € 432,69. Dit bedrag is niet hoger dan het tarief dat in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is bepaald. De kantonrechter zal dit bedrag daarom toewijzen. [gedaagde] moet hier ook de wettelijke rente over betalen vanaf de dag van de dagvaarding.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
3.11.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Hiltermann worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
123,16
- griffierecht
543,00
- salaris gemachtigde
847,50
(2,5 punten × € 339,00)
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.648,66
De beslissing zal uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard
3.12.
De kantonrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is gevorderd door Hiltermann. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de kantonrechter geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
verklaart voor recht dat de huurkoopovereenkomst tussen Hiltermann en [gedaagde] met betrekking tot de Volkswagen Polo met kenteken [kenteken] , is ontbonden,
4.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan Hiltermann te betalen:
  • een bedrag van € 1.566,36 aan achterstallige leasetermijnen, te vermeerderen met de contractuele rente van 18% per jaar, vanaf de respectieve vervaldata van de leasetermijnen tot de dag van volledige betaling,
  • een bedrag van € 2.760,60 aan schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 17 april 2025 tot de dag van volledige betaling,
  • een bedrag van € 432,69 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 12 mei 2025 tot de dag van volledige betaling,
4.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.648,66, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.4.
wijst het meer of anders gevorderde af,
4.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.A.T. Werner en in het openbaar uitgesproken op 24 december 2025.
62938

Voetnoten

1.Artikel 6:265 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).
2.Artikel 6:277 lid 1 BW.
3.Artikel 6:248 lid 2 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).
4.Artikel 6:119 BW.