In deze zaak heeft de Rechtbank Midden-Nederland op 19 december 2025 uitspraak gedaan op het verzet van Stichting Leger Des Heils Welzijns- en Gezondheidszorg, die in Almere is gevestigd. De opposante ging in verzet tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank van 4 november 2024, waarin haar beroep tegen een besluit van verweerder van 19 april 2024 niet-ontvankelijk was verklaard. De rechtbank had destijds geoordeeld dat er geen twijfel was over de uitkomst van de zaak, omdat opposante geen uittreksel uit het handelsregister en geen kopie van de statuten had overgelegd. Hierdoor was er geen zitting gehouden, wat volgens artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) toegestaan is.
In het verzet stelde opposante dat zij op 6 augustus 2024 een verzoek had ontvangen om het verzuim te herstellen, maar zij betwistte dit en gaf aan dat zij nooit een dergelijke brief had ontvangen. De rechtbank heeft vastgesteld dat opposante geen toegang had tot de brief van 6 augustus 2024 in het digitale systeem van de rechtbank. Dit leidde de rechtbank tot de conclusie dat opposante gelijk had in haar verzet. De rechtbank verklaarde het verzet gegrond, waardoor de eerdere uitspraak van 4 november 2024 verviel. Dit betekent dat de rechtbank de behandeling van het beroep zal voortzetten, maar dat nog niet betekent dat opposante gelijk zal krijgen in de inhoudelijke beoordeling van haar beroep.
De uitspraak is openbaar uitgesproken op 19 december 2025 door mr. G. Schnitzler, rechter, in aanwezigheid van S. Ayyildiz, griffier. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.