Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2025:7110

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
19 november 2025
Publicatiedatum
5 januari 2026
Zaaknummer
UTR 24-1161-V
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • R. Schaaf
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet gegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens niet-tijdige betaling griffierecht

Opposant heeft op 8 februari 2024 beroep ingesteld tegen het College van Bestuur van de Universiteit Utrecht vanwege het niet tijdig beslissen op zijn verzoek. De rechtbank verklaarde dit beroep op 12 juli 2024 niet-ontvankelijk omdat het griffierecht niet tijdig was betaald, en deed dit zonder zitting omdat er geen twijfel over de uitkomst was.

Tegen deze uitspraak heeft opposant verzet ingesteld en aangevoerd dat hij het beroep op 15 mei 2024 had ingetrokken en om proceskostenvergoeding had verzocht. De rechtbank volgt dit standpunt en oordeelt dat de eerdere uitspraak onjuist was, waardoor het verzet gegrond is en de uitspraak van 12 juli 2024 vervalt.

De rechtbank doet vervolgens direct uitspraak op het beroep van 8 februari 2024, wijst het verzoek tot proceskostenvergoeding af omdat er geen kosten zijn die vergoed kunnen worden, mede omdat eiser zonder juridische bijstand heeft geprocedeerd.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 november 2025 door rechter R. Schaaf, en griffier S. Ayyildiz was aanwezig. Tegen het verzet is geen hoger beroep mogelijk; tegen het beroep kan binnen zes weken beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en het verzoek tot proceskostenvergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/1161-V
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 november 2025 op het verzet en op het beroep van

[oppossant] , te [plaats] , opposant.

Procesverloop

Opposant heeft op 8 februari 2024 beroep ingesteld, omdat het College van Bestuur van de Universiteit Utrecht niet tijdig heeft beslist op zijn verzoek.
In de uitspraak van 12 juli 2024 heeft de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Opposant heeft tegen deze uitspraak een verzetschrift ingediend.
Opposant heeft niet gevraagd om op een zitting te worden gehoord.

Overwegingen

Ten aanzien van het verzet
1. De rechtbank heeft bij uitspraak van 12 juli 2024 het beroep van opposant niet-ontvankelijk verklaard, omdat hij het griffierecht niet (tijdig) had betaald. Omdat de rechtbank geen twijfel had over de uitkomst van de zaak, heeft zij de uitspraak gedaan zonder eerst een zitting te houden. Dat mag op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2. In de verzetsprocedure moet de rechtbank beoordelen of zij in die genoemde uitspraak terecht heeft geoordeeld dat er geen twijfel over de uitkomst was en dat er dus geen zitting nodig was.
3. Volgens opposant is de uitspraak van 12 juli 2024 niet juist. Hij heeft het beroep van
8 februari 2024 namelijk op 15 mei 2024 ingetrokken en heeft daarbij verzocht om vergoeding van zijn proceskosten.
4. De rechtbank volgt opposant hierin. Dat betekent dat de uitspraak van 12 juli 2024 onjuist is. Al om die reden had de rechtbank het beroep van 8 februari 2024 niet zonder zitting mogen afdoen. Het verzet is dus gegrond en de uitspraak van 12 juli 2024 vervalt (artikel 8:55, negende lid, van de Awb).
5. De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 8:55, tiende lid, van de Awb , tevens direct uitspraak te doen op het beroep van 8 februari 2024. Daarbij zal opposant worden aangeduid als eiser.
Ten aanzien van het beroep
6. Eiser heeft verzocht om vergoeding van zijn proceskosten. Desgevraagd heeft eiser niet gereageerd op de geboden gelegenheid om zijn verzoek te onderbouwen. Omdat eiser verder zonder advocaat of andere professionele juridische hulpverlener heeft geprocedeerd, zijn er geen kosten die vergoed kunnen worden. De rechtbank wijst dit verzoek daarom af.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het verzet gegrond;
- wijst het verzoek af;
Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van S. Ayyildiz, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 november 2025.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen deze uitspraak staat voor zover daarbij is beslist op het verzet geen hoger beroep of verzet open.
Als u het niet eens bent met deze uitspraak voor zover daarbij is beslist op het beroep, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.