ECLI:NL:RBMNE:2025:7122

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
19 december 2025
Publicatiedatum
5 januari 2026
Zaaknummer
UTR 24/3873-V
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet gegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring in bestuursrechtelijke zaak Stichting Leger Des Heils

Stichting Leger Des Heils heeft verzet ingesteld tegen de uitspraak van 4 november 2024, waarin de rechtbank haar beroep niet-ontvankelijk verklaarde omdat zij geen uittreksel uit het handelsregister en geen kopie van de statuten had overgelegd. De rechtbank had toen zonder zitting uitspraak gedaan omdat zij geen twijfel had over de uitkomst.

In het verzet beoordeelt de rechtbank of het terecht was dat geen zitting werd gehouden en dat er geen twijfel was over de uitkomst. Opposante betwist dat zij een bericht van 6 augustus 2024 heeft ontvangen waarin zij werd verzocht het verzuim te herstellen. De rechtbank constateert dat opposante geen toegang had tot deze brief in het digitale systeem.

Hierdoor oordeelt de rechtbank dat het verzet gegrond is en vervalt de eerdere uitspraak. De behandeling van het beroep wordt hervat in de stand waarin deze zich bevond vóór de buiten-zittinguitspraak. De rechtbank benadrukt dat dit niet betekent dat opposante automatisch gelijk krijgt, maar dat de zaak nu verder inhoudelijk zal worden behandeld.

Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en de behandeling van het beroep wordt hervat.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/3873-V

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 december 2025 op het verzet van

Stichting Leger Des Heils Welzijns- en Gezondheidszorg, te Almere, opposante.

(gemachtigde: D. van der Locht).

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van opposante tegen het besluit van verweerder van
19 april 2024.
In de uitspraak van 4 november 2024 heeft de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Opposante is tegen deze uitspraak in verzet gegaan.
Opposante heeft niet gevraagd om op een zitting te worden gehoord.

Overwegingen

1. De rechtbank heeft in de uitspraak van 4 november 2024 het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat opposante geen uittreksel uit het handelsregister en geen kopie van de statuten heeft overgelegd. Omdat de rechtbank geen twijfel had over de uitkomst van de zaak, heeft zij de uitspraak gedaan zonder eerst een zitting te houden. Dat mag op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2. In deze zaak moet de rechtbank beoordelen of de rechtbank toen terecht heeft geoordeeld dat er geen twijfel over de uitkomst was en dat er dus geen zitting nodig was.
De rechtbank kijkt (nog) niet of opposante gelijk heeft met haar beroep. Dat gebeurt pas als de rechtbank van oordeel is dat de uitspraak van de rechtbank van 4 november 2024 niet juist was.
3. Opposante stelt dat er volgens de rechtbank op 6 augustus 2024 een bericht in het digitale systeem van de rechtspraak is geplaatst, waarin zij is verzocht het verzuim te herstellen. Opposante betwist dit en voert aan dat zij nooit een dergelijke brief heeft ontvangen. Vervolgens geeft opposante aan dat in het digitale dossier uitsluitend de uitspraak met begeleidende brief zichtbaar is en dat een brief van 6 augustus bij haar niet bekend is.
4. De rechtbank is het eens met opposante. In het digitale systeem van de rechtbank is te zien dat opposante geen toegang heeft gekregen tot inzage in de brief van 6 augustus 2024.
5. Dit betekent dat opposante gelijk krijgt. Het verzet is dus gegrond en de uitspraak van
4 november 2024 vervalt (artikel 8:55, negende lid, van de Awb). Het vervallen van de eerdere uitspraak betekent dat de rechtbank de behandeling van het beroep zal voortzetten. De rechtbank hervat het onderzoek in de stand waarin dat zich bevond voordat de buiten-zittinguitspraak van 4 november 2024 werd gedaan.
6. De zaak wordt nu verder behandeld door de rechtbank. Opposante krijgt hierover nog bericht. Voor de duidelijkheid merkt de rechtbank op dat dit nog niet direct betekent dat de rechtbank opposante gelijk zal geven met zijn beroep. Dat moet nog beoordeeld worden.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Schnitzler, rechter, in aanwezigheid van S. Ayyildiz, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 december 2025.
De griffier is buiten staat
te ondertekenen
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep.