ECLI:NL:RBMNE:2025:7122

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
19 december 2025
Publicatiedatum
5 januari 2026
Zaaknummer
UTR 24/3873-V
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijk verklaring van Stichting Leger Des Heils in bestuursrechtelijke procedure

In deze zaak heeft de Rechtbank Midden-Nederland op 19 december 2025 uitspraak gedaan op het verzet van Stichting Leger Des Heils Welzijns- en Gezondheidszorg, die in Almere is gevestigd. De opposante ging in verzet tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank van 4 november 2024, waarin haar beroep tegen een besluit van verweerder van 19 april 2024 niet-ontvankelijk was verklaard. De rechtbank had destijds geoordeeld dat er geen twijfel was over de uitkomst van de zaak, omdat opposante geen uittreksel uit het handelsregister en geen kopie van de statuten had overgelegd. Hierdoor was er geen zitting gehouden, wat volgens artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) toegestaan is.

In het verzet stelde opposante dat zij op 6 augustus 2024 een verzoek had ontvangen om het verzuim te herstellen, maar zij betwistte dit en gaf aan dat zij nooit een dergelijke brief had ontvangen. De rechtbank heeft vastgesteld dat opposante geen toegang had tot de brief van 6 augustus 2024 in het digitale systeem van de rechtbank. Dit leidde de rechtbank tot de conclusie dat opposante gelijk had in haar verzet. De rechtbank verklaarde het verzet gegrond, waardoor de eerdere uitspraak van 4 november 2024 verviel. Dit betekent dat de rechtbank de behandeling van het beroep zal voortzetten, maar dat nog niet betekent dat opposante gelijk zal krijgen in de inhoudelijke beoordeling van haar beroep.

De uitspraak is openbaar uitgesproken op 19 december 2025 door mr. G. Schnitzler, rechter, in aanwezigheid van S. Ayyildiz, griffier. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/3873-V

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 december 2025 op het verzet van

Stichting Leger Des Heils Welzijns- en Gezondheidszorg, te Almere, opposante.

(gemachtigde: D. van der Locht).

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van opposante tegen het besluit van verweerder van
19 april 2024.
In de uitspraak van 4 november 2024 heeft de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Opposante is tegen deze uitspraak in verzet gegaan.
Opposante heeft niet gevraagd om op een zitting te worden gehoord.

Overwegingen

1. De rechtbank heeft in de uitspraak van 4 november 2024 het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat opposante geen uittreksel uit het handelsregister en geen kopie van de statuten heeft overgelegd. Omdat de rechtbank geen twijfel had over de uitkomst van de zaak, heeft zij de uitspraak gedaan zonder eerst een zitting te houden. Dat mag op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2. In deze zaak moet de rechtbank beoordelen of de rechtbank toen terecht heeft geoordeeld dat er geen twijfel over de uitkomst was en dat er dus geen zitting nodig was.
De rechtbank kijkt (nog) niet of opposante gelijk heeft met haar beroep. Dat gebeurt pas als de rechtbank van oordeel is dat de uitspraak van de rechtbank van 4 november 2024 niet juist was.
3. Opposante stelt dat er volgens de rechtbank op 6 augustus 2024 een bericht in het digitale systeem van de rechtspraak is geplaatst, waarin zij is verzocht het verzuim te herstellen. Opposante betwist dit en voert aan dat zij nooit een dergelijke brief heeft ontvangen. Vervolgens geeft opposante aan dat in het digitale dossier uitsluitend de uitspraak met begeleidende brief zichtbaar is en dat een brief van 6 augustus bij haar niet bekend is.
4. De rechtbank is het eens met opposante. In het digitale systeem van de rechtbank is te zien dat opposante geen toegang heeft gekregen tot inzage in de brief van 6 augustus 2024.
5. Dit betekent dat opposante gelijk krijgt. Het verzet is dus gegrond en de uitspraak van
4 november 2024 vervalt (artikel 8:55, negende lid, van de Awb). Het vervallen van de eerdere uitspraak betekent dat de rechtbank de behandeling van het beroep zal voortzetten. De rechtbank hervat het onderzoek in de stand waarin dat zich bevond voordat de buiten-zittinguitspraak van 4 november 2024 werd gedaan.
6. De zaak wordt nu verder behandeld door de rechtbank. Opposante krijgt hierover nog bericht. Voor de duidelijkheid merkt de rechtbank op dat dit nog niet direct betekent dat de rechtbank opposante gelijk zal geven met zijn beroep. Dat moet nog beoordeeld worden.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Schnitzler, rechter, in aanwezigheid van S. Ayyildiz, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 december 2025.
De griffier is buiten staat
te ondertekenen
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep.